S. 4,5 (juli en augustus)

      Geen reacties op S. 4,5 (juli en augustus)

Op vakantie zeurt S. heel wat af, want ze wil gewoon alles en wel nu. Er is ook zo veel te doen! Speeltuinen, binnenspeeltuin, ijsjes eten, aan de minigolf komt ze nog niet eens toe. De skelters lijken haar ook heel leuk en daarbij heeft ze geluk, want we gaan naar Museum de Locht en daar zijn ineens ook skelters waar ze mee kan spelen. Dus oké, ze zeurt, maar dat komt gewoon omdat het allemaal zo leuk is. Alleen het slapen vindt ze niet leuk, dat vindt ze te spannend, maar ze doet het toch maar mooi, en dat vind ik wel heel knap want het is behoorlijk donker in haar kamertje. In de ochtend leest ze steeds in haar avi-startboekje, vanaf 7:00 doet ze haar leeslampje aan en dan hoor ik weer: ‘p…i…p… e..n… k…i…t, pip en kit…’. Het is een goede vakantie.

S., één dag na thuiskomst: ‘Ik verveel me! Mama, weet jij nog dat je zei dat als ik me verveelde, dat ik dan bij Milan mag spelen?’ We moeten nog vijf weken hè… Een dag later verzucht ze dat vakantie helemaal niet leuk is, omdat je dan niet naar school mag. Arm kind.

We proberen elke week met S. te oefenen op de fiets. Het fietsen zelf gaat goed, maar ze moet natuurlijk ook leren deel te nemen aan het verkeer. Dat je rechts moet houden bijvoorbeeld, en wat haaientanden zijn, en wanneer mensen voorrang hebben, en dat als er een fietspad is dat je dan daar op moet fietsen, enzovoorts. Dat is nog een hele klus. De bso is hier nog geen tien minuten fietsen vandaan, en toch botste S. op me, fietste ze ineens de linker- in plaats van rechterweg in, schoot ze ineens een straat over zonder te kijken of er dat kon en zonder dat dat de bedoeling was en kwam ze bijna onder een auto omdat zowel zij als die auto niet goed rechts aan het houden waren. Maar goed, daarom oefenen we natuurlijk. Ik ben in elk geval wel zo ver nu dat ik dan ook op de fiets zit, N. vindt dat nog erg spannend, maar mijn doel is dat ze na de vakantie in staat is om zelf naar school te fietsen. We zullen zien of dat lukt, en of dat dan handig is, maar ik vind het zelf niet fijn meer om met S. achterop te fietsen. Ze wordt zo groot!

Ik: ‘Ik ga vanavond zwemmen. Ik zag al die mensen op de Olympische Spelen en toen dacht ik: ‘Dat wil ik ook!’
S.: ‘Kom je dan ook op tv?’

D. 2 jaar en 4 maanden/ 2 jaar en 5 maanden

D.’s nieuwste hobby is dingen in de prullenbak gooien. Stapelgek worden we ervan. Ze mocht al geen speldjes meer in omdat ze die in de prullenbak gooit, maar toen rukte ze gewoon S.’s strik en speldje uit om die weg te gooien. En vandaag heeft ze gewoon een speelgoedblokje in de prullenbak gegooid. Eerst was de vuilniszak verder nogal leeg en schoon, maar die wordt ook steeds voller waardoor het ook een steeds vuiler klusje wordt om te kijken tussen het vette bakpapier en de kwarkfolietjes wat ze nu weer weggegooid heeft. Bah.

Op de crèche heeft D. goed laten horen dat ze van zingen houdt. Toen het tijd was voor het middagslaapje. Luidkeels zong ze ‘Klein blauw autootje.’ Ze hield er wel mee op toen juf J. het vroeg, maar zodra ze weer de deur achter zich dichttrok, zong ze weer vrolijk verder…

D., heel de dag: ‘Ik heb twee mama’s.’
En ook: ‘Mijn mama N.! Mijn mama M.’
Nou nou, zeiden wij, ho ho, ook de mama van S. hè.
D., heel de dag: ‘Mijn mama N.! Ook van S..’

D. weet het precies hoor, hoe een boek werkt en hoe je dan moet lezen: ‘P! T! K! I!’ Ze vindt het samenleesboek dat ik voor S. gehaald heb geweldig, dat het kind de woorden aan de rechterkant moet lezen (aa-p, aap, k-o-p, kop) en de ouder het verhaaltje aan de linkerkant. Het verhaaltje bestaat uit louter eenlettergrepige woorden dus veel vaart zit er niet in, zou je denken, maar toch wil D. ‘m graag lezen. En dan nog een keertje. En nog een keertje. Zij spelt wat willekeurige letters aan de rechterkant, en daarna mag ik het voorlezen, precies zoals het hoort.

Ik begin net met het laatste overleg voor mijn vakantie, een overleg dat behoorlijk ingewikkeld belooft te worden, als N. de kamer binnenstormt. Ze straalt een en al paniek uit en gebaart een stop-teken. Ik zet mezelf op mute en staar haar aan. ‘D. heeft een koortsstuip gehad’, zegt N. ‘Ze hebben de ambulance gebeld, ze is uit een boom gevallen, we moeten er nu heen.’
Ik haal mezelf van mute af en zeg: ‘Sorry ik moet gaan mijn dochter heeft een koortsstuip gehad doei’ en sluit af. We racen naar de crèche. De ambulance staat er al. Als ik D. zie, helemaal verdwaasd om zich heen kijkend terwijl de ambulancemedewerkers haar controleren, barst ik in tranen uit. Ik vind het zo zielig dat ze daar nu is, omringd door mensen die ze niet kent, en dat wij er niet waren. Maar nu zijn we er. Ze weten niet zeker of ze gevallen is, maar juf J. vond haar onder de boom en herkende dat ze een stuip had omdat ze raar naar boven keek. Tegen de tijd dat ze de neusspray paraat had, kwam ze uit zichzelf alweer bij. De ambulancemedewerkers kunnen niets vinden, en overleggen nog met de neurologie of er nader onderzoek moet plaatsvinden. Daar lijkt op dit moment geen reden toe, maar we moeten nog wel naar de huisarts. De huisarts vindt ook geen ‘focus’, maar misschien is het dan blaasontsteking, dus moeten we haar plas opvangen. Eerst laten we D. een lekker middagdutje doen, maar daarna geef ik haar veel te drinken en warempel, met veel pijn en moeite lukt het om D. op het potje te laten plassen. Alleen… blijkt de volgende dag dat die domme doktersassistente het plasje zo hup weggegooid heeft, zonder te checken in het dossier of dat inderdaad al de bedoeling was. We horen dit op vrijdagmiddag half vier, en D. zit een uur lang op het potje, steeds kouder en kouder wordend, zonder enig resultaat. Ondertussen blijft ze koorts houden, dus we geven weer eindeloze hoeveelheden paracetamol.

D., vanuit haar bed: ‘Mama ik ben ziek! Heb koortsstuip!’
Alles om je mama’s naar je bed te lokken hè…

Op zondag krijgt D. vlekjes. Hand-, voet-mondziekte, vermoed ik nu, omdat dat ons neefje J. op de crèche heerst. Op maandag is de koorts weg, en zijn er nog steeds vlekjes, en lukt het haar uiteindelijk om in het potje te plassen zodat ze bij de dokter kunnen constateren dat het geen blaasontsteking is. Ik had het de afgelopen dagen niet kunnen denken, ook vanwege de overstromingen en het hoge water in Limburg (onze bestemming), maar het lijkt er dus toch op dat we vandaag gewoon op vakantie kunnen gaan!

S. 4,5 jaar (juni)

      Geen reacties op S. 4,5 jaar (juni)

S. tegen het meisje dat bij haar kwam spelen: ‘Wij gaan nog heel vaak afspreken hè? Maar alleen als V. en F. niet kunnen, want anders speel ik met hen.’
Zo subtiel als kleuters kunnen zijn… Dat meisje beaamde het ook nog zonder blikken of blozen.

S. spelt inmiddels alles wat los en vast zit. Echt lezen kun je het nog niet noemen, omdat ze vooral bezig is met spellen en dan daarna probeert te bedenken welk woord ze gelezen heeft, maar ze is er in elk geval enorm mee bezig. Haar fijne motoriek is nog niet echt fantastisch, maar desondanks heeft ze met stoepkrijt wel leesbaar D.’s naam geschreven, dus ook daar is ze ineens mee bezig.

S. heeft een nieuwe fiets gekregen! Ze had al wel een oefenfietsje maar dat was inmiddels zo klein dat het haar niet goed meer lukte om erop te fietsen. Dus gingen we met z’n allen naar de fietsenwinkel, alwaar S. al vrij snel enthousiast werd van een bepaalde fiets, omdat die een mandje had en daar zou Joep (haar pop) dan precies in kunnen. De fiets was de juiste maat, en het lukte haar om erop te fietsen, dus dat werd ‘m. Een nieuwe helm heeft ze ook nog gekregen. Ik dacht van tevoren dat we de fiets moesten laten bezorgen, had al zelfs met de winkel gemaild om te vragen of dat mogelijk was, en dat was zo, maar N. durfde het wel aan om met S. naar huis te gaan. Dus S. op de fiets, en N. lopend. D. en ik gingen met de auto terug. Ik ging er eigenlijk vanuit dat het op een drama uit zou lopen. S. zou vallen, N. zou boos worden, S. zou niet meer willen, S. zou niet luisteren of onder een auto komen, allerlei scenario’s had ik bedacht. En ja, natuurlijk had ik ook het scenario bedacht waarin ze glimmend van trots aan zou komen fietsen en N. er glunderend achteraan, maar toch had ik niet gedacht dat dát het scenario was wat bewaarheid zou worden. En al helemaal niet dat ze zo snel zouden gaan, ik had ze echt nog niet terugverwacht! Supertrots ben ik.

Ik: ‘En ik wil ook nog een keer met jullie naar Loods 5.’
S.: ‘Wat is Loods 5?’
Ik kreeg er gewoon tranen van in mijn ogen. Dat was eerst haar lievelingsuitje hè! En door corona is ze gewoon vergeten wat het is.

D. 2 jaar en 3 maanden/ 2 jaar en 4 maanden

D.: ‘q r s t u v w…’

Het is meivakantie, dus ze gingen bij opa en oma logeren. D. had er héél veel zin in. En S. ook. Zodat wij in de ochtend wakker werden door de volgende conversatie:
S., vanuit haar kamer: ‘Hoera, ik ga bij opa en oma logeren!’
D., vanuit haar kamer: ‘Ik ook opa oma ‘eren?’
S.: ‘Ja, jij ook!’
D.: ‘Hoera!’
S: ‘Hoera! Hoera! Hoera!’
D: ‘Hoeraaaaa!’

D.: ‘K! T! G! A! P! K!’ S. is erg bezig met spellend lezen, en D. nu dus ook… Dan wijst ze naar een pak yoghurt en begint random klanken uit te stoten.

D. als het over autorijden gaat: ‘Vroem vroem, toet toet, iedereen aan de kant!’
Echt, wat voor beeld zij heeft van hoe wij autorijden…

Vandaag ben ik met D. naar de tandarts geweest. Het was haar eerste keer. In de wachtkamer vond ze het vooral indrukwekkend dat iedereen op z’n beurt moest wachten. Bij de tandarts vond ze alles indrukwekkend. Ze mocht op mijn schoot zitten en het spiegeltje vasthouden, en toen keek de tandarts in haar mond en telde haar tanden. Eerst boven, daar heeft ze er 8, en toen beneden, daar heeft ze er 10. Er komen dus nog twee kiezen aan, ik dacht een tijd dat ze die al had, maar toen we laatst nog eens keken dachten we al dat dat toch niet zo was. D. heeft superpuntige hoektanden, maar dat blijkt normaal te zijn en kan ook nog slijten, dat is ook goed om te weten. Ze heeft niet eens gevraagd of D. een speen heeft, eerst was ik teleurgesteld dat ik niet de kans gehad had om daarmee te patsen maar daarna bedacht ik me dat de tandarts waarschijnlijk aan haar gebit kon zien dat ze niet dag en nacht op haar speen sabbelt en werd ik daar juist vrolijk van. Na afloop mocht D. het spiegeltje hebben en een sticker uitkiezen. Toen gingen we naar huis. N. vroeg: ‘En, keek de tandarts in je mond?’ en D. antwoordde: ‘Nee, een mevrouw.’ Echt, de patriarchale samenleving is overal en onontkoombaar hoor…

D. had een vaderdagcadeautje gemaakt op de crèche. ‘Die kun je aan iemand geven die je lief vindt,’ had juf E. gezegd. Dus ik op de terugweg: ‘En D., aan wie wil je het cadeautje geven, wie vind jij lief?’
‘Juf J.!’ zei D. heel stellig. ‘En juf E..’
Dus gisteren heeft D. het cadeautje, uiterst verlegen, aan juf J. gegeven. De juf was natuurlijk heel verbaasd, maar hopelijk ook vereerd.

S. 4 jaar (mei)

      Geen reacties op S. 4 jaar (mei)

S.’s meivakantie begon goed: de hele klas kreeg te horen dat ze minimaal tot dinsdag in quarantaine moesten vanwege een coronageval in de klas. Vervolgens: vrijdag ziek, zaterdag getest (want ze had ook koorts en ze was ineens heel moe), zondag nog steeds wat ziek, maandag weer getest, dinsdag naar de tandarts. Gelukkig zijn de uitslagen wel steeds negatief en ging het ook goed bij de tandarts, maar om nou te zeggen dat ze echt leuke dagen heeft… En nu is ze dan uit quarantaine, maar het is ineens wel super herfstachtig stormweer geworden, dus helemaal geen lekker weer om naar de speeltuin van de bieb of de natuurspeeltuin of zo te gaan, wat ik eigenlijk van plan was. Hopelijk kunnen we dat morgen nog even doen.

Bij de GGD-test mocht S. een cadeautje uitzoeken. Ze koos voor een bal. Eenmaal thuis was D. natuurlijk superjaloers, maar ja, het was S.’s bal, S. was dapper geweest. Toen de volgende dag tot onze grote verbazing bleek dat S. geen corona had, legden we S. voor dat ze ofwel de volgende dag weer zou moeten testen en dat ze dan nog de rest van de week leukere dingen kon doen, of dat ze nu tot en met zaterdag in quarantaine moest. Eerst zei S. dat ze dat allebei niet wilde, maar daarna meldde ze ineens dat ze dan weer een bal zou kiezen. Om aan D. te geven, zodat die ook een bal zou hebben. Superlief toch? Uiteindelijk bleek dat de ballen op waren, maar het idee was echt ontroerend. Ze had eigenlijk ook nog op andere dagen wel willen testen, voor een bal voor de mama’s en misschien ook nog wel om andere cadeaus te scoren, maar wij vinden het nu wel weer even mooi geweest.

Met Hemelvaart gaat S. bij mijn moeder logeren. Ik ga haar brengen, met de auto. Dat vind ik van tevoren enerzijds leuk en anderzijds spannend, en zo blijkt het ook te gaan. S. is de hele tijd heel gezellig in de auto. Helemaal op het laatst, als we er al bijna zijn, zegt ze: ‘Ik denk dat ik nu ga slapen.’
‘Nee!’ zeg ik. ‘Niet nu gaan slapen. We gaan wel even… Uuuh… Ik verzin wel een spelletje!’ En ik verzin het spelletje dat we steeds een woord moeten bedenken met de laatste letter van het woord dat daarvoor genoemd is. Dat blijkt S. een heel leuk spel te vinden. Met veel woorden gaat het meteen goed, zoals bal – lamp – poepie (hahahahaha). Maar bij het woord ‘tunnel’ raakt ze in de war, volgens S. eindigt dat op een -o. En als we het op de terugweg doen, krijgt ze een halve zenuwinzinking omdat wij beweren dat tafel op een -l eindigt. Dat eindigt ook op een -o, vindt S.. Zo krijg je toch maar weer een mooi inkijkje in hoe haar taalontwikkeling gaat.

D. 2 jaar en 2 maanden

      Geen reacties op D. 2 jaar en 2 maanden

En toen kreeg D. haar derde koortsstuip. Het ene moment zijn we eten aan het opscheppen en zegt D. dat ze buikpijn heeft, het volgende moment hangt ze ineens starend schuin in haar stoel. Heel even dacht ik dat het een grapje van haar was, want D. is een peuter en peuters maken voortdurend dat soort stomme grappen, maar ik knipte met mijn vingers voor haar ogen en we riepen haar naam en ze reageerde helemaal niet, en N. nam haar op schoot en voelde hoe slap ze was en zei dat ik de neusspray moest pakken, wat ik deed, en toen snapte ik natuurlijk weer niet hoe dat ding open moest en toen het lukte vloog alles door de lucht. ‘Dáár!’ wees N. en ik pakte de neusspray van onder de tafel en N. gaf meer aanwijzingen en ik sprietste met de neusspray in de lucht en toen in D.s neusgaten en daarna ging ik 112 maar weer eens bellen. Die vrouw snapte er niet veel van: ‘Heeft ze trekkingen? Heeft ze koorts?’ En ik zei: ‘Nee, weet ik niet.’ We gingen ondertussen wel koorts meten, ze had 38.5, niet eens zo hoog dus. Volgens mij snapte die vrouw echt niet waarom we direct de neusspray gegeven hadden, maar nou ja, zij kent de voorgeschiedenis dan ook niet. We legden D. op de bank en ze maakte wat rare knorrende geluiden en kwam heel langzaam bij. Toen kwam de ambulance, ik had de voordeur vast open gezet. S. was helemaal hyper en rende door de kamer van alle spanning. De ambulancemedewerkers waren heel aardig maar deden eigenlijk niet veel, omdat D. inmiddels er weer was, dus het was vooral paracetamol geven en laten drinken. Maar ja, je weet het niet hè, voor hetzelfde geld helpt die midazolan onvoldoende en moet ze toch ineens naar het ziekenhuis, dan wil je wel dat dat zo snel mogelijk gebeurt. Daarna legden we haar in bed en voelden we ons moe en bezorgd. Ik baalde vooral zo, ik kreeg er net een beetje vertrouwen in dat het niet nog eens zou gebeuren, dat het niet nodig was om voortdurend overal die neusspray mee naartoe te nemen. Nou ja, wel dus.

Het bleek waterpokken te zijn. De koorts duurde zo’n zes dagen, en toen de koorts wat minder werd en we dus niet meer in de nacht hoefden op te staan om paracetamol te geven, had ze inmiddels zo veel waterpokken dat ze daardoor weer niet kon slapen. Ze heeft ze zelfs in haar mond, dus de speen lukte niet, en eten lukte ook niet. Echt miserabel was ze. Inmiddels gaat het ietsje beter, maar proberen we haar alsnog zonder speen te laten slapen. D.s nieuwe motto is nu: ‘speen niet, doek wel.’ Het zou wel heel goed van haar zijn als ze voortaan zonder speen zou slapen, dan hebben die waterpokken toch nog iets goeds opgeleverd!

S. 4 jaar (april)

      Geen reacties op S. 4 jaar (april)

‘M. en A. zeggen dat een meisje niet met een ander meisje kan trouwen’, zegt S. ineens vanuit het niets.
‘O’, zeg ik. ‘Nou, dat is niet zo.’
‘Nee!’ zegt S.
‘Ja’, zeg ik.
‘Dus dat zei ik’, vervolgt S. ‘Maar toen geloofden ze me niet!’
‘Wat vond je daarvan?’ vraag ik.
‘Heel stom’, zegt S. ‘Want jij bent een meisje en je bent met een meisje getrouwd.’
‘Precies’, zeg ik. ‘Dat heb je goed gezegd. Jij weet tenminste hoe het zit.’
Ik vroeg me natuurlijk af hoe het ter sprake was gekomen, dat S. twee moeders heeft. Maar zo bleek het niet gegaan te zijn, althans, dat vermoed ik nu. S. wil namelijk graag met I. trouwen, een meisjesklasgenoot, zo heeft ze ons toevertrouwd. En I. ook met haar en zij weet ook dat twee meisjes wel met elkaar kunnen trouwen. Dus waarschijnlijk was dat de aanleiding. Ik ben heel trots op S. maar ook een beetje verdrietig dat ze nu al van dit soort gesprekken met klasgenoten moet hebben.

Ik ging met S. naar de speeltuin bij de bieb. Toen we daar klaar waren, stelde ik voor om nog even langs het schoolplein te rijden, en dat als V. en F. daar waren, dat ze dan nog even met hen kon spelen. V. en F. zijn een tweeling en S.’ beste vrienden. Ze wonen tegenover de school. Dus we reden daar langs, en ze waren er (want het was hartstikke mooi weer), dus S. rende op hen af en ze gingen ogenblikkelijk samen spelen. De moeder kwam V. en F. een banaan brengen en ook even S. bekijken, want het bleek dat V. en F. het al vaak over S. gehad hadden, en toen kreeg S. ook een banaan. Het was zo ontzettend mooi om te zien hoe ze met z’n drieën samen speelden. S. nam wel een beetje de leiding in het verhaal over dat zij politie waren en een soep aan het brouwen waren voor de boeven. Als ze die opaten, zouden de boeven dood gaan, en blablabla. De jongens luisterden gedwee en hielpen ijverig mee met de soep. Ik was enorm trots op S., al was het wel lastig om haar daarna mee te krijgen… Het is S.’ diepste wens om ‘echt’ met hen af te spreken, hopelijk gaat dat binnenkort een keer gebeuren.

D. 2 jaar en 1 maand/ 2 jaar en 2 maanden

D. en ik zijn naar de speeltuin geweest. We deden verstoppertje. Het was geniaal, D. gluurde door haar vingers en rende dan meteen naar me toe, maar toen ik er toch in geslaagd was om me te verstoppen zonder dat zij had gezien waar, bleef ze gewoon op het bankje zitten waar ze had geteld. Ik kon niet goed beoordelen wat er nu in haar omging. Was ze bang, was ze tevreden, was dit haar manier van zoeken? Ze vond het in elk geval heel grappig toen ze me uiteindelijk zag (vanaf het bankje dus). Daarna ging ik haar nog zoeken, wat nog best ingewikkeld was omdat ze gewoon op de wip ging zitten, of op de glijbaan, dus er kwam enig acteerwerk bij kijken. Het huisje was nog het moeilijkst, ware het niet dat ze toen direct riep: ‘Ikke huisje ‘stoppen!’.

D. toen ze hoorde dat haar neefje al een eerste tand had: ‘Baby! Tand! Hahahahahahaha.’

‘Droog buiten, buiten spelen!’ zegt D. tegen mijn moeder. Ze heeft buikgriep gehad en is het inmiddels helemaal beu om binnen te zitten. Dat het nu vooral sneeuwt en ijskoud is, maakt haar niet uit. ‘Zandbak spelen.’
‘We gaan niet in de zandbak spelen nu’, zeg ik.
‘Nee! Nee!’ zegt D., en ze komt zwaaiend met haar vinger naar me toe. ‘Sssshhhh!’
Ze probeert me gewoon het zwijgen op te leggen!

D.’s favoriete spel van de laatste tijd is monstertje spelen. Dit speelt ze samen met S.. Als ze beneden zijn, speelt het spel zich op de wc af, dus het is niet bepaald ons favoriete spel. Als ze boven zijn, speelt het spel zich op S.’ kamer af, en meer specifiek in S.’ bed. Bij het spel moet je zorgen dat het donker is, en dan moet je jezelf dus verstoppen voor de monsters. Of je bent zelf ook een monster, dat kan ook. En dan ga je samen met je zus wachten tot er iets gebeurt en dat is dan heel spannend en leuk, dus er komt veel gegiechel bij kijken. Laatst meldde ze dat ze het ook op de crèche had gespeeld, maar hoe dat er dan weer had uitgezien, geen idee.

S. 4 jaar (maart)

      Geen reacties op S. 4 jaar (maart)

S. als ik haar ophaal van school: ‘Ik heb keelpijn!’
Ik: ‘O nee!’
Zij: ‘Ik heb heel hard ‘ieee’ en ‘aaaah’ geschreeuwd.’
Ik: ‘O, jullie zongen de minimonsters?’
Zij: ‘Ja, en N. en L. en ik schreeuwden heel hard. Het allerhardst!’
Dat zal wel geen corona zijn dan.

Ik was zelf snipverkouden, maar heb me niet laten testen. Dat had ik een tijdje terug echt niet gedacht, maar ik ben er helemaal klaar mee, ze verkwanselen je gegevens, en wat heeft het voor zin? Ik zie toch niemand, en als het corona is, dan ziek ik het uit, maar hoogstwaarschijnlijk is het helemaal geen corona want ik had mijn gebruikelijke verkoudheidsklachten, inclusief oorpijn wat helemaal geen symptoom is van corona, en testen is pijnlijk en irritant en blablabla, vast allemaal ontzettend slechte excuses, maar goed, geen test dus en wel misère.
En toen stak ik natuurlijk S. aan. En ik kan gewoon binnen blijven, dat maakt voor mijn werk niet uit, maar S. mag dan meteen niet meer naar school. Zo zielig! Toch hebben we ervoor gekozen om haar niet te laten testen. Mijn moeder is woensdag wel gekomen, die vertrouwde er ook op dat het een gewone verkoudheid was, dus toen had ze voldoende afleiding. Ze wilde vooral graag weten wie de hulpjes waren, waarschijnlijk omdat ze zelf op dinsdag hulpje geweest was. Vandaag had ik een drukke dag met het werk, dus N. is vooral bij S. gebleven. En S. luisterde luisterboeken. Niet een, niet twee, niet drie, nee, gewoon vier luisterboeken. Dan ben je dus gewoon zo ongeveer heel de dag aan het luisteren hè. Dat ze daar niet totaal mesjogge van wordt, dat begrijp ik niet.

S.: ‘De juf zei: je mag wel hoesten hoor S..’
Dat arme kind was waarschijnlijk zo ongeveer paars aangelopen in een poging om niet te hoesten, bang als ze was dat ze dan naar huis gestuurd zou worden… Gelukkig mocht ze blijven!

S.: ‘Ik hoop zo dat mijn wens uitkomt. Je weet wel, dat ik later Nijntje word.’
Ik: ‘Nou, ik zou dat heel erg vinden, als jij Nijntje zou zijn.’
S.: ‘Hoezo? Dan kun je toch elke avond mij op de televisie zien?’
Ik: ‘Dat zou ik echt niet leuk vinden! Ik zou je echt heel erg missen!’
Zij: ‘Dat is wel leuk, kun je in elke aflevering zien wat ik nu weer beleef!’
Ik schoot er gewoon van vol, de gedachte dat ik mijn S. enkel op de tv zou kunnen zien vloog me echt enorm aan.

D. 2 jaar/ 2 jaar en 1 maand

      Geen reacties op D. 2 jaar/ 2 jaar en 1 maand

Er ligt héél veel sneeuw. D. blijkt niet echt een sneeuwliefhebber te zijn. Ja, ze vindt het op zich wel leuk om even een sneeuwbal vast te houden, maar ze vindt het nog steeds veel leuker om op de schommel te zitten. Maar van een heuvel afsleeën in een wasmand, dát vond ze natuurlijk wel weer prachtig. Het ging nog behoorlijk hard, maar D. is niet zo bang aangelegd, dus ze had een lach van oor tot oor. Wel moest ze enorm hard huilen toen we weer naar huis gingen. Dat ze weer eens totaal blauwe wangetjes had, en inmiddels ook een natte broek, vond ze allemaal geen argument.

D. heel de dag: ‘Kijke nou!’ En dan moeten we weer kijken naar wat ze heeft of ziet.

De mevrouw van de schoenenwinkel kwam langs. Heel chique service hoor! Het was precies de laatste dag dat het zo kon, vanaf vandaag mogen de winkels weer open met een of andere constructie dat je maar heel weinig klanten mag op een dag, of zo. Geen idee precies, voor hen fijn, voor ons was het nu in elk geval ontzettend handig dat zij gewoon naar ons kwam, met een maatlat en talloze schoenen in haar auto. Ik dacht dat het een drama zou worden, maar D. was erg enthousiast. Het was mooi weer, dus S. en D. zaten elk op hun stoeltje in de tuin, helemaal klaar ervoor. De mevrouw mocht gewoon haar voeten meten, schoenen uit doen, nieuwe schoenen aan, D. vond het allemaal best. Het bleek dat haar voeten alweer een maat gegroeid waren, 24 heeft ze nu. Alleen wel smalle voeten, dus veel modellen vielen af. Nu heeft ze bruine schoenen met knaloranje veters. Ze bewondert ze steeds in de schoenendoos.

D. tekende net gewoon een poppetje op de douchedeur! Of nou ja, meer een kwal eigenlijk, met alle ledematen naar beneden. Maar toch, ze tekende zo een cirkel, met twee oogjes en een mond/neus en toen dus vier streepjes naar beneden. Zo jammer dat ze ‘m daarna direct met de wisser weer liet verdwijnen, ik had een foto willen maken van hoe geniaal ze is.