S. 4 jaar (mei)

      Geen reacties op S. 4 jaar (mei)

S.’s meivakantie begon goed: de hele klas kreeg te horen dat ze minimaal tot dinsdag in quarantaine moesten vanwege een coronageval in de klas. Vervolgens: vrijdag ziek, zaterdag getest (want ze had ook koorts en ze was ineens heel moe), zondag nog steeds wat ziek, maandag weer getest, dinsdag naar de tandarts. Gelukkig zijn de uitslagen wel steeds negatief en ging het ook goed bij de tandarts, maar om nou te zeggen dat ze echt leuke dagen heeft… En nu is ze dan uit quarantaine, maar het is ineens wel super herfstachtig stormweer geworden, dus helemaal geen lekker weer om naar de speeltuin van de bieb of de natuurspeeltuin of zo te gaan, wat ik eigenlijk van plan was. Hopelijk kunnen we dat morgen nog even doen.

Bij de GGD-test mocht S. een cadeautje uitzoeken. Ze koos voor een bal. Eenmaal thuis was D. natuurlijk superjaloers, maar ja, het was S.’s bal, S. was dapper geweest. Toen de volgende dag tot onze grote verbazing bleek dat S. geen corona had, legden we S. voor dat ze ofwel de volgende dag weer zou moeten testen en dat ze dan nog de rest van de week leukere dingen kon doen, of dat ze nu tot en met zaterdag in quarantaine moest. Eerst zei S. dat ze dat allebei niet wilde, maar daarna meldde ze ineens dat ze dan weer een bal zou kiezen. Om aan D. te geven, zodat die ook een bal zou hebben. Superlief toch? Uiteindelijk bleek dat de ballen op waren, maar het idee was echt ontroerend. Ze had eigenlijk ook nog op andere dagen wel willen testen, voor een bal voor de mama’s en misschien ook nog wel om andere cadeaus te scoren, maar wij vinden het nu wel weer even mooi geweest.

Met Hemelvaart gaat S. bij mijn moeder logeren. Ik ga haar brengen, met de auto. Dat vind ik van tevoren enerzijds leuk en anderzijds spannend, en zo blijkt het ook te gaan. S. is de hele tijd heel gezellig in de auto. Helemaal op het laatst, als we er al bijna zijn, zegt ze: ‘Ik denk dat ik nu ga slapen.’
‘Nee!’ zeg ik. ‘Niet nu gaan slapen. We gaan wel even… Uuuh… Ik verzin wel een spelletje!’ En ik verzin het spelletje dat we steeds een woord moeten bedenken met de laatste letter van het woord dat daarvoor genoemd is. Dat blijkt S. een heel leuk spel te vinden. Met veel woorden gaat het meteen goed, zoals bal – lamp – poepie (hahahahaha). Maar bij het woord ‘tunnel’ raakt ze in de war, volgens S. eindigt dat op een -o. En als we het op de terugweg doen, krijgt ze een halve zenuwinzinking omdat wij beweren dat tafel op een -l eindigt. Dat eindigt ook op een -o, vindt S.. Zo krijg je toch maar weer een mooi inkijkje in hoe haar taalontwikkeling gaat.

D. 2 jaar en 2 maanden

      Geen reacties op D. 2 jaar en 2 maanden

En toen kreeg D. haar derde koortsstuip. Het ene moment zijn we eten aan het opscheppen en zegt D. dat ze buikpijn heeft, het volgende moment hangt ze ineens starend schuin in haar stoel. Heel even dacht ik dat het een grapje van haar was, want D. is een peuter en peuters maken voortdurend dat soort stomme grappen, maar ik knipte met mijn vingers voor haar ogen en we riepen haar naam en ze reageerde helemaal niet, en N. nam haar op schoot en voelde hoe slap ze was en zei dat ik de neusspray moest pakken, wat ik deed, en toen snapte ik natuurlijk weer niet hoe dat ding open moest en toen het lukte vloog alles door de lucht. ‘Dáár!’ wees N. en ik pakte de neusspray van onder de tafel en N. gaf meer aanwijzingen en ik sprietste met de neusspray in de lucht en toen in D.s neusgaten en daarna ging ik 112 maar weer eens bellen. Die vrouw snapte er niet veel van: ‘Heeft ze trekkingen? Heeft ze koorts?’ En ik zei: ‘Nee, weet ik niet.’ We gingen ondertussen wel koorts meten, ze had 38.5, niet eens zo hoog dus. Volgens mij snapte die vrouw echt niet waarom we direct de neusspray gegeven hadden, maar nou ja, zij kent de voorgeschiedenis dan ook niet. We legden D. op de bank en ze maakte wat rare knorrende geluiden en kwam heel langzaam bij. Toen kwam de ambulance, ik had de voordeur vast open gezet. S. was helemaal hyper en rende door de kamer van alle spanning. De ambulancemedewerkers waren heel aardig maar deden eigenlijk niet veel, omdat D. inmiddels er weer was, dus het was vooral paracetamol geven en laten drinken. Maar ja, je weet het niet hè, voor hetzelfde geld helpt die midazolan onvoldoende en moet ze toch ineens naar het ziekenhuis, dan wil je wel dat dat zo snel mogelijk gebeurt. Daarna legden we haar in bed en voelden we ons moe en bezorgd. Ik baalde vooral zo, ik kreeg er net een beetje vertrouwen in dat het niet nog eens zou gebeuren, dat het niet nodig was om voortdurend overal die neusspray mee naartoe te nemen. Nou ja, wel dus.

Het bleek waterpokken te zijn. De koorts duurde zo’n zes dagen, en toen de koorts wat minder werd en we dus niet meer in de nacht hoefden op te staan om paracetamol te geven, had ze inmiddels zo veel waterpokken dat ze daardoor weer niet kon slapen. Ze heeft ze zelfs in haar mond, dus de speen lukte niet, en eten lukte ook niet. Echt miserabel was ze. Inmiddels gaat het ietsje beter, maar proberen we haar alsnog zonder speen te laten slapen. D.s nieuwe motto is nu: ‘speen niet, doek wel.’ Het zou wel heel goed van haar zijn als ze voortaan zonder speen zou slapen, dan hebben die waterpokken toch nog iets goeds opgeleverd!

S. 4 jaar (april)

      Geen reacties op S. 4 jaar (april)

‘M. en A. zeggen dat een meisje niet met een ander meisje kan trouwen’, zegt S. ineens vanuit het niets.
‘O’, zeg ik. ‘Nou, dat is niet zo.’
‘Nee!’ zegt S.
‘Ja’, zeg ik.
‘Dus dat zei ik’, vervolgt S. ‘Maar toen geloofden ze me niet!’
‘Wat vond je daarvan?’ vraag ik.
‘Heel stom’, zegt S. ‘Want jij bent een meisje en je bent met een meisje getrouwd.’
‘Precies’, zeg ik. ‘Dat heb je goed gezegd. Jij weet tenminste hoe het zit.’
Ik vroeg me natuurlijk af hoe het ter sprake was gekomen, dat S. twee moeders heeft. Maar zo bleek het niet gegaan te zijn, althans, dat vermoed ik nu. S. wil namelijk graag met I. trouwen, een meisjesklasgenoot, zo heeft ze ons toevertrouwd. En I. ook met haar en zij weet ook dat twee meisjes wel met elkaar kunnen trouwen. Dus waarschijnlijk was dat de aanleiding. Ik ben heel trots op S. maar ook een beetje verdrietig dat ze nu al van dit soort gesprekken met klasgenoten moet hebben.

Ik ging met S. naar de speeltuin bij de bieb. Toen we daar klaar waren, stelde ik voor om nog even langs het schoolplein te rijden, en dat als V. en F. daar waren, dat ze dan nog even met hen kon spelen. V. en F. zijn een tweeling en S.’ beste vrienden. Ze wonen tegenover de school. Dus we reden daar langs, en ze waren er (want het was hartstikke mooi weer), dus S. rende op hen af en ze gingen ogenblikkelijk samen spelen. De moeder kwam V. en F. een banaan brengen en ook even S. bekijken, want het bleek dat V. en F. het al vaak over S. gehad hadden, en toen kreeg S. ook een banaan. Het was zo ontzettend mooi om te zien hoe ze met z’n drieën samen speelden. S. nam wel een beetje de leiding in het verhaal over dat zij politie waren en een soep aan het brouwen waren voor de boeven. Als ze die opaten, zouden de boeven dood gaan, en blablabla. De jongens luisterden gedwee en hielpen ijverig mee met de soep. Ik was enorm trots op S., al was het wel lastig om haar daarna mee te krijgen… Het is S.’ diepste wens om ‘echt’ met hen af te spreken, hopelijk gaat dat binnenkort een keer gebeuren.

D. 2 jaar en 1 maand/ 2 jaar en 2 maanden

D. en ik zijn naar de speeltuin geweest. We deden verstoppertje. Het was geniaal, D. gluurde door haar vingers en rende dan meteen naar me toe, maar toen ik er toch in geslaagd was om me te verstoppen zonder dat zij had gezien waar, bleef ze gewoon op het bankje zitten waar ze had geteld. Ik kon niet goed beoordelen wat er nu in haar omging. Was ze bang, was ze tevreden, was dit haar manier van zoeken? Ze vond het in elk geval heel grappig toen ze me uiteindelijk zag (vanaf het bankje dus). Daarna ging ik haar nog zoeken, wat nog best ingewikkeld was omdat ze gewoon op de wip ging zitten, of op de glijbaan, dus er kwam enig acteerwerk bij kijken. Het huisje was nog het moeilijkst, ware het niet dat ze toen direct riep: ‘Ikke huisje ‘stoppen!’.

D. toen ze hoorde dat haar neefje al een eerste tand had: ‘Baby! Tand! Hahahahahahaha.’

‘Droog buiten, buiten spelen!’ zegt D. tegen mijn moeder. Ze heeft buikgriep gehad en is het inmiddels helemaal beu om binnen te zitten. Dat het nu vooral sneeuwt en ijskoud is, maakt haar niet uit. ‘Zandbak spelen.’
‘We gaan niet in de zandbak spelen nu’, zeg ik.
‘Nee! Nee!’ zegt D., en ze komt zwaaiend met haar vinger naar me toe. ‘Sssshhhh!’
Ze probeert me gewoon het zwijgen op te leggen!

D.’s favoriete spel van de laatste tijd is monstertje spelen. Dit speelt ze samen met S.. Als ze beneden zijn, speelt het spel zich op de wc af, dus het is niet bepaald ons favoriete spel. Als ze boven zijn, speelt het spel zich op S.’ kamer af, en meer specifiek in S.’ bed. Bij het spel moet je zorgen dat het donker is, en dan moet je jezelf dus verstoppen voor de monsters. Of je bent zelf ook een monster, dat kan ook. En dan ga je samen met je zus wachten tot er iets gebeurt en dat is dan heel spannend en leuk, dus er komt veel gegiechel bij kijken. Laatst meldde ze dat ze het ook op de crèche had gespeeld, maar hoe dat er dan weer had uitgezien, geen idee.

S. 4 jaar (maart)

      Geen reacties op S. 4 jaar (maart)

S. als ik haar ophaal van school: ‘Ik heb keelpijn!’
Ik: ‘O nee!’
Zij: ‘Ik heb heel hard ‘ieee’ en ‘aaaah’ geschreeuwd.’
Ik: ‘O, jullie zongen de minimonsters?’
Zij: ‘Ja, en N. en L. en ik schreeuwden heel hard. Het allerhardst!’
Dat zal wel geen corona zijn dan.

Ik was zelf snipverkouden, maar heb me niet laten testen. Dat had ik een tijdje terug echt niet gedacht, maar ik ben er helemaal klaar mee, ze verkwanselen je gegevens, en wat heeft het voor zin? Ik zie toch niemand, en als het corona is, dan ziek ik het uit, maar hoogstwaarschijnlijk is het helemaal geen corona want ik had mijn gebruikelijke verkoudheidsklachten, inclusief oorpijn wat helemaal geen symptoom is van corona, en testen is pijnlijk en irritant en blablabla, vast allemaal ontzettend slechte excuses, maar goed, geen test dus en wel misère.
En toen stak ik natuurlijk S. aan. En ik kan gewoon binnen blijven, dat maakt voor mijn werk niet uit, maar S. mag dan meteen niet meer naar school. Zo zielig! Toch hebben we ervoor gekozen om haar niet te laten testen. Mijn moeder is woensdag wel gekomen, die vertrouwde er ook op dat het een gewone verkoudheid was, dus toen had ze voldoende afleiding. Ze wilde vooral graag weten wie de hulpjes waren, waarschijnlijk omdat ze zelf op dinsdag hulpje geweest was. Vandaag had ik een drukke dag met het werk, dus N. is vooral bij S. gebleven. En S. luisterde luisterboeken. Niet een, niet twee, niet drie, nee, gewoon vier luisterboeken. Dan ben je dus gewoon zo ongeveer heel de dag aan het luisteren hè. Dat ze daar niet totaal mesjogge van wordt, dat begrijp ik niet.

S.: ‘De juf zei: je mag wel hoesten hoor S..’
Dat arme kind was waarschijnlijk zo ongeveer paars aangelopen in een poging om niet te hoesten, bang als ze was dat ze dan naar huis gestuurd zou worden… Gelukkig mocht ze blijven!

S.: ‘Ik hoop zo dat mijn wens uitkomt. Je weet wel, dat ik later Nijntje word.’
Ik: ‘Nou, ik zou dat heel erg vinden, als jij Nijntje zou zijn.’
S.: ‘Hoezo? Dan kun je toch elke avond mij op de televisie zien?’
Ik: ‘Dat zou ik echt niet leuk vinden! Ik zou je echt heel erg missen!’
Zij: ‘Dat is wel leuk, kun je in elke aflevering zien wat ik nu weer beleef!’
Ik schoot er gewoon van vol, de gedachte dat ik mijn S. enkel op de tv zou kunnen zien vloog me echt enorm aan.

D. 2 jaar/ 2 jaar en 1 maand

      Geen reacties op D. 2 jaar/ 2 jaar en 1 maand

Er ligt héél veel sneeuw. D. blijkt niet echt een sneeuwliefhebber te zijn. Ja, ze vindt het op zich wel leuk om even een sneeuwbal vast te houden, maar ze vindt het nog steeds veel leuker om op de schommel te zitten. Maar van een heuvel afsleeën in een wasmand, dát vond ze natuurlijk wel weer prachtig. Het ging nog behoorlijk hard, maar D. is niet zo bang aangelegd, dus ze had een lach van oor tot oor. Wel moest ze enorm hard huilen toen we weer naar huis gingen. Dat ze weer eens totaal blauwe wangetjes had, en inmiddels ook een natte broek, vond ze allemaal geen argument.

D. heel de dag: ‘Kijke nou!’ En dan moeten we weer kijken naar wat ze heeft of ziet.

De mevrouw van de schoenenwinkel kwam langs. Heel chique service hoor! Het was precies de laatste dag dat het zo kon, vanaf vandaag mogen de winkels weer open met een of andere constructie dat je maar heel weinig klanten mag op een dag, of zo. Geen idee precies, voor hen fijn, voor ons was het nu in elk geval ontzettend handig dat zij gewoon naar ons kwam, met een maatlat en talloze schoenen in haar auto. Ik dacht dat het een drama zou worden, maar D. was erg enthousiast. Het was mooi weer, dus S. en D. zaten elk op hun stoeltje in de tuin, helemaal klaar ervoor. De mevrouw mocht gewoon haar voeten meten, schoenen uit doen, nieuwe schoenen aan, D. vond het allemaal best. Het bleek dat haar voeten alweer een maat gegroeid waren, 24 heeft ze nu. Alleen wel smalle voeten, dus veel modellen vielen af. Nu heeft ze bruine schoenen met knaloranje veters. Ze bewondert ze steeds in de schoenendoos.

D. tekende net gewoon een poppetje op de douchedeur! Of nou ja, meer een kwal eigenlijk, met alle ledematen naar beneden. Maar toch, ze tekende zo een cirkel, met twee oogjes en een mond/neus en toen dus vier streepjes naar beneden. Zo jammer dat ze ‘m daarna direct met de wisser weer liet verdwijnen, ik had een foto willen maken van hoe geniaal ze is.

S. 4 jaar (februari)

      1 reactie op S. 4 jaar (februari)

Op school hadden ze een Valentijnskaart gemaakt. Voor degene die ze het allerliefst vonden. S. kwam ermee uit school en zei: ‘Deze kaart is voor mama N., want die vind ik het allerliefste.’ Nou, oké. Ik probeerde niet al te gekwetst te zijn, ik snap heus ook wel dat ze de mama kiest bij wie ze in de buik gezeten heeft en dat ik me dat echt niet persoonlijk aan hoef te trekken. Maar toen ze zondagochtend de kaart gaf en het herhaalde en N. het per ongeluk slechter in plaats van beter maakte door te zeggen: ‘Dat was vast wel moeilijk hè, om één iemand te kiezen?’ en S.’s antwoord was dat dat helemaal niet moeilijk was, en dat je ook twee mensen mocht kiezen maar dat zij dat niet had gedaan want N. vond ze het allerliefste, vond ik het wel moeilijk worden om het me niet persoonlijk aan te trekken. Vervolgens vatte N. het plan op om koekjes te bakken met S., wat natuurlijk een heel lief en leuk plan was, ware het niet dat ik als verrassing wat lekkere dingen besteld had voor in de middag. Als er dan net koekjes gemaakt waren, dan was dat effect natuurlijk helemaal weg, zo redeneerde ik. Waardoor ik ineens jankend aan het ontbijt zat. Toen D. me later ook nog eens wegduwde, moest ik nog eens huilen. Ik voelde me gewoon zo ongeliefd en zo’n slechte moeder. Als het zo overduidelijk is dat kinderen liever hun biologische moeder zien, was het dan geen verkeerde keuze van mij om moeder te willen worden? Ik ontneem de kinderen nu hun tweede biologische ouder, met wie je kennelijk toch een of andere geheimzinnige band heb, wat ik nooit zal kunnen ervaren. En in plaats daarvan hebben ze dan mij. Iemand die maar zo’n beetje alsof doet, die er niets van bakt. Het is een naar gevoel, en ik kan er verder niks mee. Ze zijn er nu al, het enige wat ik nu kan doen is er het beste van maken. Dus dat deden we dan maar. Naar buiten gingen we, naar de vijver, waar iedereen aan het schaatsen was. En daar kwamen we ineens C. tegen, het zusje van N. Daarom besloten we op te splitsen: N. en D. gingen boodschappen doen, en C. ging met S. en mij terug naar huis om de schaatsen te halen die mijn moeder ons gegeven had. En zo kwam het dat S., C. en ik ineens op het ijs stonden. Een beetje eng vond ik het wel, want hier en daar zag je gewoon stromend water, maar we zijn gelukkig droog gebleven. En S. kon ontzettend goed krabbelschaatsen, vond ik. Ze had het hartstikke naar haar zin en vond het fantastisch dat ik die schaatsen voor haar geregeld had. En toen gingen we weer naar huis en bleek N. ook nog eens tompoucen gekocht te hebben, en een doos chocolade voor mij. Ik verzoende me er maar gewoon mee dat dit een heel oversuikerde dag was.
Ik zou echt vaker naar buiten moeten, moeten bewegen. Hopelijk wordt het gauw weer wat mooier weer. Al die gedachtes moeten m’n hoofd uit, want ze hebben helemaal geen zin.

D. 1 jaar en 11 maanden

      Geen reacties op D. 1 jaar en 11 maanden

S. is wat aan het klieren, maar stopt als N. daar wat van zegt. D. wijst naar S. en zegt: ‘Kong! Kong!’ Of we haar even op de gang willen zetten…

D. vindt tekenen echt ontzettend leuk. Ze zegt ook steeds wat ze dan tekent, zichzelf, of een mama, of een giraf. Dat kun je natuurlijk niet herkennen, maar grappig is het wel. Ze houdt haar potlood ook keurig in potloodgreep vast, alsof ze al een kleuter is. Dat is ze nog niet, maar een dreumes is ze toch ook nauwelijks meer te noemen inmiddels…

Van de crèche horen we nauwelijks wat, dus D. kijkt gewoon elke dag met veel plezier naar het filmpje van S.’ juffen. ‘Juf E.! Lief!’ roept ze dan. Met S.’ meeting deed ze laatst ook gewoon mee. Ze deden ‘petje op petje af’ en toen D. steeds meer kinderen met een pet in beeld zag verschijnen, ging zij ook naar de gang om een pet te halen. De meeting erna ging D. ook gauw weer naar de gang voor haar pet, terwijl ze toen iets heel anders gingen doen. S. wilde toen natuurlijk ook weer een pet, dus zaten m’n meiden ineens weer met hun petten klaar voor de meeting.

D. kan tellen: een een een. En een paar dagen later: een een een tien! Ze kan ook de dagen van de week, door het dagelijkse filmpje van S.’ juffen. Ze wordt nog eens hartstikke slim door het thuisonderwijs.

Woorden die D. zoal kent: ‘Pita-broodje, waterval, boekenkast.’
Wat D. nooit zegt: haar eigen naam.

S. 4 jaar (december/ januari)

      Geen reacties op S. 4 jaar (december/ januari)

Met Oud en Nieuw blijkt dat niet iedereen zich aan het vuurwerkverbod houdt, in de middag gaat het al helemaal los. S. en ik spurten dan steeds naar boven om te kijken waar het vandaan komt, of we ergens rook kunnen zien. S. wil ook graag vuurwerk afsteken, zegt ze, dat lijkt haar leuk en dat hoort erbij. Er zijn er meer die zo denken, maar zeker rond middernacht houden veel mensen zich daar niet aan. S. wordt daarom vlak na middernacht huilend wakker. Ik ren naar boven zodra ik dat merk, ze zit rechtop in haar bed en kijkt heel bang. ‘Kom eruit!’, zeg ik. ‘Er is vuurwerk, het is het nieuwe jaar!’ En ik til haar eruit en samen kijken we naar het vuurwerk. ‘Nu lijkt het mij toch niet zo leuk om zelf vuurwerk af te steken’, zegt ze. En de volgende ochtend voegt ze daar nog aan toe: ‘Ik wist niet dat de knallen ook zo hard konden zijn.’

De eerste week thuisonderwijs zit erop. Het is een enorme uitdaging om dat ook nog in te passen naast werk, zorgen voor D. en het huishouden, maar deze week is het in elk geval gelukt. S. is zelfs op de nogal kort dag ingeplande teamsmeeting om iedereen gelukkig nieuwjaar te wensen. Ze vindt het helemaal niks, wat ik wel snap. Tien zwijgende kleuters en eentje die ‘Gelukkig nieuwjaar!’ aan het krijsen is, wat moet je daar nou mee? De dagfilmpjes vindt ze wel heel leuk, dan doen ze het liedje van: ‘Zeven dagen van de week’ en leggen ze een opdracht uit die we moeten/kunnen doen. S. is er steeds wel enthousiast over. Ze vindt het ook erg leuk om in haar werkboekje te werken en op de apps waar we toegang toe hebben, en om het spelletje te doen dat in haar werkboekje zit. Donderdag krijgt ze wel een inzinking als ‘schip’ niet op ‘vis’ blijkt te rijmen en als de app haar zegt dat het geen 8 sneeuwpoppen zijn (‘het zijn er wél 8, ik heb ze geteld!’), dus ik suggereer dat haar hersens moe zijn en dat we wellicht beter wat anders kunnen gaan doen. En: van proberen kun je leren. Op school zitten ze ook niet continu zulke opdrachten te doen, dan gaat het ook veel meer over sociale vaardigheden en dat soort dingen, leren hoe je te gedragen in een klas, die ontwikkeling staat nu dan maar even op een laag pitje. Het is ook nog eens ontzettend januari-weer met veel regen, dus we kunnen ook niet veel naar buiten. Hoewel we vandaag nog even naar het schoolplein geweest zijn en gisteren hebben ze een rondje buiten in de plassen gestampt.

We gaan naar mijn moeder en zitten dus een tijdje in de auto. Daarom doen we het spelletje van ‘ik heb een dier in mijn hoofd.’ S. is aan de beurt. Het is een groot dier, een grijs dier, hij woont in het bos en eet geen andere dieren. Geen slurf, geen olifant, geen neushoorn, geen nijlpaard. Hij kan lopen en heeft twee poten.
Ik: ?????
Zij: Het heeft iets met Kikker te maken!
Was het een rat…

D. 1 jaar en 10 maanden

      Geen reacties op D. 1 jaar en 10 maanden

‘Ga je vandaag bij opa en oma spelen?’ vraag ik.
‘Jaaaa’, roept D. En daarna: ‘Uusj? Uusj?’
Oftewel: zus? Zus? Zo lief dat ze wil weten of S. ook mee komt!

We hebben bergen en bergen kerstkaarten gemaakt met z’n allen. D. heeft er ook gemaakt, ze heeft gekleurd en lintjes geplakt en stickers geplakt en met de glitterlijm gekwast. Bij de lintjes moest per se S. haar helpen (‘Uusj! Elpen!’), wat S. met alle liefde deed. De ene kerstkaart is wat mooier geworden dan de andere, maar dat geeft niks, het was een ontzettend leuk gezinsproject. We moeten echt proberen om wat vaker te knutselen, het is zo goed voor ze en ze vinden het echt leuk.

Nog voor ik D.’s mango in haar ontbijt kan snijden, grist ze het uit mijn handen. Ik: ‘Nou, veel plezier met je enorme stukken mango hè.’ Een volgend moment stikt D. zowat in haar mango, N. en ik springen direct op, klaar om in actie te komen. Gelukkig lukt het haar om het weer uit te hoesten. Opgelucht gaan N. en ik weer zitten. Vervolgens zegt D.: ‘Mmmm, lekker!’

Je merkt het wel hoor, dat D. het tweede kind is. Bij S. deden we echt nog ons best om haar gezond te eten te geven, en natuurlijk doen we dat bij D. ook wel, maar het hangt wel van uitzonderingen aan elkaar. Met Kerstmis mocht ze bijvoorbeeld hagelslag (‘wawa’), wat ze vervolgens de hele tijd wilde. Gelukkig vond ze ‘jaja’ (zuivelspread, eerder noemde ze dat nog ‘ead’, geen idee hoe ze geswitcht is naar ‘jaja’) ook nog wel een goede optie. En met Oud en Nieuw heeft ze gewoon een halve oliebol, 2 kwarkbollen en een halve appelbeignet gegeten. Dat mocht S. echt niet! Maar tegen S. konden we gewoon zeggen: ‘Dit is niet voor kindjes’, maar omdat S. nu wel wat meer mag, valt het anders echt niet uit te leggen.