S. 3 jaar en 4 maanden

      Geen reacties op S. 3 jaar en 4 maanden

Het land is op slot. Het voelt zo onwerkelijk, wie had een paar weken geleden gedacht dat dit écht zou gebeuren? Natuurlijk is S. weer ontzettend aan het hoesten, dus die mag officieel niet eens naar buiten toe, terwijl het net heel erg lekker weer geworden is. Ze pakt het tot nu toe goed op, maar het is een vreemde situatie. Dat het verjaardagsfeestje van haar oma niet doorging, vond ze wel erg jammer. Facetimen is leuk, maar het haalt het toch niet bij elkaar echt zien. Momenteel ben ik de enige die niet verkouden is, dus de enige die boodschappen mag doen. Wat zijn N. en ik blij dat we een paar weken terug al groot hadden ingeslagen, voor het geval dat. Er staat een tas met extra brood, zakdoekjes en pasta op zolder, dus daar hoeven we in elk geval niet in paniek over te zijn. Voor N. is het heel zwaar, die is er natuurlijk helemaal niet aan gewend dat wij allemaal de hele tijd thuis zijn. En we zijn natuurlijk bang om corona te hebben of te krijgen, en vooral om het dan vervolgens door te geven aan mensen die er veel zieker van worden. Het is heel verdrietig dat ik nu niet naar mijn oma kan, die precies in deze tijd gevallen is en erg veel pijn heeft aan haar benen. S. en D. hebben samen wel een mooie tekening voor haar  gemaakt. En toen ik haar belde, wilde S. ‘Hallo’ zeggen en: ‘Ik vind het zielig voor je dat je nu zo loopt.’ Ze deed na hoe mijn moeder na had gedaan dat omi liep, heel langzaam en gebogen.

Ik kan me nog niet voorstellen hoe het gaat zijn als het langer duurt, we doen het maar dag voor dag. In elk geval vond S. het ontzettend leuk om thuis te peutergymmen. Matras naar beneden, tunnel onder de tafel, een parcourtje van de regenboog, N. had alles uitgezet. En we deden het openingsdansje en na afloop bellenblazen. Elke dag wil S. nu weten of het alweer zaterdag is.

D. 1 jaar en 1 maand

      Geen reacties op D. 1 jaar en 1 maand

D. vindt het verschrikkelijk in het ziekenhuis. Ze is echt heel zielig, wil niet spelen, niet slapen, niet eten, niks, alleen wat klagelijk jammeren. N. bingewatchet TikTak met haar, sust haar in slaap, geeft haar extra borstvoeding. Ik race heen en weer tussen het ziekenhuis en thuis. Er zijn heel veel medische personeelsleden en op een gegeven moment haal ik ze allemaal door elkaar. S. speelt in de Ronald MacDonald-huiskamer en krijgt bij de lunch een smoothie, we proberen het voor haar zo fijn mogelijk te maken. Voor D. is daar geen beginnen aan. Iemand kijkt mee met het eten, prompt eet ze wel wat stukjes brood zonder zo gek te hoesten en kokhalzen wat ze daarvoor (en daarna…) steeds doet. Dus mogen we naar huis. Dat is aan de ene kant natuurlijk hartstikke goed nieuws en aan de andere kant ook beangstigend. Wat als het weer mis gaat, wat als het toch niet goed gaat met haar? Maar gelukkig krabbelt ze steeds verder op. Ze vindt het fijn om thuis te zijn, ook al is ze nog steeds heel erg moe en heeft ze last van haar keel (van het beademingsbuisje, bedenk ik, al hebben de verpleegkundigen die optie niet genoemd). Ze begint weer wat te spelen, te lachen. En nog een dag later alweer wat meer, en nog een dag later begint ze ook weer te boeven als vanouds. De angst dat het weer terugkomt blijft. Ik zal zo blij zijn als beide kinderen zes jaar zijn. En ik hoop dat ze geen epilepsie ontwikkelen. Daar is bij een atypische koortsstuip meer kans op, maar wat zegt dat? Niks. We moeten gewoon afwachten. 112 bellen als het weer mis gaat. Heel veel van onze kinderen houden.

Een paar dagen later bel ik nog de huisartsenpost, omdat D. toch weer twee keer heeft overgegeven. Daar vinden ze het goed dat ik bel, maar denken ze ook dat er geen reden tot zorg is. Waarschijnlijk heeft ze inderdaad last van de ‘tube’ die ze gehad heeft. Daar vertrouwen we dan maar op. Nu met het coronavirus maakt met name N. zich nog extra zorgen over of het nog een keer gebeurt. En dat er dan geen bedden zullen zijn op de intensive care en ze niet geholpen kan worden. Dat is inderdaad een eng idee. Verder is D. ineens als een malle aan het gebaren. In het ziekenhuis deed ze ineens al ‘aap’, maar ze kan ook paard, varken, krokodil, vogel, de hele dierentuin/boerderij doet ze. Allemaal door de boekjes die we met haar lezen, dat vindt ze ineens hartstikke leuk. ‘Waar is Dribbel’ is de grote favoriet.

S. 3 jaar en 3 maanden

      Geen reacties op S. 3 jaar en 3 maanden

Er zit een kauw met een lamme vleugel bij het winkelcentrum. Ik wijs hem aan en zegt tegen S: ‘Dat is wel zielig hè, dat ‘ie nu niet kan vliegen?’
‘Ja’, zegt S. ‘Misschien kan die andere kauw hem dragen!’

S. kan toch zo lief spelen met het Duplo-huis of met het huisje bij mijn moeder. Dan hoor je zinnen als: ‘Lalu, Roepie, komen jullie spelen?’ ‘Ja, zeiden ze.’ En: ‘Samen gingen ze op weg.’ Alsof ze een boek voorleest.

Ik ben echt de trotste moeder ooit. Want S. is ineens zindelijk. En dat terwijl D. in het ziekenhuis belandde en S. dus ineens wakker werd in een huis zonder moeders, maar met een oma. En dat terwijl N. en D. ook de twee nachten daarna er niet waren en alles ineens anders en raar was. S. heeft dat zó goed gedaan. Ze is mijn Mevrouwtje Onderbroek. Ze heeft het sowieso ontzettend goed gedaan toen N. en D. er niet waren. We hebben samen op het magneetbord het ziekenhuis getekend met het plaatje van de Panda erbij, omdat D. op de Panda-afdeling lag, en ze wilde doen dat ik haar naar haar Rupsje Nooitgenoeg-plaat bewoog en dat ik dan zei van: ‘Ennn… een bloem! Ennn… een vlinder!’ Dat spelletje doet N. altijd met D. als we S. in bed leggen, maar ja, die waren er nu niet, dus hadden we het zo opgelost. Zo dubbel om ‘Met z’n allen met z’n allen met z’n allen in de rij’ te dansen, een liedje van het Zandkasteel, terwijl een stad verder je dochter in het ziekenhuis ligt. Enerzijds was S. gewoon vrolijk, en dan ineens merkte ik dat ze N. en D. erg misten. Dat ze op de fiets ineens vroeg: ‘En hoe gaat het nu met D.? Trekt ze nog steeds alle snoeren los?’ En dat ze op donderdag zei: ‘Als D. niet naar de crèche gaat, ga ik ook niet!’ Maar ze ging wel. Wat een week, ook voor haar.

D. 1 jaar

      Geen reacties op D. 1 jaar

‘M., kun jij even komen kijken?’
N. heeft D. net in bed gelegd. D. is al heel de dag hangerig en jengelig. Ze heeft al diverse keren gespuugd, ook tijdens het avondeten, en daarom legt N. haar vast in bed. Maar nu lijkt ze te rillen en langs ons heen te kijken. We halen haar uit bed en overwegen de huisartsenpost te bellen, maar wat als ze het gewoon koud heeft of geschrokken is omdat ze ineens in een ander kamertje ligt? We hebben namelijk net het bedje verzet van onze kamer naar D.s (toekomstige) kamer. Eerst meet ik nog haar temperatuur, ze heeft inderdaad koorts. Terwijl ik dat doe, begint ze raar omhoog te kijken. Ze lijkt niet echt alert, en ze probeert te spugen, maar het lukt haar niet. Ik bel de huisartsenpost, raak in paniek door het keuzemenu, bel nog eens, ben beller nummer 4 en bel dan 112, die het toch weer over een koortsstuip heeft. Oké, een koortsstuip, dat kennen we van S., maar dit ziet er minder eng uit, dus ik ben eigenlijk alweer een beetje gekalmeerd. We laten de ambulancebroeders binnen, die dragen D. naar het matras naast S.’s bed (o, hadden we dat bedje nou maar niet verplaatst!) en beginnen hun koortsstuipenprotocol te volgen. Ik sta daar met S. naar te kijken, zie D. stuipen, bedenk dat dat niet handig is en stel voor haar een boek voor te lezen. Dat is het raarste voorlezen dat ik ooit gedaan heb, zo surreëel. Maar S. laat zich graag afleiden. Ondertussen wordt duidelijk dat N. en D. naar het ziekenhuis gaan, want D. komt nog niet uit haar stuip. Dan is het ineens toch wel heel lastig om twee kinderen te hebben, want ik blijf dus achter met S.. Ik leg haar in bed, ruim wat op en zet de vaatwasser aan en facetime ondertussen met mijn moeder. N. belt en zegt dat het nog steeds niet goed gaat, dat ze misschien naar het WKZ moet en dat er nu ook een neuroloog en anesthesist bij zijn. Mijn moeder springt in de auto en ik app wat mensen, maar iedereen kijkt Wie is de Mol dus niemand antwoordt. Zo frustrerend, zo alleen, zo in shock. Ik begrijp ineens niet meer waarom ik niet ook bij D. ben, maar N. belt weer, en tante A. wil mij wel halen, en ik regel dat de buurvrouw even op S. past tot m’n moeder er is. We moeten wachten wachten wachten en dan mogen we naar de operatiekamer en daar ligt D., helemaal stil aan de beademing, het ziet er zo niet-D.achtig uit. Dat we haar een kus moeten geven, ik zie daar de zin niet van in, want dat D. daar niets van merkt, lijkt me overduidelijk, dat is D. niet en ik wil D. terug. N. en ik worden door tante A. naar huis gebracht, pakken meer spullen in en rijden naar het WKZ. Heel lang wachten daar tot we naar de intensive care mogen, waar D. inmiddels scans gehad heeft en een ruggenprik. Waar allemaal gelukkig niets uit komt, is de eerste indruk. Ik ga toch even slapen in de ouderkamer, N. daarna. Verder zitten wij D.s bed, uitgeput, bezorgd. D. ligt stil, soms wordt ze wat wakkerder omdat ze de medicatie verlagen, maar té wakker is nog niet de bedoeling, want dan trekt ze de beademing eruit en dat mag nog niet. Pas als het ochtend is en de ochtenddiensten beginnen. Het gaat gelukkig goed, ze ademt weer zelf, dat is een hele opluchting. De dokter zegt dat het toch een koortsstuip is, dat ze daar nu vanuit gaan, maar dan een ernstige waar ze niet zelf uit kwam. Ik voel me opgelucht. De gedachte aan S. die ’s ochtends wakker wordt en dat wij er dan niet zijn doet me huilen. D. is als een jong veulen dat op probeert te staan en steeds door z’n hoeven zakt, haar armen werken niet mee en ze wil toch heel graag op haar knieën zitten en staan. Ze mag van de intensive care, en ik haal S. en m’n moeder op. Maar eenmaal daar is D. vooral heel erg overstuur, dus dat is heel zielig en vervelend. Ze spuugt weer, en ik rijd met een bezwaard gemoed weg, want ik moet voor S. zorgen. Er kan maar één iemand bij D. blijven, en dat is nu eenmaal degene die borstvoeding geeft. Ik weet niet welke plaats beter is. Ik wil overal tegelijk zijn. Ik wil dat iedereen gewoon hier is.

D. 1 jaar

      Geen reacties op D. 1 jaar

D. is wel echt een enorme boef. Natuurlijk, elke dreumes probeert dingen uit, maar D. kruipt voortdurend op de zoldertrap, kleppert met de dvd-speler, en kruipt zo uit de Tripptrapp op tafel. Dat kan natuurlijk niet, we moeten wel even op kunnen staan onder het eten zonder dat zij haar kans grijpt om op tafel te klimmen, dus hebben we het tuigje gemonteerd. N. voorspelt dat we later zo’n ding aan onze pols nodig hebben als D. leert lopen. Ik mag hopen dat die voorspelling niet uitkomt, maar als het zo is, gaan we dat zeker gebruiken.

Verder is D. vooral ook ontzettend lief en vrolijk. Ze gebaart echt de hele dag, al weten we meestal niet wat precies. ‘Boek’ is het duidelijkst, dat gebaart ze bij het naar bed gaan, en ‘konijn’ bij Nijntje. Ook zegt ze als je haar in haar stoel zet: ‘Uuuh’ en gebaart ze gieter, als opmaat voor ‘De plantjes geven water, de visjes krijgen voer’, wat we altijd zingen voordat we gaan eten.
Voor zulke kinderen leer je gebaren, want afgezien van een sporadisch ‘Mama’ (als ze niet uit bed gehaald wordt) zegt ze nog niets.

S. 3 jaar, 2 maanden

      Geen reacties op S. 3 jaar, 2 maanden

Met Peutergym gingen we tennissen. Van vorig jaar herinnerde ik me nog dat S. dat heel leuk vond. En ook dit jaar vond ze het weer een fantastische oefening om met een pittenzakje op een tennisracket rond te lopen. Meester B. zei dat het een pannenkoek was die niet op de grond wilde vallen. En wie het wilde proberen. S. stak keurig haar vinger op (waar heeft ze dat nou weer geleerd?) en meester B. overhandigde haar het racket. Iedereen was binnen een minuut de pittenzakjes van het racket af aan het gooien, maar S. niet, die liep geconcentreerd rond met haar pannenkoek. Ook toen het wél de bedoeling was om ‘m eraf te gooien, bleef ze ermee rondlopen. Pas toen ik zei dat mijn handen het bord waren en dat ze de pannenkoek naar me toe moest gooien, deed ze het. En daarna deden we alsof we de pannenkoek op gingen eten.
Ik weet niet of zij nu toevallig een grote voorliefde heeft voor rollenspellen, of dat wij dat (onbewust) enorm stimuleren, maar schattig is het wel.

‘S., gaat het goed?’ vraag ik. S. zit op de wc.
Het is even stil en dan hoor ik: ‘Ik kan er niet meer uit.’
Ik kijk naar het slot, dat inderdaad dicht zit. Normaal doet ze nooit de deur op slot, maar laatst had ze er wat vragen over, en heb ik haar laten zien hoe het werkt met de kleurtjes. Ik had er geen rekening mee gehouden dat ze dat nu zelf zou willen proberen, maar eigenlijk is dat natuurlijk heel logisch.
‘Dan moet je het slot weer opendoen’, zeg ik.
‘Nee, jij moet de deur opendoen’, zegt S..
‘Oké, wacht even’, zeg ik. En ik haal een mes en doe het slot open.
S. stapt naar buiten, met een verhaal over het lichtknopje. Het heeft kennelijk niet veel indruk gemaakt, dat opgesloten zitten. Ze had er het volste vertrouwen in dat ik haar zou bevrijden. Wauw. Ik ben blij dat het slot zo gemakkelijk met het mes was open te krijgen, want anders had ze toch mooi een ander beeld van mij gekregen…

We lezen sinds kort D. voor nadat we S. op bed hebben gelegd, maar dit keer heb ik ‘Rupsje Nooitgenoeg’ voorgelezen en dat is voor hen allebei geschikt.
S.: ‘En gaan jullie dit boek zo aan D. voorlezen?’
Wij: ‘Uh nee, dit boekje was ook voor D..’
S. kijkt sip.
Ik: ‘Hey S., even een vraagje. Luister jij altijd vanuit je bed mee, als wij D. voorlezen?’
En ja, dat blijkt precies het geval te zijn.

S. 3 jaar en 2 maanden

      Geen reacties op S. 3 jaar en 2 maanden

S. werd weer eens helemaal gierend als een benauwd zeehondje wakker. Het was zo zielig, ze was helemaal in paniek. Ik liet haar eerst wat drinken, maar het hielp niet genoeg, dus zei ik: ‘Kom maar mee, dan gaan we bij de douche staan.’ Dat vond ze reuze-interessant, en het hielp ook, dus toen werd ze gelukkig weer wat rustiger. Ik zei: ‘Gaat het weer een beetje? Of moeten we naar het ziekenhuis?’
‘Neehee’, zei S., op haar kenmerkende manier, zo van: wat een maf idee mama. Dus toen gingen we maar weer verder proberen te slapen.

S. een paar dagen later, toen ze weer beter was: ‘Ik wil naast de douche staan, samen met jou.’
Ik: ‘Maar je hoest helemaal niet meer.’
S, met veel moeite: ‘Uche uche. Wel waar!’
Ik kan het iedereen aanraden, deze methode. S. vindt het een stuk leuker om naast de douche te staan dan om verneveld te worden in het ziekenhuis. En het werkt (bij haar dan hè, op dat moment) minstens even goed.

D. 11 maanden

      Geen reacties op D. 11 maanden

Soms kan D. zo leuk spelen met S.. Dan kruipen ze achter elkaar aan, of doet S. D. na of andersom. Het gaat er af en toe wel wat te wild aan toe, bijvoorbeeld toen D. aan S.’s blauwe stoeltje hing en S. dat stoeltje door de kamer versleepte. Dat vonden N. en ik niet goed, maar S. en D. snapten daar niets van, die hadden de grootste lol. Ik herinner me dit van vroeger vanuit een ander perspectief. ‘Straks is het huilen! Houden jullie elkaar heel?’ Vroeger werd het tegen je gezegd, nu zeggen we het zelf.

‘Kijk, ik heb hier een blokje. En hier heb ik nog een blokje. Ik zet dit blokje op dat blokje.’
D. kijkt ernaar. Pakt dan een blokje en legt het op mijn twee blokjes.
Ik vind haar echt ontzettend geniaal.

Ik ruim alvast wat op. Achter me haalt D. alle boeken en puzzels weer uit de kast. De stapelbekertjes weer uit de doos. Superhandig is het. Maar, toegegeven, soms ruimt D. zelf ook al heel goed op. Ze is er dol op om speelgoed in de bak te doen. Vanochtend zat ze zelfs haar speelgoed uit de box te peuteren om het vervolgens in de bak te doen. En natuurlijk consequent alles net in de verkeerde speelgoedbak waardoor alles door elkaar komt te liggen hè.

Ik bouw een toren voor D.. Alle stapelbekers op elkaar. Als ik klaar ben, laat ik ‘m zien aan D.. Ze klapt enthousiast. Alsof ze bedoelt te zeggen: ‘Goed gedaan mama!’

Het gaat echt wel goed met onze D., ze is echt een vrolijke baby. Niet te geloven dat ze over ruim een week al jarig is, dat ze dan ineens al geen baby meer is…

S. 3 jaar en 1 maand

      Geen reacties op S. 3 jaar en 1 maand

We speelden dat we koningen waren. Dat kwam zo: S. was kralen aan het rijgen, maar de ketting ging niet over haar hoofd, dus toen was het een kroon. Ze maakte er ook eentje voor mij. Ik zei: ‘Ben ik dan de koningin?’ maar dat was niet zo, ik was ook een koning. Mijn dochter is gelukkig tot nu toe minder hetero-minded dan ik.
Toen gingen we het wuiven oefenen. Daarna gingen we stempels zetten op brieven die het volk ons stuurde. Steeds met de woorden: ‘Ja, dat willen wij.’ Wij wilden naar de sportwedstrijden, de verjaardagen van de honderdjarigen, huwelijksfeesten, openingsfeesten enzovoorts. We gingen ook nog bij de honderdjarigen op bezoek. ‘Dag lieverd!’ hoorde ik S. zeggen, alsof ze Sinterklaas was. Het was een mooi spel.
Het enige jammere is dat S. zo teleurgesteld raakte, toen we niet meer verder konden spelen en daarna de hele tent afbrak, maar goed, dat proberen we maar te vergeten.

S. en ik rennen naar de crèche.
S.: ‘We gaan heel lang rennen! We gaan nooit meer stoppen! Wat zullen de mensen opkijken als ze ons zien.’
En zo geschiedde.

S. 3 jaar en 1 maand, D. 10 maanden

We zijn weer helemaal into gebaren. Voor Sinterklaas hebben de meiden een dvd van Lotte en Max gekregen. S. vindt ‘m echt superleuk, maar D. ook wel, want die krijgt steeds beter door dat je met gebaren kan communiceren. Ze maakt er nog niet echt onderscheid in, maar als wij naar haar gebaren, begint ze wild met haar arm te zwaaien, dus volgens mij heeft ze wel door dat dat iets is. Daarnaast zegt ze ook voortdurend ‘Baba’, waarbij ik toch vermoed dat dat haar versie is van ‘Mama’. Als je aan haar vraagt waar S. is, kijkt ze ook de juiste kant op. Één keer gebaarde ze daarbij ook ‘zusje’, maar dat zal wel toeval wezen. Hoewel het me niets zou verbazen als dat haar eerste echte gebaar wordt, want die twee zijn echt fan van elkaar.

Van de bieb hebben we ook nog de eerste dvd van Lotte en Max met alle standaardgebaren, dus elke avond kijken ze nu een stukje. D. gaat dan wild met haar armen in het rondzwaaien en naar de tv kruipen, en S. zit op de bank en gebaart precies elk gebaar mee. Ze verzint ook nog steeds gerust haar eigen gebaren, met een stalen gezicht kan ze je dan uitleggen wat het gebaar is voor wc-papier, en ze had ook al haar eigen liedje bedacht, helemaal in de trant van Lotte en Max, maar dan met haar eigen melodie, tekst en gebaren. Het is zó leuk om te doen, ik snap nog steeds niet waarom niet veel meer mensen babygebaren leren.