D. 3 jaar en 1 maand

      Geen reacties op D. 3 jaar en 1 maand

D. heeft al helemaal zin om te leren fietsen. Ze heeft de oude fiets van S. ontdekt en vertelt nu trots voortdurend tegen N. dat ze daar in de zomer van mij op mag leren fietsen. Ze heeft ook al geprobeerd ons wijs te maken dat het al zomer is. Ja, het lijkt inderdaad heel wat als je naar buiten kijkt vanaf binnen, maar eigenlijk is het nog behoorlijk koud. D. wilde wel graag in een badje zitten, meldde ze. Verder doet ze voortdurend alsof ze een baby is, ze kruipt rond op haar knieën en praat en huilt van wèh wèh wèh. Met een beetje geluk doet S. dan ook nog alsof ze haar moeder is. Verder vechten ze met z’n tweeën geregeld elkaar de tent uit, vooral nu ik corona heb en ze dus wat minder hun energie kwijt kunnen dan normaal.

Raar moment. Ik zit aan de eettafel, kijk op en zie D. langs zeilen. Dat je eerst ook gewoon niet goed weet waar je nou naar aan het kijken bent. Maar echt, ze zeilde langs. Ze had zichzelf om de deur gedrapeerd, aan elke klink een hand, en als je je dan een beetje afzet en de deur langzaam openzwaait, nou ja, dan kun je dus zeilen.

Pfoe, ik vond het spannend maar ben toch maar weer met D. naar de Peutergym geweest. Het is twee weken geleden sinds de laatste koortsstuip, en het is vrijdag en dat is de laatste tijd de koortsstuipendag, dus ik werd er wel wat zenuwachtig van. Is het niet te druk voor haar, die Peutergym? Maar ja, ze moet wel ook haar energie kwijt kunnen want anders zit ze alleen maar fulltime op de bank te springen, wat niet mag, dus dat is ook geen optie. D. had er zelf wel weer zin in om naar de Peutergym te gaan, eerder vond ze het vooral spannend, dus dat hielp wel met de beslissing. Ze had het er ook echt wel naar haar zin, vooral het rollen van de mat vond ze erg leuk. Het klimmen op het wandrek vond ze eng, en de koprol doen met hulp van de juf ook. Gek is dat, dat ze thuis vaak heel enge dingen doen qua klimmen en zo maar dat ze het in een gymzaal dan ineens niet durven.

N. legt haar telefoon aan de oplader en vertelt ondertussen een verhaal. S. is ook iets aan het roepen, en ondertussen begint D. ook een verhaal: ‘Op de crèche… Eerst… mijn juffen.’
‘Wacht’, zeg ik. ‘D. wil wat zeggen, zij mag eerst.’
En D. ploetert voort: ‘Eerst een keer… mijn juffen…’
‘Ja?’ zeggen wij. ‘Wat is er met je juffen?’
En dan komt het verhaal eruit hoor: ‘hebben ook een keer hun telefoon opgeladen op de crèche.’

D. is al een week ziek. We hebben er heel veel stress om, vooral ’s nachts. Ze slaapt slecht, door de verkoudheid maakt ze rare geluiden, dus we zijn hyperalert op een koortsstuip. Maar ze heeft echt wel koorts, en krijgt geen koortsstuip. Daar zijn we blij om, maar als het na 6 dagen nog niet beter gaat, bellen we toch maar de dokter. Inmiddels zijn we allemaal ziek, kennelijk is het toch een besmettelijke stomme griep. De dokter zegt dat als ze vanavond boven de 38,5 heeft we morgen weer moeten bellen. Dat heeft ze niet, maar de volgende dag knapt ze ineens helemaal af en kan ze alleen nog maar huilen. Als ik vraag of ze ergens pijn heeft, zegt ze: ‘Mijn oren!’ Dus toch maar weer de dokter gebeld. N. kan gelukkig wel met haar mee en ja hoor, het is een dubbele oorontsteking. Ze krijgt antibiotica mee, dezelfde als S. eerst had, die zo smoet smaakt. D. vindt ‘m gelukkig ook lekker en smeekt er nu voortdurend om…

Het sneeuwt! D. is nog ziek, maar hoe vaak maak je dit mee? Ik laat haar gauw de tuin in, waar ze met haar handjes voelt in de sneeuw op de zandbak. Maar daarna komt ze al gauw weer naar binnen, toch een beetje teleurgesteld: ‘De sneeuw was heel koud.’ De volgende dag, het is inmiddels 1 april, gaan we naar de groene speeltuin waar kunstgras ligt, en waar de sneeuw dus goed is blijven liggen. Niemand anders is nog op dit idee gekomen, dus D. heeft de kans om als eerste overal voetstappen te maken. Daarna smelt het al snel weg, dus ik ben blij dat ik op tijd met haar boodschappen ben gaan doen.

S. 5 jaar (februari)

      Geen reacties op S. 5 jaar (februari)

S. heeft echt een goede kleuterfantasie nou. In de speeltuin speelt ze dat ze onzichtbaar is (‘Dus jij ziet mij nu niet, hè mama!’) als ze een bepaalde stok vasthoudt, en daarna roept ze vanuit het niets tegen D.: ‘Jij bent een koe!’ Ik verwacht dat D. dat niet oké vindt, want ze is druk bezig met van de glijbaan af gaan, maar D.’s reactie is: ‘Boeeeee!’ en zo spelen ze ineens dat D. een koe is die eten krijgt van S. Wel een koe die ook vaak de glijbaan af gaat, trouwens.

S. heeft inmiddels vier zwemlessen geweest en is enorm enthousiast. Ze vindt veel dingen wel heel spannend, zoals van de mat afspringen, maar dat is logisch. Maar ze doet echt goed haar best en heeft er steeds veel zin in, dus vooralsnog hebben we er echt niets over te klagen. Ik ben ook wel blij dat we gewacht hebben tot ze vijf is, het lijkt me echt heel moeilijk voor vierjarigen om dit allemaal al te kunnen.

S. heeft eindelijk Bo de logeerbeer mee vanuit school! Elke week hoopte ze zo dat ze aan de beurt zou komen en nu was het eindelijk zo ver. Helemaal trots liep ze met het koffertje over straat. Bo zat in mijn tas, veilig voor de hevige storm die er momenteel woedt. Bo heeft al het hele huis gezien en meegegeten en S. heeft zijn tanden gepoetst en z’n haren geborsteld. D. is minstens zo enthousiast over Bo als S. dus ze hebben er al flink ruzie over gehad…

Het was een leuk weekeinde met Bo. We hebben niet veel spectaculaire dingen gedaan, want het stormde heel het weekeinde. Op zaterdag viel het nog een beetje mee, dus toen hebben we ons naar de bieb gewaagd. Bo mocht mee in S.’s mandje op de fiets, waar ze natuurlijk heel trots op was. Maar hij viel er steeds bijna uit, dus op de terugweg mocht hij in het voorstoeltje van de moederfiets. En verder knuffelde S. Bo voortdurend en moest hij natuurlijk bij haar in bed slapen en werden steeds keurig zijn tanden gepoetst en z’n haren gekamd. En nu is het een week later en is Bo bij klasgenootje N. en is S. stikjaloers, want het is krokusvakantie dus nu heeft N. ‘m een hele week…

Verder heeft S. carnaval gevierd op school. Ze wilde eerst weer als spook, maar dat hadden N. en ik nu wel zo’n beetje gezien. Dat pak is ook helemaal niet praktisch om carnaval in te vieren en in het berichtje stond ook dat het niet te eng mocht zijn, dat argument overtuigde S. nog het meest om iets anders te willen. We hebben geprobeerd een lieveheersbeestjespak voor haar te vinden maar dat wilde nog niet zo lukken, maar toen kwam N. met het idee (van internet) om een pizza-pak voor haar te maken. Twee stukken karton, eentje voor en eentje achter, en dan versierd als pizza. Het was een heel project en er was net te weinig tijd en te veel algehele stress, maar het eindresultaat mag er wezen hoor! S. was er ook ontzettend blij mee, en de kinderen uit haar klas vonden het ook heel leuk en hebben geprobeerd om haar op te eten: ‘Hammm!’ De juf had haar ook nog als pizza geschminkt, dat maakte het wel helemaal af.

Ik ben met S. naar Monkey Town geweest. Of, de binnenspeeltuin, zo had ik het eerst genoemd zodat ze direct een idee zou hebben wat het was. Ze mocht kiezen van mij, naar een museum, naar de stad, of naar de binnenspeeltuin, en ze koos voor het laatste. Ze had ook gewoon echt iets verdiend wat leuk was, en alleen voor haar, na al die ziekenhuishectiek van de afgelopen tijd. Het enige was dat ze zaterdag ook nog op L.’s kinderfeestje erheen zou gaan. Dus zo is ze er nooit geweest, en zo zou ze twee keer in de week gaan. Ik vroeg me af of dat een probleem was en besloot van niet. Misschien juist handig als ze alvast zou weten hoe het daar is, ter voorbereiding. Het was ook echt geen probleem, want S. had het er zo naar haar zin dat ze het juist leuk vond om nog een keer te gaan. En je hoort altijd heel veel van die horrorverhalen over drukte en herrie enzovoorts, maar ik vond het zelf ook behoorlijk relaxed. Ik had een tafeltje, en hield S. wel zo’n beetje in de gaten maar allengs wel steeds minder, en er was inderdaad heel veel geluid maar dat was juist fijn, want mijn hoofd zat vol met oorlogsstress en die werd daardoor mooi wat gedempt. De eerste keer dat ik S. uit het oog verloren was, schrok ik wel, zeker omdat ik haar daarna ook écht niet kon vinden (omdat bleek dat ze naar de ballenbak in het peutergedeelte gegaan was, geloof ik…), maar daarna kreeg ik er meer vertrouwen in dat er eigenlijk niet zo veel kon gebeuren. Alles is natuurlijk ook van zacht materiaal en gemaakt om niet gewond te kunnen raken, en S. is ook echt niet het type om meteen alsnog gevaarlijke stunts uit te halen. En nou ja, op L.’s kinderfeestje zou ik er ook niet steeds naast staan, dus dit was dan toch alvast een mooie oefening. S. was helemaal in de wolken, ook omdat ze een donut en warme chocolademelk kreeg. Ja, het was echt een prima dag.

D. 2 jaar en 11 maanden/ 3 jaar

N. brengt S. naar school. Het is woensdag, mijn moeder komt zo oppassen. D. pakt de kruk uit de badkamer en sjouwt ‘m naar S.’s raam.
Ondertussen hoor ik haar mompelen: ‘Ik pak het krukje om uit het raam te kijken… Oooh! S. zegt dat ik niet uit het raam ga kijken maar dat is wel zo! Nietes! Welles! Nietes! Welles!’
Alsof ze aan het oefenen is om ruzie te maken.

D. vond het trakteren op de crèche maar spannend. Ze vindt de crèche momenteel sowieso niet zo leuk, vooral het slapen niet. We komen er niet helemaal achter wat er nou precies aan de hand is, maar het zal wel iets met het ziekenhuis te maken hebben. Dat ze het niet fijn vindt om te slapen in een bedje dat wat hoger is, of juist dat ze het niet fijn vindt om in een bedje te slapen dat rondom helemaal dicht is (zoals in het ziekenhuis), ik weet het niet, maar ze moet er wel steeds om huilen, ook op de crèche. Dus al met al was haar verjaardag daar niet zo feestelijk, want ze was de hele ochtend steeds aan het huilen vanwege het slapen. Uiteindelijk hebben ze haar maar op een stretcher gelegd, wat mij een prima oplossing lijkt. Het feestje daarna vond ze wel leuk, geloof ik.

D. begint ineens wat meer over het ziekenhuis te vertellen. Dat haar hand pijn deed. Dat de dokters en zusters dat niet goed gedaan hadden. Dat ze daar moest slapen. Zo zielig allemaal.

S.: ‘Ik weet alles!’
D.: ‘Ik weet ook alles!’
S.: ‘Nee! Jij weet helemaal niet alles. Waar wonen pinguïns, op de noordpool of op de zuidpool?’ D.: ‘Ehm, de zuidpool.
S.: ‘Hm. Oké, dat klopt.’

Ik ben met D. voor het eerst weer eens naar de Peutergym geweest. De laatste keer was zo’n anderhalf jaar geleden en er is zo veel gebeurd. Ik trok het toen heel slecht met die mondkapjes, werd er zo verdrietig van. En met de stijgende besmettingscijfers voelde het ook niet zo fijn. Nu bleek het de eerste keer weer te zijn dat je niet met een mondkapje hoefde, dus dat was mooi meegenomen. D. had er veel zin in, ze vond het ook meteen leuk om op de trampoline te springen. En ze ging aan de ringen hangen en lekker dansen op ‘De wielen van de bus’ en goed meedoen met de spelletjes. Ze vroeg wel wanneer we nog op een liedje gingen dansen, dus Peuterdans zou ook wel iets voor haar zijn, maar enfin, dit komt qua tijd wel goed uit en we weten zo’n beetje wat we kunnen verwachten en D. houdt natuurlijk óók heel veel van klimmen en klauteren, dus we zijn wel plan om vaker te gaan.

En toen was het weer een vrijdag en kreeg D. wéér een koortsstuip. Ook deze keer begon het weer met overgeven. Ze had al over buikpijn geklaagd dus op zich verbaasde me dat niet, maar toen ik naar haar toe ging nadat S. meldde dat ze aan het spugen was, zag ik dat ze wat raar naar boven keek en wist ik eigenlijk al voldoende, al twijfel ik dan ondertussen wel nog steeds en blijf ik dan maar zeggen: ‘D., hoor je me? D., ben je er nog?’ Nou ja, N. pakte de neusspray en belde de ambulance terwijl ik D. ondersteunde. De ambulance kwam precies toen het net iets beter leek te gaan, maar D. trilde wel nog heel erg en werd ook niet echt wakker. Het was me volstrekt onduidelijk of ze nu aan het slapen was door de midazolam of dat ze nog in een stuip zat. De ambulancemedewerkers dekten haar toe met een dekentje en controleerden haar reflexen en saturatie en hartslag en suiker en dat was verder gelukkig allemaal wel goed. Ze gingen even bellen en beslisten dat ze haar toch maar mee gingen nemen naar het ziekenhuis. Als het dan toch beter ging, zouden ze weer omkeren. Ik ging mee. Dus ik gooide snel wat spullen in een tas en daar gingen we naar buiten. Door het overpakken van D. en de koele buitenlucht, ontwaakte ze ineens toch wel. Dus uiteindelijk heeft ze wel in de ambulance gezeten, maar heeft de ambulance niet met haar gereden. Na nog wat onderzoekjes mocht ze weer naar huis. Gelukkig maar, nu kan ze lekker in haar eigen bedje slapen.

S. 5 jaar (december/januari)

We hadden net de kinderen gedoucht toen S. zei: ‘Er komt iets uit mijn neus!’ En ja, ik zag inderdaad wat donkers uit haar neus steken.
‘Ik pak een wc-papiertje’, zei ik, in de veronderstelling dat het gewoon snot of bloed was. Maar toen ik met het wc-papiertje aankwam, was het nog verder naar beneden gezakt. Ik haalde het eruit en dacht: ‘wát is dit!?’ Het leek zo dicht en hard en vreemd. Misschien alsnog snot of bloed, maar dan alsof het vervilt leek te zijn, heel oud snot of bloed of zo. En we waren al wel steeds crème aan het smeren omdat we krentenbaard in haar neus vermoedden omdat haar neusgat steeds maar zo bloederig bleef, maar toch snapte ik niet goed waar ik nu naar keek. Dus ging ik naar beneden om er een foto van te maken en te googelen op ‘grijs snot’. En net toen ik ontdekte dat het echt heel hard was, eerder als een steen dan als snot, riep N. van boven: ‘Ze zegt dat ze misschien per ongeluk op school een steen in haar neus gestopt heeft!’ Nou, toen was toch wel duidelijk wat het was. Ik tikte er eens mee op het aanrecht, veegde het snot eraf en toen was het ineens overduidelijk een steentje. Maar ze was inmiddels al twee weken niet op school geweest, dus dat betekent dat die steen er minimaal twee weken in gezeten heeft. Terwijl we zelfs zelftesten bij haar gedaan hebben! Het is ook wel enigszins verontrustend, waarom heeft ze niet gezegd dat er een steen klem zat in haar neus? Ze zegt dat ze het niet voelde en dat ze het vergeten was, maar in eerste instantie wist ze het toch wel, dus waarom heeft ze het niet op die dag gezegd? En hoe kan het überhaupt dat je dat niet voelt? Ik ben wel ontzettend blij dat ‘ie er nu uit gekomen is en hoop dat haar neusgat dan wat minder bloederig zal zijn, dat we hiervoor niet naar het ziekenhuis hebben hoeven gaan. Doordat ‘ie er nu ineens uitzakte, hebben we eigenlijk geen stress hoeven hebben waardoor het vooral een verbijsterende en ook wel grappige situatie is.

D. heeft opnieuw een koortsstuip gekregen. Een heftige, waardoor ze weer op de intensive care belandde. S. zat in eerste instantie vooral in over dat ze nu geen erwtensoep kon eten, maar ik zei dat zij wel gewoon mocht eten. En daarna ook mijn portie. Maar toen D. met de ambulance opgehaald werd, moest ze toch even huilen. Daarna vond ze het wel gezellig dat tante S. kwam en bij het idee dat oma zou komen werd ze helemaal blij, wat ik dan weer moeilijk vond. Maar goed, het is natuurlijk fijn als het voor S. wel leuk is. Mijn moeder heeft goed haar best gedaan, ze is zelfs de volgende dag met S. naar de speelgoedwinkel geweest om een cadeautje uit te zoeken. En ze hebben de kamer gepoetst en met de Playmobil gespeeld (ook de hele koortsstuip nagespeeld) en restaurantje gespeeld en ze had gelezen. Toen ik zaterdag namiddag terug kwam, kreeg ik echt het idee dat ik teveel was. Op zondag werd D. overgeplaatst naar de verpleegafdeling en was S. niet meer verkouden, dus toen ben ik S. gaan halen. Dat vond S. héél spannend, ze wilde niet naar het ziekenhuis en niet in de auto, want het was spannend. Wel goed dat ze dat zo kon verwoorden, maar ja, het leek mij toch wel fijn voor de meiden als ze elkaar even zouden zien. En m’n moeder zei ook dat het nu juist spannend was omdat ze niet wist hoe het ziekenhuis was en dat het misschien fijn was als ze dat daarna wel zou weten, en dat is denk ik ook zo. Op de intensive care had ze niets te zoeken, maar nu had D. een eenpersoonskamer en kon ze ook al wat spelen, wel goed als S. dat zou zien. S. maakte zich vooral druk of D. alweer kon praten, nou, dat kan ze, al klinkt het allemaal nog wat gek en traag en onduidelijk. Eenmaal in het ziekenhuis wilde S. ook met D.’s speelgoed spelen en kreeg ze ook appelsap en chips dus dat was best prima. Maar bij het naar huis gaan stortte ze in en zei ze dat N. en D. ook mee moesten. Ze veranderde ineens in een eenjarige, ook qua taalgebruik, in de auto bleef ze maar huilen: ‘Mama N. en D. ook huis, oma ook mijn huis!’ Zo zielig. Later toen ik haar in bed legde kon ze het toch als een vijfjarige verwoorden: ‘Mijn hoofd zit zo vol. Ik voel me verdrietig en alleen en blegh.’ Ik zei dat ik dat begreep, maar dat ze niet alleen was want ze was met mij, ook al ben ik maar één mama. S.: ‘Ik zei dat ik me alleen vóélde, dan hoeft het niet te kloppen hè.’ Wat een inzicht zeg! Ik ging maar even boven de was opvouwen zodat ze me kon horen, net als toen ze een kleine baby was.

S. toen we uit het ziekenhuis waren: ‘Prin-ses Máx-ima Cen-trum’. Ik: ‘Kom nou, we gaan in de auto.’ Zij: ‘Je weet toch dat mijn ogen alles willen lezen!’

Op zaterdag (D. is inmiddels weer thuis) dwingen we D. zo ongeveer een middagslaapje te doen. N. gaat met haar in het grote bed liggen. Ik doezel wat op de bank, terwijl S. in de weer is met het autokleed en de Duplo. Ze is ‘alles aan het klaarzetten’ en zal zich melden als alles klaarstaat. Uiteindelijk is dat zo. Allerlei auto’s staan keurig geparkeerd. En dan meldt S. dat we gaan doen alsof het de vrijdag van de koortsstuip is. Kijk, daar wonen wij en wij zijn soep aan het eten, en dan krijgt D. de koortsstuip en komt de ambulance. De hele logistiek wordt uitgevoerd en alles wordt nauwgezet nagespeeld. ‘Nee, toen zei mama N. eerst tegen jou: ‘Ze is er echt niet meer hoor.’ Nee mama, jij moest wel huilen, toen stond jij daar bij die bank.’ Alles wat ze rectificeert klopt precies, elk detail zit in haar hoofd opgeslagen. Mijn arme S. Maar wel ook heel fijn dat ze het op deze manier kan verwerken, dat ze me daarvoor vertrouwt.

D. 2 jaar en 10 maanden

Het wil er bij D. nog niet zo in dat Sinterklaas nu voorbij is. Ze blíjft maar herhalen, als een kapotte langspeelsplaat: ‘En ik droom van Sinterklaas en zijn vriendje Pieterbaas. En ik droom van Sinterklaas. En ik droom van Sinterklaas. En ik droom van Sinterklaas…’ Enzovoorts. Ook speelt ze nog steeds dat zij Sinterklaas is en de skippykoe Ozosnel. Ze zet er speciaal haar lage stem voor op: ‘Hallo ik ben Sinterklaas. Jij bent Piet.’ Ze wil het liefst op Ozosnel naar de crèche maar dat mag niet van mij. Gelukkig komt ze zonder morren mee als ik zeg dat we met de fiets gaan: ‘Misschien zie je Piet wel fietsen met Sint achterop.’

Nu we de kerstboom gezet hebben en alle kerstspullen tevoorschijn hebben gehaald en kerstkaarten gemaakt hebben, gelooft D. trouwens wel dat Sinterklaas voorbij is. Ze geeft je nu ook op je kop als je Sinterklaasliedjes zingt, we moeten ‘O denneboom’ zingen of ‘Jingle Bells’ of ‘Er is een kindeke geboren’. Het is nu kerstmis, en het wil er zowel bij haar als bij S. niet in dat het nog géén kerstmis is, want de kerstboom staat, dus.

D. heeft weer een koortsstuip gehad. We waren aan het avondeten, D. was zo goed als klaar, en toen N. haar bord wegpakte keek ze ineens raar en zei ze niets meer en begon ze over te geven. We namen haar mee naar de wc en daar zakte ze weg. Omdat we niet direct 112 wilden bellen omdat ze er in de zomer ook zelf uitgekomen was en het toch wat onduidelijk was of ze nu vooral aan het spugen was of dat het een koortsstuip was, belde ik de huisartsenpost. Die adviseerde 1x midazolan te geven en haar op haar zij te leggen, wat we deden. Ze had 37.9, dus wel iets van koorts. De huisartsenpost stuurde een huisarts met spoed langs, die gelukkig heel aardig was. Zij vond het ook wat onduidelijk, soms leek ze wel enigszins alert maar het volgende moment maakte ze weer rare bewegingen of begon ze weer te friemelen, dus toen belde ze een ambulance. De huisarts gaf nog 3x midazolan want dat moest volgens het voorschrift en voortaan moesten we daar zeker ons eigen gevoel in volgen en niet dat van een willekeurige huisarts op de huisartsenpost. Oké, dan weten we dat. De ambulance kwam en toen ging het eigenlijk wel beter, maar ze namen haar toch mee omdat het inmiddels langer dan een kwartier had geduurd. En ik ging ook mee. Het was zo surreëel, ik gooide snel wat spullen in een tas en droeg D. toen naar de ambulance, en toen moest ik op de brancard liggen met D. in mijn armen. Ze sloegen een laken over ons heen en snoerde me vast. Je rijdt dan dus achteruit, een vreemde gewaarwording. Gelukkig niet met gillende sirenes, anders zou ik echt misselijk geworden zijn. Een van de ambulance-mensen stelde me allemaal vragen, waaronder D.s voorletter, en daarna aan D. nog haar naam. ‘D’, zei D. De ambulance reed een tent in en toen werden we met brancard en al eruit gehaald en naar een kamer in het ziekenhuis gereden, waar een heel team op ons aan het wachten was. Bij de aanblik van D. die overduidelijk wel weer bij was, verdwenen er gelukkig al direct twee mensen. Er werd op een whiteboard geschreven wat er allemaal gebeurd was, de ambulance-meneer gaf de overdracht, dat vond ik wel professioneel allemaal. Behalve dat degene die alles opschreef concludeerde dat D. dan wel bijna 4 was. ‘Nee 3’, zei ik. ‘4’, zei zij. ‘3’, zei ik. ‘O ja!’ zei zij. En dat ze een dochter van november had die net 3 geworden was, ook uit 2019, en dat ze daardoor in de war was geraakt. We werden naar een andere kamer gereden, omdat het zo druk was en ze moesten overleggen over wie waar heen moest, kon ik gelukkig wel snel N. appen dat D. oké was, want die maakte zich natuurlijk doodongerust. In de andere kamer moesten we wachten tot ze met de kinderarts overlegd hadden, en daar viel D. prompt in slaap. Ze kreeg nog een paracetamol dus toen werd ze even wakker, maar door de medicatie viel ze daarna gewoon opnieuw in slaap, zo in mijn armen terwijl ik iedereen aan het appen was. Meteen ook berichtjes van de buurvrouwen, zo lief. Daarna kreeg ik te horen dat we inderdaad naar huis mochten, en kwam N. ons met de auto halen.
En nu is het een dag later. Ze hadden in het ziekenhuis geconcludeerd dat het buikgriep was, vanwege het overgeven en omdat D. die dag een keer gezegd had dat ze buikpijn had, maar ik weet het niet goed en dat maakt me onrustig, zeker in combinatie met wat ze een paar weken terug had, toen ze zo’n slijm hoestte en we ook geen contact met haar kregen. Maar we zullen het maar moeten afwachten zeker.

Nieuwjaarsdag. Ik heb het ontbijt net klaar, de pap in de kommen gegoten, als ik ineens het geluid hoor van iets wat van de trap valt. Ik ken dat geluid, want D. gooit met enige regelmaat dingen van de trap, maar het klinkt nu wel als iets groots. En als ik D. vervolgens in de gang hoor huilen, ren ik er snel naartoe en weet ik al wat er gebeurd is. Haar neus bloedt wat, maar ze staat al meteen op en loopt naar me toe. Ik reageer nogal hysterisch. S. meldt dat ze van de trap gevallen is, N. komt ook snel naar beneden. Ik pak een washandje, N. neemt haar op schoot, en ik roep maar: ‘waarom waarom waarom’ omdat ik het alweer helemaal voor me zie: we moeten weer naar de huisartsenpost, het logeerpartijtje bij mijn moeder kan niet doorgaan, ze heeft vast een hersenschudding of nog iets veel ergers waardoor ze doodgaat, hersenletsel of zo. N. maant me te kalmeren want ik ben de volwassene, maar dat lukt nog niet helemaal en ik ben ook zo boos, waarom kunnen ze nou nooit eens voorzichtig doen? Dan vertelt S. ook nog dat D. van helemaal boven naar beneden is gevallen, en dat ze haar wilde inhalen via het poppenkantje, dat verbetert de boel niet echt. Ik bel de huisartsenpost in de verwachting dat ze hooguit een wedadvies zullen geven maar ik moet toch langskomen omdat ze pas 2 jaar oud is. Ik gooi snel wat spullen in een tas, D. heeft ondertussen haar pap gegeten. Ze wil supergraag nog een boterham maar de triagist van de huisartsenpost leek het beter als ze nog even niets eet, dus die nemen we maar mee. Ik eet nog gauw een paar happen peer met pap en dan poetsen we ons tanden en vertrekken. Het is superdruk bij de huisartsenpost maar uiteindelijk hoeven we daar niet eens zo lang te wachten. De dokter herkent ons, het is exact dezelfde dokter als twee weken terug met haar koortsstuip… Ze vraagt eerst hoe haar koortsstuip is afgelopen en onderzoekt haar daarna vluchtig. Vanwege de hoogte overlegt ze met de kinderarts, en de kinderarts verwijst door naar de neuroloog, en de neuroloog wil haar voor de zekerheid zien op de spoedeisende hulp en beslist vervolgens om haar voor de zekerheid 24 uur in observatie te houden. Ik had dat niet echt zien aankomen dus dat was wel even schrikken. Maar later bedenk ik me dat het ook wel weer prettig is, zij houden haar nu gewoon goed in de gaten dus als er toch iets niet goed blijkt, zijn we al direct op de juiste plek. Op de spoedeisende hulp hebben ze leuk speelgoed voor D. en mag ze alvast haar boterham eten. Op de kinderafdeling is een speelkamer maar die is gesloten vanwege corona, op een gegeven moment gaan we er wel met een zuster heen om even wat uit te zoeken, maar daarvoor verveelt D. zich vreselijk. Je merkt helemaal niets aan haar, ze lijkt echt nergens pijn te hebben behalve aan haar neus, dus ze is gewoon druk en wil naar huis, of liever nog naar oma. Op de gang is wel wat te doen, waaronder een soort spelcomputer en een piano (pinano, zegt D.).
N. komt naar het ziekenhuis met een hoop kleren en etenswaren en dergelijke. Wat een nieuwjaarsdag zeg… We hebben een gedeelde badkamer, dat is wel irritant, zeker omdat we er ongeveer de helft van de tijd op zitten omdat D. veel appelsap krijgt en dat heel snel opdrinkt en vervolgens dan weer naar de wc moet. Verder is het veel wachten en D. proberen bezig te houden, wat op zich nog wel aardig lukt. Als N. er is, heb ik de gelegenheid om even een broodje te kopen zodat ik ook ’s avonds wat te eten heb, maar ik heb geluk want er is nog eten over waardoor ik ook nog wat rode kool heb met vegetarische balletjes die volgens mij echt niet vegetarisch waren… D. krijgt hutspot met draadjesvlees en appelsap. Daarna zegt ze al gauw dat ze naar bed wil, dus ik begin met alle avondvoorbereidingen. We bellen ook nog even naar N. en S. om welterusten te wensen. S. lijkt eigenlijk nauwelijks geschrokken, dat verbaast me wel. Als ik me die val toch voorstel, helemaal van bovenaan en dan 2x over de kop naar beneden (zegt S.), ik snap gewoon niet hoe dat goed kan gaan. Het moet er toch ijselijk uit gezien hebben? Ik krijg er de rillingen van in elk geval. D. zelf zegt dat ze gerold is, dat zal wel kloppen dan. In bed valt ze eigenlijk al snel in slaap, als ik eenmaal even de lamp heb uitgedaan. Het is natuurlijk ook wel heel vermoeiend, deze hele dag zo in het ziekenhuis. In eerste instantie kijken ze elk uur met een lampje in D.’s ogen maar vanaf 4 uur ’s middags gelukkig nog maar elke 2 uur, dus hoewel het een gebroken nacht is, valt het ook nog wel iets mee. D. slaapt ook steeds al vrij snel gewoon weer verder en begint niet te huilen, ze doet het echt ontzettend goed. Ik slaap zelf ook nog wel redelijk, al kan ik na de check van 6 uur niet meer in slaap komen. D. wordt om kwart voor 7 wakker als ik me aan het aankleden ben. Er komt nog niet direct ontbijt, dus geef ik onszelf maar elk een kwarkbol die N. heeft ingepakt. Later blijkt dat N. dat een oerdom idee vindt, zo’n kwarkbol op een nuchtere maag van iemand die misschien een hersenschudding heeft, maar daar denk ik geen moment aan, en D. trouwens ook niet, we eten gewoon met veel plezier die kwarkbol op. Ik haal ook thee voor mezelf, D. krijgt wat water. In zo’n ziekenhuis laten ze je altijd verhongeren maar al met al doen we dit echt heel erg goed, vind ik. Uiteindelijk komt er om kwart over 8 ontbijt, een beker yoghurt en honing voor D., en natuurlijk appelsap. En voor mezelf ook yoghurt met honing en nog wat granola. Toch goed dat we ook al een kwarkbol gegeten hadden… We krijgen te horen dat het op zondag wel lang kan duren voor de dokter komt, maar als D. en ik net aan het videobellen zijn met N. en S. komt er ineens al iemand binnen die de neuroloog blijkt te zijn. D. vertelt nog maar eens dat ze pijn heeft aan haar neus, en ze moet laten zien dat ze kan springen en wat vragen te beantwoorden. Waaronder over naar wie ze straks toe gaat… ‘Oma E.,’ fluistert ze, die arme schat, want dat is natuurlijk inmiddels allang van de baan. Daarna veronderstelt de neuroloog dat ze misschien naar haar papa gaat, waar D. helemaal van in de war gaat. Maar gelukkig is verder wel duidelijk dat D. goed bij is, dus we mogen naar huis! De verpleegsters vinden ook dat D. het hartstikke goed gedaan heeft steeds, dus ik ben wel heel trots op haar. Eenmaal thuis is vooral N. wel total loss, wat ik snap want het is op een bepaalde manier juist altijd veel stresserender als je niet erbij bent in het ziekenhuis. D. en S. vliegen elkaar al direct weer in de haren dus het is verder niet zo’n gezellige dag, maar ja, misschien ook wel logisch na hoe heftig deze start van het nieuwe jaar geweest is…

Ik: ‘Je mag naar huis D.!’
D.: ‘Nee! Op de pinano!’

S. 5 jaar (november/december)

De auto moet nodig weer eens rijden. Ik besluit om naar Stoutenburg te gaan. Als ik nou één kind mee kan nemen, dan kan N. met het andere kind boodschappen doen, is mijn idee. Ik vraag D. of ze naar Stoutenburg wil. ‘Jaaaaa!’ zegt ze. En voor ik het weet zegt ook S.: ‘Ja, naar Stoutenburg! Wij gaan naar Stoutenburg! Wat is dat eigenlijk?’ Door het dolle van enthousiasme zijn ze. Misschien omdat het zo leuk klinkt, met dat ‘stout’ erin, voelen ze zich aangesproken? Maar ook als ik zeg dat het een bos is, willen ze nog steeds mee. Heel gezellig is het. Ik ben erg blij dat S. over haar kabouterangst heen is en D. over haar bosangst, dat is toch handig in deze tijden van naderende zoveelste lockdown. We lopen het stouteschoenenpad en we eten pepernoten op de uitkijktoren. D. klimt overal op en S.’ laars verdwijnt in de modder. Op een gegeven moment blijft D. wat achter. ‘Ik heb een blaadje gevonden!’ roept ze. Ook S. vindt dat supergrappig.

S. heeft de hele week in het werklokaal gewerkt. Ze heeft er nu zelfs haar eigen laatje, met een potlood en een gum en ‘een bakje om mee te oefenen’ en een rekenwerkboekje erin. Ze heeft ook een Sinterklaaswerkboekje gemaakt met onder andere bussommen (zei mij niets, maar N. heeft dat soort sommen ook gemaakt) en een fantastische tekening van ‘Malu Pietj’ en Sinterklaas erin. We krijgen de indruk dat ze nauwelijks meer meedoet met groep 2, en als ik dat op vrijdag tegen de juf zeg, beaamt die dat ze erg aan het zoeken zijn naar hoe ze het moeten aanpakken omdat S. met zowel lees- als rekenniveau al op E3 zit. Dat verbaast me dan toch wel weer, ik had gedacht dat ze dan toch al een stuk verder zouden zijn. Ik geloof het ook niet helemaal, ik weet heus wel dat S. een slimme meid is, maar volgens mij beheerst ze echt nog niet alles wat een groep 2-kind zou moeten kunnen, qua ruimtelijk inzicht bijvoorbeeld. Nou ja, de juffen zijn dus aan het zoeken of ze moeten gaan verbreden, verdiepen of toch versnellen, en ik heb toen wel direct gezegd dat versnellen ons niets lijkt. Dan zou ze met 10 jaar naar de middelbare school gaan, dat kan toch niet? Nou ja, we wachten het maar even af. In elk geval vindt S. het echt héél erg leuk om in het werklokaal te werken, ze vertelt het te pas en te onpas. Gelukkig vindt ze het dus wel leuk om iets te leren, ook nu ze wat moeilijkere dingen doet zoals cijfers schrijven (die gaan vaak verkeerdom). Ik ben heel trots op S. maar ook wel een beetje bezorgd over hoe dit verder zal gaan.

S. over het Sinterklaasjournaal: ‘Ik wil niet dat het pas volgend jaar weer komt!’ Helemaal overstuur is ze. Twee dagen later lijkt ze er nog steeds niet helemaal overheen, als ze een heus Kerstjournaal uitschrijft. ‘het kerstverhaal met haar naam tuutuutuu haaloo daar zij we wir met het kerstsnuuaal joozuf en marieja krijgun beebie v. en f. hebun al de kerstboom staan nuu nog het kortu nieu de kerstman zit vast in de scuting.’ Mooiste journaal ever toch?

Het is Paarse Vrijdag. Dat stond in de agenda van de nieuwsbrief van school, en de directrice had er ook trots op instagram over gepost. Allemaal heel leuk en aardig maar S. was de enige die iets had en de juf had er verder ook helemaal niets over gezegd, dus dat was wel heel teleurstellend. N. had speciaal een paarse haarband voor haar gemaakt en die wilde S. wel op (ook al was er geen berichtje met nadere toelichting via Parro gekomen), maar het voelde wrang, nu leek S. ineens op ons uithangbord in plaats van dat anderen toonden dat ze háár supporteren. En dat dat nodig is, bleek wel toen S. N. ineens vertelde dat een klasgenootje weer gezegd had dat ze later niet met haar klasgenootje I. (een meisje dus) kan trouwen. Zo stom, de noodzaak is er dus wel degelijk, ook of misschien wel júíst bij de kleuters, want alles wat ze nu goed leren hoef je later niet meer recht te breien. Ik was er echt teleurgesteld over. N. heeft er nog een bericht over gestuurd, ben benieuwd of en wat voor antwoord ze krijgt.

D. 2 jaar en 9 maanden

      Geen reacties op D. 2 jaar en 9 maanden

D.: ‘Is het al ochtend?’
Ja, het is ochtend. Dus mag ze bij ons in bed komen liggen.
‘Mama, is het al ochtend?’ vraagt ze na een tijdje aan N. En ja, het is ochtend en N. biedt aan dat ze samen opstaan.
‘Is het voor mama M. al ochtend?’ is haar antwoord. Blijkbaar betekent voor D. ochtend en opstaan exact hetzelfde.

Ik mag een kijkje in de klas nemen bij S. En D. mag ook mee. Ik heb haar laatst ingeschreven, dus ze mag best een keer komen kijken, zo kunnen we dat combineren. Het is hartstikke leuk om eens te zien hoe ze de dag opstarten, en hoe ze dat doen in de kring. Diep respect voor hoe de juf zowel de boel in bedwang houdt (‘Even stil N.!’ ‘Dit is mijn laatste waarschuwing, O.!’) als een programma in hoog tempo doorloopt. Bespreken wat ze die dag gaan doen, de dagen van de week, hulpje kiezen, nog een spelletje dat met het thema herfst te maken heeft… ongelooflijk. D. vindt het allemaal fantastisch. S. geeft ons eerst een rondleiding en daarna spelen ze even samen met de nopper. In de kring zit D. naast S. en doet ze enthousiast mee. Ze steekt voortdurend haar vinger op en doet supergoed mee met het spelletje waarbij ze moet rollen als een pompoen, moet wuiven als een boom en vallen als een eikel. S. is hulpje en mag als eerst kiezen. Ze kiest voor de ontdekhoek en D. en ik lopen achter haar aan. Ik dacht, nu gaan we naar huis, maar D. wil ook in de ontdekhoek. En ik krijg haar gewoon niet meer mee naar huis, ze laat zich op de grond vallen en roept dat ze wil blijven. Ineens toch weer de tweejarige in plaats van de vierjarige… De juf zegt dat ze nog een andere keer ook mag komen en S. legt haar geduldig uit dat ze als ze vier is elke dag naar school mag en dat helpt, ze komt mee. Maar op de fiets hoor ik haar voortdurend ongelukkig mopperen dat ze wilde blijven. O, ze moet nog meer dan een jaar wachten, maar eigenlijk is ze er nu al klaar voor!

S. mag naar het feestje van R. D. vindt het zó oneerlijk. S. vindt het nog hartstikke spannend ook, die zou het liefst niet gaan, maar D. wil ook naar het feestje. Als S. gebracht wordt, doet ze gewoon haar schoenen aan en begint ze keihard te huilen. Ze pakt haar jas en probeert die ook aan te trekken, maar omdat ze zo boos is, lukt dat niet goed. Een totale inzinking heeft ze: ‘Ik wil ook naar R.’s feestje!’ Zo lastig als je pas 2 bent en je wil zo graag groot zijn! Ik neem haar maar even mee naar de speeltuin, kan ze lekker even schommelen.

D. hoest. In eerste instantie alleen/vooral ’s nachts, nu ook overdag. De nacht van vrijdag op zaterdag hoorde ik haar ook hoesten, zo erg dat ik maar eens een glaasje water voor haar ging halen. Maar toen ik vroeg of ze wilde drinken, reageerde ze niet. Ik deed de lamp aan en zag dat ze gespuugd had, probeerde haar wakker te maken maar dat lukte eigenlijk niet. Dus toen maakte ik N. maar wakker met dat ik niet wist of ze een koortsstuip had. N. kwam en toen reageerde ze wel een beetje, maar ze zei maar niets dus helemaal gerust waren we er ook niet op. We namen haar koorts op, die was 37,6 en N. belde toen toch maar de huisartsenpost. Terwijl ze dat deed begon D. nog veel meer over te geven, gewoon slijm was het. Het bleef onduidelijk of ze nu echt aan het overgeven was of dat het gewoon slijm van het hoesten was. Ik denk het laatste maar de huisartsenpost gokte op basis van het verhaal het eerste en zei dat we het gewoon konden afwachten maar dat we zeker weer moesten bellen als ze toch een koortsstuip zou krijgen. D. zei nog altijd niets, ze huilde ook niet, ze keek gewoon apathisch voor zich uit. Pas toen we vroegen of ze wilde slapen kwam er een heel zacht ‘ja’. Maar zodra we haar neerlegden – ik had net haar bed verschoond – kwamen er weer nieuwe golven slijm, dus toen moest ze toch weer rechtop en moesten wij weer met doeken in de weer. Wat een gedoe zeg. Daarna ging het wel iets beter, we hoorden haar nog een aantal keren hoesten en toen viel ze in slaap. Ik niet meer, ook vanwege mysterieuze lichtflitsen die ik zag en waar ik maar niet van begreep waar ze vandaan kwamen. En toen ik eindelijk in slaap viel, had ik een afschuwelijke nachtmerrie en daarna kon ik al helemaal niet meer slapen. Gelukkig heb ik in de loop van de dag uitgevogeld dat ik waarschijnlijk knipperende koplampen van een Tesla zie, die hebben blijkbaar een idiote bewegingssensor ingebouwd waarbij het nodig is om je buren uit hun slaap te houden door die felle schijnwerpers van koplampen te laten knipperen. D. was de volgende ochtend trouwens gewoon weer haar blije zelf en ontkende dat N. de huisartsenpost gebeld had. Nou ja, ook goed.

D. zingt echt al opvallend goed ‘Zie ginds komt de stoomboot!’ Echt volledig foutloos, afgezien van haar hardnekkige: ‘Wie stout is krijgt lekkers…’

S. bijna 5 (oktober)

      Geen reacties op S. bijna 5 (oktober)

Ik ben heel trots op S.! Want laatst waren we bij mijn zusje en moest hun kat op de bovenverdieping opgesloten worden, zo bang was ze ineens voor katten. Maar toen ze bij V. en F. gespeeld had, meldde ze dat ze Ludwig geaaid had en dat hij heel zacht was, en dat ze de kat van mijn zusje ook wilde aaien. Ze had Ludwig geaaid nadat ze eerst heel erg geschrokken was, ik weet niet precies hoe die moeder het heeft aangepakt, maar wel op een heel goede manier in elk geval. En gisteren heeft ze daadwerkelijk mijn zusjes kat geaaid. Maar Ludwig is zachter, zo meldde ze.

S. en ik hebben de mini-marathon gelopen van 1.1 kilometer. Toen ik haar inschreef was ze superenthousiast en hebben we ook wel eens geoefend door stukjes te rennen naar school, maar de laatste tijd was dat in het slop geraakt omdat ze nu naar school fietst en zag ze het eigenlijk niet meer zo zitten. Gelukkig was ze wel weer enthousiaster toen haar startnummer met haar naam erop in de brievenbus zat. Maar o, wat keek ze bedremmeld toen we er eenmaal waren en ze het kanon zag waarmee het startschot gegeven zou worden! Ik vond dat juist fantastisch, een echt kanon, met mannen in mooie pakken en mooie hoeden en zo, maar S. leek dat juist eng. Enfin, iedereen handen tegen de oren en rennen maar! S. spurtte meteen weg, we hadden echt een lekker tempo, en toen… Ging net de brug omhoog! Dus iedereen moest wachten tot een of ander dom plezierjachtje eronderdoor gevaren was. Wat een domper zeg, dat stem je toch wel even af van tevoren? Nou ja, gelukkig kon ik er ook wel de lol van inzien en S. zag het als een extra pauze geloof ik. Daarna gingen we weer rennen, en even lopen, en weer rennen (‘Dag fietsen!’) en even lopen en toen rennend de andere brug weer over en naar de finish, waar we werden aangemoedigd door tante C., N., tante A. en D.. Het ging hartstikke goed, dus ik was heel trots op S.. Daarna zijn we nog C. gaan aanmoedigen want die rende zelfs de 21 kilometer. We stonden vlak bij een orkestje, waar S. erg van genoot. Ze zegt steeds dat ze graag trompet wil leren spelen. Dat zou inderdaad heel leuk zijn (iets minder voor de buren misschien…).

We gingen bij mijn moeder logeren. En we hebben spelletjes gespeeld. Echt heel veel spelletjes. Wat leuk dat dat nu kan! S. en ik hebben eindeloos vaak ‘Wie is het?’ gespeeld en dat ging al hartstikke goed, ook al staat er op de doos dat het vanaf 7 jaar is. Ik weet eigenlijk niet waarom dat is, misschien omdat ze daarvoor die namen niet kunnen lezen? Maar zo veel geeft dat nu ook weer niet, als het echt een heel moeilijke naam was, spelde S. gewoon de letters (bij George bijvoorbeeld…). Ik moest steeds even op de gang gaan staan zodat S. de naam van haar kaartje kon lezen, want ze leest nog niet in haar hoofd, dus anders wist ik het al direct. En oké, ze stelde niet altijd de handigste vragen (‘Heeft hij blauwe ogen? Nee? O… Ze hebben allemaal bruine ogen!’ maar ze hield wel bijna de hele tijd het juiste kaartje over. Ik vond het knap! We hebben ook Triominos gedaan en Jakkiebak Kippekak. Op vrijdag maakte ze me heel erg in, wat ik frustrerend vond, dus op zaterdag heb ik extra mijn best gedaan en zowel D. (die ook meedeed en dat hartstikke goed deed) als S. ongenadig ingemaakt. Ha! Ze moesten allebei huilen maar nou ja, dat is vast ook heel educatief, zo leren ze omgaan met hun verlies, toch? En verder was het dus wel hartstikke leuk en gezellig.

S. mocht verkleed naar school in verband met Halloween. Ik vind Halloween een idioot feest, en S. ook, maar ja, ik had laatst een spokenpak voor haar gemaakt dus dit was wel de perfecte gelegenheid om dat nog eens te dragen. S. verheugde zich hier enorm op. Ze oefende de avond van tevoren vlijtig met ‘Boeoeoeoeoeoe!’ roepen en stelde zich voor hoe de juffen zouden schrikken. Misschien zelfs zo erg dat ze van hun bureaustoel zouden vallen! Zo leuk om te zien hoe haar fantasie zich ontwikkelt.
Toen we op school kwamen, hielp ik haar uit haar jas en in het spokenpak. S. liep naar het raam en riep heel hard haar ‘Boeoeoe!’. Er waren helemaal geen juffen in de klas, maar dat mocht de pret niet drukken. Een klasgenootje was er ook al en danste hyper om S. heen: ‘Aaah jij bent een mevrouw spook, ik ben een meneer monster, aaah, ik ga me verstoppen, daar komt juf E. aan!’ S. stelde zich op om het hoekje en liep toen naar de juf: ‘Boeoeoe!’
‘O, een spook!’ hoorde ik de juffen zeggen. En S. maar lachen, helemaal blij met haar plannetje. Toen ik haar ’s middags ophaalde, had ze opnieuw het spokenpak aan. Volgens mij heeft ze het een groot deel van de dag aan gehad, wat opmerkelijk is, want de gaatjes voor de ogen zijn niet heel groot en ook niet heel recht…

S. klost door de blaadjes. Ik vertel haar over de gemeentewerkers die met bladblazers alles naar een hoop blazen en hoe zij de blaadjes nu weer aan het terugschoppen is. S.: ‘Ik wou dat ze de blaadjes lieten liggen. Dat de hele straat vol blaadjes lag! Dan was het een blaadjeshotel! Voor alle dieren, en dan mochten de auto’s er niet komen!’
Wat een mooi idee.

D. 2 jaar en 7 maanden/ 2 jaar en 8 maanden

Het was dinsdag, dus ik werkte thuis en N. ging S. halen van school. D. werd geacht een middagslaapje te doen. Alleen had ze daar zelf nog niet zo’n zin in. ‘Ik ben helemaal niet moe’, zei ze, en: ‘Ik ben al uitgerust.’ Dus toen hoorde ik haar ineens op de trap. En ik was net lekker bezig met mijn werk, dus ik wilde gewoon echt graag dat ze een middagslaapje deed, maar nee. In de tijd dat N. weg was, heeft ze het gepresteerd om speelgoed van S. uit haar kast te pakken en van de trap naar beneden te gooien, 2x op het potje te plassen en te weigeren om haar kleren weer aan te trekken, op de vloer van de zolder te tekenen, was van het wasrek af te rukken, N.’s random reader kwijt te maken en vast nog wel meer dingen die ik inmiddels vergeten ben. Indrukwekkend was het wel, hoeveel stoute dingen je in zo’n korte tijd kan doen…

Ik heb nagellak op vanwege de bruiloft van een vriendin van N..
D.: ‘Wat is dát?’
Ik laat haar mijn nagels zien. ‘Nagellak. Vind je het mooi?’
Ze deinst achteruit. ‘Viesss!’

D., continu, bij voorkeur als ze iets moet doen waar ze geen zin in heeft: ‘Nee, dat mag niet van mijn mama.’

N. wil de dekens opruimen die D. daar ineens op de grond gegooid blijkt te hebben. Maar D. reageert woest: ‘Nee! Is tent van mij!’ Laatst trof ik haar ook al bedolven onder de dekens aan, met haar hoofd in een speelgoedbak die ook weer onder een deken verscholen zat. Hutten bouwen is kennelijk helemaal haar ding momenteel. Ik zweer het, mijn kinderen hebben zo ontzettend veel speelgoed maar als het erop aankomt, hebben ze eigenlijk alleen een doos en een deken nodig om zich te vermaken.

D. was gewoon alwéér uit haar bed gevallen, en durfde vervolgens niet meer te gaan slapen. Daarom hebben we haar nu onder een dekbed gelegd (wel met slaapzak nog), hopelijk helpt dat. Op die momenten lijkt ze wel echt nog een kleintje, zoals ze dan heel scheef in dat grote bed ligt… Op andere momenten juist weer niet, zoals toen ik vanochtend ineens de houten speelgoedklok die beneden altijd aan de lamp hangt in D.’s kast vond.
‘Wat is dit? Heb jij dit hier gelegd?’
‘Ja! Is mijn wekker!’
‘Je wekker?’
‘Ja! Omdat het laat is!’
Oké dan. Ik heb hem maar teruggelegd.

D.: ‘Kijk, ik ga de pop schminken!’
Arme Sientje, arme Joep, helemaal met blauw bekrast. Ze leken wel Smurfen, S. moest er bijna van huilen. Gelukkig had ze het met de raamstift gedaan en ging het er daardoor makkelijk af.

D. is aan haar waarom-fase begonnen! Dat is leuk, want S. heeft die nooit gehad, die zei altijd vooral: ‘wante… wante…’, alsof ze als tweejarige al overal een antwoord op had. Maar D. niet, die vraagt nu steeds: ‘Waarom? Maar waarom dan? Waaróm dan?’ Ik ben er nog te weinig alert op, dus ik verlies mezelf continu in een hele uitleg over waarom iets zo is, waar D. dan nauwelijks naar luistert. Ze wacht gewoon tot ik klaar ben en vraagt dan: ‘Maar waarom dan?’ en dan herinner ik me weer dat ze in de waarom-fase zit.

S. 4,5 jaar (september)

      Geen reacties op S. 4,5 jaar (september)

‘Ik ben een slagroom’ roept S. We krijgen haar maar niet aan haar verstand gepeuterd dat het een slagboom is, geen slagroom…

S. zit in groep 2. Al een echte grote kleuter is ze. Bij de eerste dag zag ze al direct V. en F. op het schoolplein, samen met hen liep naar de juffen toe en die zeiden het ook, dat je kon zien dat dat echt kinderen uit groep 2 waren, zo groot. Nou, zo voelt het ook wel. Ze heeft al meteen een schoolvoorstelling gedaan, en toen vond ik het wel jammer dat ik dat nooit gezien heb met haar als eerstegroeper, want de eerstegroepers waren enig. Ze droegen een grote draak en vonden dat reuzespannend en hadden geen idee waar ze naartoe moesten en dat zag er reuze schattig uit allemaal. Nou ja, S.’ optreden was óók fantastisch. Alleen al hoe ze daar aan kwam lopen: met haar kroon die wat te groot was en daardoor voortdurend over haar ogen zakte. Sommige klasgenoten speelden onhoorbaar op de didgeredoo en anderen deden iets met stokjes, maar zij zat in het dansgroepje. Ik had alleen oog voor haar, hoe ze daar dieren nadanste, turend onder die kroon door. Ze deed het fantastisch goed! Sommige andere kinderen stonden er zo’n beetje als een zoutzak bij maar mijn S. niet hoor, ze danste en sprong als een kangoeroe en fladderde als een emoe. Supertrots was ik!

Op het filmpje van de juffen hadden we gezien dat er nu ook hoeken in het werklokaal zijn voor kinderen van groep 2 die willen lezen of rekenen. Maar toen ik S. op de vrijdag vroeg of ze daar al geweest was, barstte ze in tranen uit. Het bleek dat S. verwachtte dat ze echt daar met de juf naartoe zou gaan en instructie zou krijgen, zoals groep 2 vorig jaar op het laatst ook gehad had om te wennen aan groep 3. Dus wij legden uit dat dat misschien deze week nog niet was, omdat groep 3 nu natuurlijk net begonnen is, maar vervelend vonden we het wel, dat S. zo’n verkeerde verwachting had. Op de donderdag erna hadden we startgesprek met de juffen en daarin wilden we goed duidelijk maken wat S. al kan en dat ze ervoor moeten zorgen dat ze genoeg uitdaging krijgt, eens te meer omdat S. niet gauw uit zichzelf zal laten zien wat ze eigenlijk allemaal al kan. Ze doet met evenveel enthousiasme werkjes die voor haar supersimpel zijn. De eerste vraag van juf E. was hoe het met S. gaat, en ik vertelde dat S. het heel leuk vindt maar wel dus had moeten huilen, en toen zei juf E.: ‘Nou, dan ben ik heel benieuwd wat S. zal zeggen als ze straks thuiskomt!’ Bleek dat ze die dag wel in het werklokaal gewerkt had. En niet zomaar in een hoek, maar echt met werkbladen waarbij de juf had uitgelegd wat ze moest doen. En dat het idee is om dat structureler te gaan doen, zodat ze een beetje in het zijspoor van groep 3 vast gaan meedoen. En dat ze ook alvast aan het nadenken zijn over hoe ze dat dan volgend jaar gaan doen. We waren aangenaam verrast hierdoor!
Toen ik S. ophaalde van de bso, was zo ongeveer het eerste wat ze zei: ‘Ik was in het werklokaal vandaag!’ En onderweg zong ze: ‘Ik mag in het werklokaal, ik mag in het werklokaal.’ Ze was er écht opgetogen en blij over. En daar werd ik dan weer blij van. Want van mij hoeft ze echt nog niet op haar 4e te kunnen lezen, maar ik vind het wel heel belangrijk dat ze met plezier naar school gaat. En op deze manier zorgen we er wel voor dat ze dat blijft doen.

S. en D. hebben een optreden voor ons gegeven. ’s Avonds in bed hadden ze het al geoefend, wist N. te vertellen (ik had MR-vergadering). En ja, ’s ochtends wisten ze nog dat ze dat wilden doen, dus na het ontbijt gingen ze vlak naast elkaar staan en zongen ze Poesje Mauw. O, het was echt zó ontzettend schattig!

S. heeft wat moeilijks moeten doen in het werklokaal met cijfers, dus nu wil ze niet meer. Ook dit hadden we voorspeld, dus hopelijk pakken de juffen dit goed op binnenkort. Voorlopig speelt ze vooral in het winkeltje, ook leuk.

We zijn al lang en breed buiten, om eikels te zoeken en in de speeltuin te spelen, als ik zie dat S. nog steeds twee foamtegels om heeft. Eentje om haar schouders als kraag, en eentje om haar heupen als rok. Ik had dat natuurlijk al de hele tijd gezien, want zoiets valt lastig te missen, maar ik had gewoon nog niet de gedachte gehad dat het best vreemd is om met foamtegels buiten rond te gaan lopen. Dat dacht ik pas toen ik de verwonderde blikken van andere mensen zag…