S. 5,5 jaar (mei/juni)

      Geen reacties op S. 5,5 jaar (mei/juni)

S., heel langzaam en zorgvuldig: ‘Ik spreek nu Brabants. Dan zeg je: verrrrkeerrrd en raarrrr.’ Toen ik daarna voor de gein wat Brabants tegen haar begon te praten, zo goed en kwaad als ik dat kan, werd ze nijdig: ‘Nee, zo wil ik het niet. Ik wil alleen zo met de rrr.’ S. beschouwt de standaardtaal als Brabants, geloof ik.

S. doet nog steeds goed haar best met zwemles, maar moeilijk vindt ze het wel. Vooral het in het water springen en met je hoofd onder water gaan en zo. Eerst zei ze heel opgetogen: ‘Ik wil mijn A halen! En mijn B, en C. En D! En F en G!’ En daarna: ‘O gelukkig, de glijbaan staat helemaal daar, dan hoef ik daar niet vanaf.’

Op mijn verjaardag gingen we naar het openluchttheater, waar Jeroen Schipper een concert hield. S. vond het zo ontzettend leuk! Zodra ze een liedje kende, zong ze luidkeels mee, en als ze een liedje nog niet kende, dan leerde ze het heel snel en zong dan ook mee. Ze deed mee met de dansjes en stak haar vinger op als hij een vraag stelde. Alleen op het podium, dat wilde ze niet, maar dat hoeft natuurlijk ook helemaal niet. Het was zo leuk om haar zo blij te zien, en ik werd zelf ook heel blij van alle liedjes dus het was gewoon echt heel leuk. Al veel te snel kondigde hij het laatste nummer aan, en toen dat niet Banaan bleek te zijn, keek S. wel heel erg sip, maar gelukkig lukte het haar om haar eroverheen te zetten. Na afloop wilde ik de cd wel kopen, mits Banaan erop stond, dus ik vroeg dat aan hem. Banaan stond erop, verzekerde hij me. Ik zei: ‘Ja want mijn dochter vond het zo jammer dat jullie die niet speelden.’ En voor ik het wist, zei hij: ‘Hé Hendrik, zullen we Banaan nog even spelen?’ Een hoop mensen waren al weg, dus die hadden enorme pech, maar wij hadden heel veel geluk en swingden nog even op Banaan!

‘Mama, wat is Pinksteren?’ vraagt S. bij het ontbijt. Het is nog niet eens zeven uur ’s ochtends. Ik probeer uit te leggen wat de Heilige Geest is en vertel over de apostelen en dat ze mensen over Jezus gingen vertellen. Het hele aspect over dat iedereen hen kon verstaan was ik even vergeten, dat vulde N. later nog aan. Op school leren ze er niets over (wel over Holi en het Suikerfeest…) dus die religieuze opvoeding komt echt op ons neer.

S. heeft het zo ontzettend naar haar zin gehad in de Efteling. We waren een heel weekeinde weg, in een huisje in Bosrijk, met mijn familie. S. vond eigenlijk alles leuk, maar toch vooral Max & Moritz. In totaal is ze er 4x in geweest. ‘Als ik één dag zou gaan, zou ik er ook 4x in willen!’ zei ze. O, zo blij als ze steeds die wachtrij in huppelde! We boften ook echt wel, want Max & Moritz ligt dicht bij de ingang en we mochten een halfuur eerder het park in, dus dat was superhandig. S. heeft ook wel de perfecte Efteling-leeftijd nu, want het Sprookjesbos vindt ze ook nog steeds heel erg leuk. Alleen Fata Morgana vond ze afschuwelijk, ze was zo bang en moest bijna huilen. In Bosrijk is Klaas Vaak een ding en we boften, want net toen we het park in liepen om even de tassen te pakken omdat we naar huis moesten, kwam Klaas Vaak nog even de kinderen welterusten wensen en een verhaal vertellen. Het was echt heel leuk gedaan. Zoete de Zandkabouter was er ook, en zowel S. als D. luisterden en keken ademloos. Ze hadden ook slaapmutsen, en hoe warm het ook was, S. sliep toch met haar slaapmuts op. In een stapelbed, ik heb onder in dat stapelbed doodsangsten uitgestaan dat ze eruit zou vallen, maar gelukkig heeft ze alleen haar hoofd gestoten…

S.: ‘Klaas Vaak en Sinterklaas bestaan echt. Dat zijn geen verklede mensen.’

D. 3 jaar en 2 maanden

      Geen reacties op D. 3 jaar en 2 maanden

D. had een heel serieuze vraag ineens: ‘Waarom gaan mama’s en papa’s en opa’s en oma’s altijd praten met grote mensen?’
Ik: ‘Uh, omdat ze dat gezellig vinden? Wat wil jij dan dat ze doen?’
D.: ‘Dansen!’

We zaten te lunchen toen we merkten dat D. aan het plassen was. We mopperden wat, begonnen schoon te maken en haalden schone kleren, toen we merkten dat D. niets meer zei. Maar was dat omdat ze geschrokken was, of kreeg ze weer een stuip? N. nam haar op schoot, D. begon over te geven en we wisten wat het antwoord was. Ik belde maar weer eens 112, N. gaf de midazolam en we namen haar temperatuur op. Ik verwachtte dat ze koorts zou hebben, maar nee, dat was niet zo. En toen we even later nóg eens haar temperatuur opnamen, was het nog steeds niet zo. Shit. De ambulance-medewerker kende ons nog van die keer op de crèche, ook volgens hun meting had ze geen koorts. Inmiddels was ze wel bij gekomen en aan het slapen door de midazolam, haar zuurstofgehalte enzovoorts was prima, maar ze ging toch maar naar het ziekenhuis om te overleggen of er nu iets moest gebeuren nu ze er geen koorts bij had. N. heeft er zo ongeveer de hele middag gezeten maar de eindconclusie was dat ze naar huis kon, omdat we toch donderdag al een afspraak hadden bij het WKZ (die stond al). En o ja, ze hadden een ruisje gehoord bij haar hart dus daar moest maar eens een echo van gemaakt worden.
Ik ben wel heel erg geschrokken en vooral verdrietig dat ze nu ook een aanval zonder koorts had. Tegelijkertijd was de aanval zelf niet heel eng, want nou ja, we hebben het vaker gezien, we wisten wat we moesten doen en ze kwam eruit met de midazolam, dus dat ging allemaal wel. ’s Avonds rende ze alweer rondjes om de bank en riep ze: ‘Als jullie slapen ga ik stiekem naar de speeltuin!’ Zo gek, dat contrast.

Vandaag hadden we de afspraak in het ziekenhuis. ’s Ochtends had N. al gezien dat de uitslag van het dna-onderzoek nog niet binnen was, superbalen. Uiteraard wist die arts-assistent ook niet wat er afgelopen dinsdag gebeurd was, en toen ze daar wel van hoorde, ging ze overleggen met de neuroloog over of er medicatie voorgeschreven moest worden. Dat ging ons allemaal wel wat erg snel, maar gelukkig was de conclusie nu dat ze beter eerst een EEG kunnen doen en het dna-onderzoek kunnen afwachten. Maar waarschijnlijk heeft ze daarna wel medicatie nodig. Ik snap het ergens wel, want die aanvallen zijn natuurlijk ook niet goed, zeker niet als ze op de ic terechtkomt, maar ik vind het ook doodeng. Ik ben bang voor bijwerkingen, bang dat ze verandert terwijl ze nou juist zo leuk is, bang voor al het gedoe, bang voor de afhankelijkheid. Ik had zo graag gewild dat ze helemaal gezond is, en ik snap heus wel dat het nou eenmaal zo is maar ik ben nu gewoon even erg verdrietig en bang.

Wij: ‘Je hebt nu al drie borden bami gegeten, je krijgt nog een loempia en straks je toetje, je hebt echt wel genoeg gehad, je bent nu heus wel gevoed.’
D. in een volledige meltdown: ‘Nee, ik ben niet gevoe-oed!’

D. heeft een EEG gehad. Ik vond het erg spannend, maar gelukkig was de dokter ontzettend aardig en heel goed met kinderen. D. was wel heel erg onder de indruk, maar dat was juist goed want daarom werkte ze goed mee. De dokter (eigenlijk geen dokter maar goed) moest eerst alle 25 plakkers vastmaken, wat superlang duurde, maar hij leidde haar af met wat er zoal te zien was en door haar wat vragen te stellen, en D. bleef hartstikke goed stil zitten. Daarna volgde dan de EEG, waarbij ze in een lamp moest kijken, tegen een windmolentje moest blazen en op een plaat dingen moest zoeken. D. deed het echt supergoed! Ik denk dat ze dat ook wel eens anders meemaken. Ik was bang dat ze daar ter plekke een aanval zou krijgen, maar dat gebeurde gelukkig ook niet, en sneller dan verwacht zaten we alweer met een kopje koffie bij te komen. Over een paar weken volgt de uitslag, erg spannend allemaal.

S. 5 jaar (maart/april)

      Geen reacties op S. 5 jaar (maart/april)

S. heeft een wiebeltand! N. gruwelt ervan dus S. zegt nu steeds als ik erbij ben: ‘Nu mag ik wiebelen, Mama M. is erbij!’ Laatst was ze wel helemaal overstuur omdat haar tand niet meer of minder wiebelde, ze ontleent er echt een hoop trots aan. Maar volgens mij wiebelde ze per ongeluk aan haar andere voortand die óók al een klein beetje wiebelt, dus was er eigenlijk niets aan de hand.

Pfff, S. heeft een beetje een pechweek. Maandag knapte ze steeds verder af. Ze wilde graag naar bed en viel daar prompt in slaap. Op een gegeven moment hoorde ik een geluid van boven komen en bleek dat S. heel hard aan het lachen was in haar slaap. ‘Waarom lach je, S.?’ zei ik. Ze werd wel wakker maar leek me niet echt aan te kijken en bleef maar lachen. N. was er ook bij en we wisten niet echt wat we moesten doen behalve onze paniek proberen te beteugelen. Het was geen koortsstuip, ze was wel aan het ijlen, maar omdat ze al snel weer kalmeerde en gewoon verder sliep, hebben we niet echt iets gedaan behalve steeds bij haar gaan kijken of ze oké was. Toen ik naar bed ging, was ze net een beetje wakker en stelde ik voor dat ze water zou drinken en toen was ze gelukkig weer helemaal normaal. Ik wist ongeveer 100% zeker dat ze corona zou hebben, maar de zelftest de volgende ochtend was negatief. Toch in elk geval in het tijdsbestek dat je ‘m moest aflezen, want daarna zag ik toch ineens een héél vaag ingedroogd streepje. Nou ja, het was wel duidelijk dat ze die dag sowieso niet naar school zou gaan, en de testen waren op, dus we hebben het er toch maar op gegooid dat ze geen corona had. De volgende nacht werd ze wéér wakker, maar ditmaal huilend van de pijn aan haar kleine teen. We lieten haar even haar voet in de soda houden en daarna ging ze wel weer slapen, maar de volgende ochtend bleek haar teen behoorlijk ontstoken. Ze verzette er geen stap meer mee. Mijn moeder paste op en faciliteerde S.’s leed ook lekker door haar in de buggy mee naar de speeltuin te nemen en zo, maar toen ik ’s middags keek, schrok ik wel, zo paars en geel en rood als die teen was. Dus toen belde ik maar de dokter, de volgende ochtend konden we langskomen. Die avond werd S. weer huilend wakker van de pijn. De dokter oordeelde dat de teen inderdaad ontstoken was en waarschijnlijk bekneld had gezeten. Ik heb dus S. valselijk beschuldigd dat het door het peuteren komt, dat is wel spijtig. Maar goed, voor nu hoeven we niets te doen behalve afwachten en ze moet maar even sandalen dragen in plaats van dichte schoenen. Gelukkig is het mooi weer!

S. over het standbeeld van Vincent van Gogh: ‘Hé, wat is dat voor meneertje?’

S.’s eerste tand is eruit! Hij zat al echt héél los, en het was mijn zwemavond, dus ik zag al helemaal voor me dat hij er dan uit zou gaan terwijl ze in bed zou liggen en ik niet thuis zou zijn, waardoor die arme N. ermee aan de slag zou moeten. Dus mijn moeder en ik zeiden: ‘Kan hij er echt niet uit?’ en S. probeerde eens of dat kon, en ja, het kon! Er kwam wel een hoop bloed bij kijken, dat had ik ietwat onderschat, maar we gingen gauw in de weer met washandjes en zo en toen ging het wel weer. S. was helemaal blij en trots, dat zei ze ook letterlijk: ‘Ik ben blij omdat mijn tand eruit is. Ik ben trots omdat mijn tand eruit is.’ Ze voelde zich duidelijk helemaal de grote kleuter. En laten we wel wezen, ze ís ook echt een grote kleuter!

S. was vanochtend heel overstuur, omdat ze ervan overtuigd was dat ze een ongekookt ei mee naar school moest nemen. Met een gekookt ei kon je geen eitje tik doen, beweerde ze. En daarna: ‘want dan is de schaal toch al kapot?’ Dat arme kind dacht dat een gekookt ei per definitie een gepeld ei was… Het kostte wat overredingskracht maar ze kalmeerde gelukkig wel. Helemaal gerust was ze er echter nog niet op, want later zei ze dat ze zo graag in de toekomst wilde kunnen kijken, ‘met zo’n bol zoals heksen hebben’, zodat ze alvast kon kijken hoe dat eitje tikken op school zou gaan. Let wel, het ging dus niet over of ze zou winnen, het ging puur over hoe dat dan moest. Uiteindelijk kwam het trouwens helemaal goed, want ze won van F. en verloor van V., maar dat gaf niks want V. kwam in de finale dus zijn ei was gewoon heel goed. En ze heeft eitjes gezocht en ook eentje opgegeten, en een boterham met paashagels gehad en een spekje, dus het was een topdag voor haar.

D. 3 jaar en 1 maand

      Geen reacties op D. 3 jaar en 1 maand

D. heeft al helemaal zin om te leren fietsen. Ze heeft de oude fiets van S. ontdekt en vertelt nu trots voortdurend tegen N. dat ze daar in de zomer van mij op mag leren fietsen. Ze heeft ook al geprobeerd ons wijs te maken dat het al zomer is. Ja, het lijkt inderdaad heel wat als je naar buiten kijkt vanaf binnen, maar eigenlijk is het nog behoorlijk koud. D. wilde wel graag in een badje zitten, meldde ze. Verder doet ze voortdurend alsof ze een baby is, ze kruipt rond op haar knieën en praat en huilt van wèh wèh wèh. Met een beetje geluk doet S. dan ook nog alsof ze haar moeder is. Verder vechten ze met z’n tweeën geregeld elkaar de tent uit, vooral nu ik corona heb en ze dus wat minder hun energie kwijt kunnen dan normaal.

Raar moment. Ik zit aan de eettafel, kijk op en zie D. langs zeilen. Dat je eerst ook gewoon niet goed weet waar je nou naar aan het kijken bent. Maar echt, ze zeilde langs. Ze had zichzelf om de deur gedrapeerd, aan elke klink een hand, en als je je dan een beetje afzet en de deur langzaam openzwaait, nou ja, dan kun je dus zeilen.

Pfoe, ik vond het spannend maar ben toch maar weer met D. naar de Peutergym geweest. Het is twee weken geleden sinds de laatste koortsstuip, en het is vrijdag en dat is de laatste tijd de koortsstuipendag, dus ik werd er wel wat zenuwachtig van. Is het niet te druk voor haar, die Peutergym? Maar ja, ze moet wel ook haar energie kwijt kunnen want anders zit ze alleen maar fulltime op de bank te springen, wat niet mag, dus dat is ook geen optie. D. had er zelf wel weer zin in om naar de Peutergym te gaan, eerder vond ze het vooral spannend, dus dat hielp wel met de beslissing. Ze had het er ook echt wel naar haar zin, vooral het rollen van de mat vond ze erg leuk. Het klimmen op het wandrek vond ze eng, en de koprol doen met hulp van de juf ook. Gek is dat, dat ze thuis vaak heel enge dingen doen qua klimmen en zo maar dat ze het in een gymzaal dan ineens niet durven.

N. legt haar telefoon aan de oplader en vertelt ondertussen een verhaal. S. is ook iets aan het roepen, en ondertussen begint D. ook een verhaal: ‘Op de crèche… Eerst… mijn juffen.’
‘Wacht’, zeg ik. ‘D. wil wat zeggen, zij mag eerst.’
En D. ploetert voort: ‘Eerst een keer… mijn juffen…’
‘Ja?’ zeggen wij. ‘Wat is er met je juffen?’
En dan komt het verhaal eruit hoor: ‘hebben ook een keer hun telefoon opgeladen op de crèche.’

D. is al een week ziek. We hebben er heel veel stress om, vooral ’s nachts. Ze slaapt slecht, door de verkoudheid maakt ze rare geluiden, dus we zijn hyperalert op een koortsstuip. Maar ze heeft echt wel koorts, en krijgt geen koortsstuip. Daar zijn we blij om, maar als het na 6 dagen nog niet beter gaat, bellen we toch maar de dokter. Inmiddels zijn we allemaal ziek, kennelijk is het toch een besmettelijke stomme griep. De dokter zegt dat als ze vanavond boven de 38,5 heeft we morgen weer moeten bellen. Dat heeft ze niet, maar de volgende dag knapt ze ineens helemaal af en kan ze alleen nog maar huilen. Als ik vraag of ze ergens pijn heeft, zegt ze: ‘Mijn oren!’ Dus toch maar weer de dokter gebeld. N. kan gelukkig wel met haar mee en ja hoor, het is een dubbele oorontsteking. Ze krijgt antibiotica mee, dezelfde als S. eerst had, die zo smoet smaakt. D. vindt ‘m gelukkig ook lekker en smeekt er nu voortdurend om…

Het sneeuwt! D. is nog ziek, maar hoe vaak maak je dit mee? Ik laat haar gauw de tuin in, waar ze met haar handjes voelt in de sneeuw op de zandbak. Maar daarna komt ze al gauw weer naar binnen, toch een beetje teleurgesteld: ‘De sneeuw was heel koud.’ De volgende dag, het is inmiddels 1 april, gaan we naar de groene speeltuin waar kunstgras ligt, en waar de sneeuw dus goed is blijven liggen. Niemand anders is nog op dit idee gekomen, dus D. heeft de kans om als eerste overal voetstappen te maken. Daarna smelt het al snel weg, dus ik ben blij dat ik op tijd met haar boodschappen ben gaan doen.

S. 5 jaar (februari)

      Geen reacties op S. 5 jaar (februari)

S. heeft echt een goede kleuterfantasie nou. In de speeltuin speelt ze dat ze onzichtbaar is (‘Dus jij ziet mij nu niet, hè mama!’) als ze een bepaalde stok vasthoudt, en daarna roept ze vanuit het niets tegen D.: ‘Jij bent een koe!’ Ik verwacht dat D. dat niet oké vindt, want ze is druk bezig met van de glijbaan af gaan, maar D.’s reactie is: ‘Boeeeee!’ en zo spelen ze ineens dat D. een koe is die eten krijgt van S. Wel een koe die ook vaak de glijbaan af gaat, trouwens.

S. heeft inmiddels vier zwemlessen geweest en is enorm enthousiast. Ze vindt veel dingen wel heel spannend, zoals van de mat afspringen, maar dat is logisch. Maar ze doet echt goed haar best en heeft er steeds veel zin in, dus vooralsnog hebben we er echt niets over te klagen. Ik ben ook wel blij dat we gewacht hebben tot ze vijf is, het lijkt me echt heel moeilijk voor vierjarigen om dit allemaal al te kunnen.

S. heeft eindelijk Bo de logeerbeer mee vanuit school! Elke week hoopte ze zo dat ze aan de beurt zou komen en nu was het eindelijk zo ver. Helemaal trots liep ze met het koffertje over straat. Bo zat in mijn tas, veilig voor de hevige storm die er momenteel woedt. Bo heeft al het hele huis gezien en meegegeten en S. heeft zijn tanden gepoetst en z’n haren geborsteld. D. is minstens zo enthousiast over Bo als S. dus ze hebben er al flink ruzie over gehad…

Het was een leuk weekeinde met Bo. We hebben niet veel spectaculaire dingen gedaan, want het stormde heel het weekeinde. Op zaterdag viel het nog een beetje mee, dus toen hebben we ons naar de bieb gewaagd. Bo mocht mee in S.’s mandje op de fiets, waar ze natuurlijk heel trots op was. Maar hij viel er steeds bijna uit, dus op de terugweg mocht hij in het voorstoeltje van de moederfiets. En verder knuffelde S. Bo voortdurend en moest hij natuurlijk bij haar in bed slapen en werden steeds keurig zijn tanden gepoetst en z’n haren gekamd. En nu is het een week later en is Bo bij klasgenootje N. en is S. stikjaloers, want het is krokusvakantie dus nu heeft N. ‘m een hele week…

Verder heeft S. carnaval gevierd op school. Ze wilde eerst weer als spook, maar dat hadden N. en ik nu wel zo’n beetje gezien. Dat pak is ook helemaal niet praktisch om carnaval in te vieren en in het berichtje stond ook dat het niet te eng mocht zijn, dat argument overtuigde S. nog het meest om iets anders te willen. We hebben geprobeerd een lieveheersbeestjespak voor haar te vinden maar dat wilde nog niet zo lukken, maar toen kwam N. met het idee (van internet) om een pizza-pak voor haar te maken. Twee stukken karton, eentje voor en eentje achter, en dan versierd als pizza. Het was een heel project en er was net te weinig tijd en te veel algehele stress, maar het eindresultaat mag er wezen hoor! S. was er ook ontzettend blij mee, en de kinderen uit haar klas vonden het ook heel leuk en hebben geprobeerd om haar op te eten: ‘Hammm!’ De juf had haar ook nog als pizza geschminkt, dat maakte het wel helemaal af.

Ik ben met S. naar Monkey Town geweest. Of, de binnenspeeltuin, zo had ik het eerst genoemd zodat ze direct een idee zou hebben wat het was. Ze mocht kiezen van mij, naar een museum, naar de stad, of naar de binnenspeeltuin, en ze koos voor het laatste. Ze had ook gewoon echt iets verdiend wat leuk was, en alleen voor haar, na al die ziekenhuishectiek van de afgelopen tijd. Het enige was dat ze zaterdag ook nog op L.’s kinderfeestje erheen zou gaan. Dus zo is ze er nooit geweest, en zo zou ze twee keer in de week gaan. Ik vroeg me af of dat een probleem was en besloot van niet. Misschien juist handig als ze alvast zou weten hoe het daar is, ter voorbereiding. Het was ook echt geen probleem, want S. had het er zo naar haar zin dat ze het juist leuk vond om nog een keer te gaan. En je hoort altijd heel veel van die horrorverhalen over drukte en herrie enzovoorts, maar ik vond het zelf ook behoorlijk relaxed. Ik had een tafeltje, en hield S. wel zo’n beetje in de gaten maar allengs wel steeds minder, en er was inderdaad heel veel geluid maar dat was juist fijn, want mijn hoofd zat vol met oorlogsstress en die werd daardoor mooi wat gedempt. De eerste keer dat ik S. uit het oog verloren was, schrok ik wel, zeker omdat ik haar daarna ook écht niet kon vinden (omdat bleek dat ze naar de ballenbak in het peutergedeelte gegaan was, geloof ik…), maar daarna kreeg ik er meer vertrouwen in dat er eigenlijk niet zo veel kon gebeuren. Alles is natuurlijk ook van zacht materiaal en gemaakt om niet gewond te kunnen raken, en S. is ook echt niet het type om meteen alsnog gevaarlijke stunts uit te halen. En nou ja, op L.’s kinderfeestje zou ik er ook niet steeds naast staan, dus dit was dan toch alvast een mooie oefening. S. was helemaal in de wolken, ook omdat ze een donut en warme chocolademelk kreeg. Ja, het was echt een prima dag.

D. 2 jaar en 11 maanden/ 3 jaar

N. brengt S. naar school. Het is woensdag, mijn moeder komt zo oppassen. D. pakt de kruk uit de badkamer en sjouwt ‘m naar S.’s raam.
Ondertussen hoor ik haar mompelen: ‘Ik pak het krukje om uit het raam te kijken… Oooh! S. zegt dat ik niet uit het raam ga kijken maar dat is wel zo! Nietes! Welles! Nietes! Welles!’
Alsof ze aan het oefenen is om ruzie te maken.

D. vond het trakteren op de crèche maar spannend. Ze vindt de crèche momenteel sowieso niet zo leuk, vooral het slapen niet. We komen er niet helemaal achter wat er nou precies aan de hand is, maar het zal wel iets met het ziekenhuis te maken hebben. Dat ze het niet fijn vindt om te slapen in een bedje dat wat hoger is, of juist dat ze het niet fijn vindt om in een bedje te slapen dat rondom helemaal dicht is (zoals in het ziekenhuis), ik weet het niet, maar ze moet er wel steeds om huilen, ook op de crèche. Dus al met al was haar verjaardag daar niet zo feestelijk, want ze was de hele ochtend steeds aan het huilen vanwege het slapen. Uiteindelijk hebben ze haar maar op een stretcher gelegd, wat mij een prima oplossing lijkt. Het feestje daarna vond ze wel leuk, geloof ik.

D. begint ineens wat meer over het ziekenhuis te vertellen. Dat haar hand pijn deed. Dat de dokters en zusters dat niet goed gedaan hadden. Dat ze daar moest slapen. Zo zielig allemaal.

S.: ‘Ik weet alles!’
D.: ‘Ik weet ook alles!’
S.: ‘Nee! Jij weet helemaal niet alles. Waar wonen pinguïns, op de noordpool of op de zuidpool?’ D.: ‘Ehm, de zuidpool.
S.: ‘Hm. Oké, dat klopt.’

Ik ben met D. voor het eerst weer eens naar de Peutergym geweest. De laatste keer was zo’n anderhalf jaar geleden en er is zo veel gebeurd. Ik trok het toen heel slecht met die mondkapjes, werd er zo verdrietig van. En met de stijgende besmettingscijfers voelde het ook niet zo fijn. Nu bleek het de eerste keer weer te zijn dat je niet met een mondkapje hoefde, dus dat was mooi meegenomen. D. had er veel zin in, ze vond het ook meteen leuk om op de trampoline te springen. En ze ging aan de ringen hangen en lekker dansen op ‘De wielen van de bus’ en goed meedoen met de spelletjes. Ze vroeg wel wanneer we nog op een liedje gingen dansen, dus Peuterdans zou ook wel iets voor haar zijn, maar enfin, dit komt qua tijd wel goed uit en we weten zo’n beetje wat we kunnen verwachten en D. houdt natuurlijk óók heel veel van klimmen en klauteren, dus we zijn wel plan om vaker te gaan.

En toen was het weer een vrijdag en kreeg D. wéér een koortsstuip. Ook deze keer begon het weer met overgeven. Ze had al over buikpijn geklaagd dus op zich verbaasde me dat niet, maar toen ik naar haar toe ging nadat S. meldde dat ze aan het spugen was, zag ik dat ze wat raar naar boven keek en wist ik eigenlijk al voldoende, al twijfel ik dan ondertussen wel nog steeds en blijf ik dan maar zeggen: ‘D., hoor je me? D., ben je er nog?’ Nou ja, N. pakte de neusspray en belde de ambulance terwijl ik D. ondersteunde. De ambulance kwam precies toen het net iets beter leek te gaan, maar D. trilde wel nog heel erg en werd ook niet echt wakker. Het was me volstrekt onduidelijk of ze nu aan het slapen was door de midazolam of dat ze nog in een stuip zat. De ambulancemedewerkers dekten haar toe met een dekentje en controleerden haar reflexen en saturatie en hartslag en suiker en dat was verder gelukkig allemaal wel goed. Ze gingen even bellen en beslisten dat ze haar toch maar mee gingen nemen naar het ziekenhuis. Als het dan toch beter ging, zouden ze weer omkeren. Ik ging mee. Dus ik gooide snel wat spullen in een tas en daar gingen we naar buiten. Door het overpakken van D. en de koele buitenlucht, ontwaakte ze ineens toch wel. Dus uiteindelijk heeft ze wel in de ambulance gezeten, maar heeft de ambulance niet met haar gereden. Na nog wat onderzoekjes mocht ze weer naar huis. Gelukkig maar, nu kan ze lekker in haar eigen bedje slapen.

S. 5 jaar (december/januari)

We hadden net de kinderen gedoucht toen S. zei: ‘Er komt iets uit mijn neus!’ En ja, ik zag inderdaad wat donkers uit haar neus steken.
‘Ik pak een wc-papiertje’, zei ik, in de veronderstelling dat het gewoon snot of bloed was. Maar toen ik met het wc-papiertje aankwam, was het nog verder naar beneden gezakt. Ik haalde het eruit en dacht: ‘wát is dit!?’ Het leek zo dicht en hard en vreemd. Misschien alsnog snot of bloed, maar dan alsof het vervilt leek te zijn, heel oud snot of bloed of zo. En we waren al wel steeds crème aan het smeren omdat we krentenbaard in haar neus vermoedden omdat haar neusgat steeds maar zo bloederig bleef, maar toch snapte ik niet goed waar ik nu naar keek. Dus ging ik naar beneden om er een foto van te maken en te googelen op ‘grijs snot’. En net toen ik ontdekte dat het echt heel hard was, eerder als een steen dan als snot, riep N. van boven: ‘Ze zegt dat ze misschien per ongeluk op school een steen in haar neus gestopt heeft!’ Nou, toen was toch wel duidelijk wat het was. Ik tikte er eens mee op het aanrecht, veegde het snot eraf en toen was het ineens overduidelijk een steentje. Maar ze was inmiddels al twee weken niet op school geweest, dus dat betekent dat die steen er minimaal twee weken in gezeten heeft. Terwijl we zelfs zelftesten bij haar gedaan hebben! Het is ook wel enigszins verontrustend, waarom heeft ze niet gezegd dat er een steen klem zat in haar neus? Ze zegt dat ze het niet voelde en dat ze het vergeten was, maar in eerste instantie wist ze het toch wel, dus waarom heeft ze het niet op die dag gezegd? En hoe kan het überhaupt dat je dat niet voelt? Ik ben wel ontzettend blij dat ‘ie er nu uit gekomen is en hoop dat haar neusgat dan wat minder bloederig zal zijn, dat we hiervoor niet naar het ziekenhuis hebben hoeven gaan. Doordat ‘ie er nu ineens uitzakte, hebben we eigenlijk geen stress hoeven hebben waardoor het vooral een verbijsterende en ook wel grappige situatie is.

D. heeft opnieuw een koortsstuip gekregen. Een heftige, waardoor ze weer op de intensive care belandde. S. zat in eerste instantie vooral in over dat ze nu geen erwtensoep kon eten, maar ik zei dat zij wel gewoon mocht eten. En daarna ook mijn portie. Maar toen D. met de ambulance opgehaald werd, moest ze toch even huilen. Daarna vond ze het wel gezellig dat tante S. kwam en bij het idee dat oma zou komen werd ze helemaal blij, wat ik dan weer moeilijk vond. Maar goed, het is natuurlijk fijn als het voor S. wel leuk is. Mijn moeder heeft goed haar best gedaan, ze is zelfs de volgende dag met S. naar de speelgoedwinkel geweest om een cadeautje uit te zoeken. En ze hebben de kamer gepoetst en met de Playmobil gespeeld (ook de hele koortsstuip nagespeeld) en restaurantje gespeeld en ze had gelezen. Toen ik zaterdag namiddag terug kwam, kreeg ik echt het idee dat ik teveel was. Op zondag werd D. overgeplaatst naar de verpleegafdeling en was S. niet meer verkouden, dus toen ben ik S. gaan halen. Dat vond S. héél spannend, ze wilde niet naar het ziekenhuis en niet in de auto, want het was spannend. Wel goed dat ze dat zo kon verwoorden, maar ja, het leek mij toch wel fijn voor de meiden als ze elkaar even zouden zien. En m’n moeder zei ook dat het nu juist spannend was omdat ze niet wist hoe het ziekenhuis was en dat het misschien fijn was als ze dat daarna wel zou weten, en dat is denk ik ook zo. Op de intensive care had ze niets te zoeken, maar nu had D. een eenpersoonskamer en kon ze ook al wat spelen, wel goed als S. dat zou zien. S. maakte zich vooral druk of D. alweer kon praten, nou, dat kan ze, al klinkt het allemaal nog wat gek en traag en onduidelijk. Eenmaal in het ziekenhuis wilde S. ook met D.’s speelgoed spelen en kreeg ze ook appelsap en chips dus dat was best prima. Maar bij het naar huis gaan stortte ze in en zei ze dat N. en D. ook mee moesten. Ze veranderde ineens in een eenjarige, ook qua taalgebruik, in de auto bleef ze maar huilen: ‘Mama N. en D. ook huis, oma ook mijn huis!’ Zo zielig. Later toen ik haar in bed legde kon ze het toch als een vijfjarige verwoorden: ‘Mijn hoofd zit zo vol. Ik voel me verdrietig en alleen en blegh.’ Ik zei dat ik dat begreep, maar dat ze niet alleen was want ze was met mij, ook al ben ik maar één mama. S.: ‘Ik zei dat ik me alleen vóélde, dan hoeft het niet te kloppen hè.’ Wat een inzicht zeg! Ik ging maar even boven de was opvouwen zodat ze me kon horen, net als toen ze een kleine baby was.

S. toen we uit het ziekenhuis waren: ‘Prin-ses Máx-ima Cen-trum’. Ik: ‘Kom nou, we gaan in de auto.’ Zij: ‘Je weet toch dat mijn ogen alles willen lezen!’

Op zaterdag (D. is inmiddels weer thuis) dwingen we D. zo ongeveer een middagslaapje te doen. N. gaat met haar in het grote bed liggen. Ik doezel wat op de bank, terwijl S. in de weer is met het autokleed en de Duplo. Ze is ‘alles aan het klaarzetten’ en zal zich melden als alles klaarstaat. Uiteindelijk is dat zo. Allerlei auto’s staan keurig geparkeerd. En dan meldt S. dat we gaan doen alsof het de vrijdag van de koortsstuip is. Kijk, daar wonen wij en wij zijn soep aan het eten, en dan krijgt D. de koortsstuip en komt de ambulance. De hele logistiek wordt uitgevoerd en alles wordt nauwgezet nagespeeld. ‘Nee, toen zei mama N. eerst tegen jou: ‘Ze is er echt niet meer hoor.’ Nee mama, jij moest wel huilen, toen stond jij daar bij die bank.’ Alles wat ze rectificeert klopt precies, elk detail zit in haar hoofd opgeslagen. Mijn arme S. Maar wel ook heel fijn dat ze het op deze manier kan verwerken, dat ze me daarvoor vertrouwt.

D. 2 jaar en 10 maanden

Het wil er bij D. nog niet zo in dat Sinterklaas nu voorbij is. Ze blíjft maar herhalen, als een kapotte langspeelsplaat: ‘En ik droom van Sinterklaas en zijn vriendje Pieterbaas. En ik droom van Sinterklaas. En ik droom van Sinterklaas. En ik droom van Sinterklaas…’ Enzovoorts. Ook speelt ze nog steeds dat zij Sinterklaas is en de skippykoe Ozosnel. Ze zet er speciaal haar lage stem voor op: ‘Hallo ik ben Sinterklaas. Jij bent Piet.’ Ze wil het liefst op Ozosnel naar de crèche maar dat mag niet van mij. Gelukkig komt ze zonder morren mee als ik zeg dat we met de fiets gaan: ‘Misschien zie je Piet wel fietsen met Sint achterop.’

Nu we de kerstboom gezet hebben en alle kerstspullen tevoorschijn hebben gehaald en kerstkaarten gemaakt hebben, gelooft D. trouwens wel dat Sinterklaas voorbij is. Ze geeft je nu ook op je kop als je Sinterklaasliedjes zingt, we moeten ‘O denneboom’ zingen of ‘Jingle Bells’ of ‘Er is een kindeke geboren’. Het is nu kerstmis, en het wil er zowel bij haar als bij S. niet in dat het nog géén kerstmis is, want de kerstboom staat, dus.

D. heeft weer een koortsstuip gehad. We waren aan het avondeten, D. was zo goed als klaar, en toen N. haar bord wegpakte keek ze ineens raar en zei ze niets meer en begon ze over te geven. We namen haar mee naar de wc en daar zakte ze weg. Omdat we niet direct 112 wilden bellen omdat ze er in de zomer ook zelf uitgekomen was en het toch wat onduidelijk was of ze nu vooral aan het spugen was of dat het een koortsstuip was, belde ik de huisartsenpost. Die adviseerde 1x midazolan te geven en haar op haar zij te leggen, wat we deden. Ze had 37.9, dus wel iets van koorts. De huisartsenpost stuurde een huisarts met spoed langs, die gelukkig heel aardig was. Zij vond het ook wat onduidelijk, soms leek ze wel enigszins alert maar het volgende moment maakte ze weer rare bewegingen of begon ze weer te friemelen, dus toen belde ze een ambulance. De huisarts gaf nog 3x midazolan want dat moest volgens het voorschrift en voortaan moesten we daar zeker ons eigen gevoel in volgen en niet dat van een willekeurige huisarts op de huisartsenpost. Oké, dan weten we dat. De ambulance kwam en toen ging het eigenlijk wel beter, maar ze namen haar toch mee omdat het inmiddels langer dan een kwartier had geduurd. En ik ging ook mee. Het was zo surreëel, ik gooide snel wat spullen in een tas en droeg D. toen naar de ambulance, en toen moest ik op de brancard liggen met D. in mijn armen. Ze sloegen een laken over ons heen en snoerde me vast. Je rijdt dan dus achteruit, een vreemde gewaarwording. Gelukkig niet met gillende sirenes, anders zou ik echt misselijk geworden zijn. Een van de ambulance-mensen stelde me allemaal vragen, waaronder D.s voorletter, en daarna aan D. nog haar naam. ‘D’, zei D. De ambulance reed een tent in en toen werden we met brancard en al eruit gehaald en naar een kamer in het ziekenhuis gereden, waar een heel team op ons aan het wachten was. Bij de aanblik van D. die overduidelijk wel weer bij was, verdwenen er gelukkig al direct twee mensen. Er werd op een whiteboard geschreven wat er allemaal gebeurd was, de ambulance-meneer gaf de overdracht, dat vond ik wel professioneel allemaal. Behalve dat degene die alles opschreef concludeerde dat D. dan wel bijna 4 was. ‘Nee 3’, zei ik. ‘4’, zei zij. ‘3’, zei ik. ‘O ja!’ zei zij. En dat ze een dochter van november had die net 3 geworden was, ook uit 2019, en dat ze daardoor in de war was geraakt. We werden naar een andere kamer gereden, omdat het zo druk was en ze moesten overleggen over wie waar heen moest, kon ik gelukkig wel snel N. appen dat D. oké was, want die maakte zich natuurlijk doodongerust. In de andere kamer moesten we wachten tot ze met de kinderarts overlegd hadden, en daar viel D. prompt in slaap. Ze kreeg nog een paracetamol dus toen werd ze even wakker, maar door de medicatie viel ze daarna gewoon opnieuw in slaap, zo in mijn armen terwijl ik iedereen aan het appen was. Meteen ook berichtjes van de buurvrouwen, zo lief. Daarna kreeg ik te horen dat we inderdaad naar huis mochten, en kwam N. ons met de auto halen.
En nu is het een dag later. Ze hadden in het ziekenhuis geconcludeerd dat het buikgriep was, vanwege het overgeven en omdat D. die dag een keer gezegd had dat ze buikpijn had, maar ik weet het niet goed en dat maakt me onrustig, zeker in combinatie met wat ze een paar weken terug had, toen ze zo’n slijm hoestte en we ook geen contact met haar kregen. Maar we zullen het maar moeten afwachten zeker.

Nieuwjaarsdag. Ik heb het ontbijt net klaar, de pap in de kommen gegoten, als ik ineens het geluid hoor van iets wat van de trap valt. Ik ken dat geluid, want D. gooit met enige regelmaat dingen van de trap, maar het klinkt nu wel als iets groots. En als ik D. vervolgens in de gang hoor huilen, ren ik er snel naartoe en weet ik al wat er gebeurd is. Haar neus bloedt wat, maar ze staat al meteen op en loopt naar me toe. Ik reageer nogal hysterisch. S. meldt dat ze van de trap gevallen is, N. komt ook snel naar beneden. Ik pak een washandje, N. neemt haar op schoot, en ik roep maar: ‘waarom waarom waarom’ omdat ik het alweer helemaal voor me zie: we moeten weer naar de huisartsenpost, het logeerpartijtje bij mijn moeder kan niet doorgaan, ze heeft vast een hersenschudding of nog iets veel ergers waardoor ze doodgaat, hersenletsel of zo. N. maant me te kalmeren want ik ben de volwassene, maar dat lukt nog niet helemaal en ik ben ook zo boos, waarom kunnen ze nou nooit eens voorzichtig doen? Dan vertelt S. ook nog dat D. van helemaal boven naar beneden is gevallen, en dat ze haar wilde inhalen via het poppenkantje, dat verbetert de boel niet echt. Ik bel de huisartsenpost in de verwachting dat ze hooguit een wedadvies zullen geven maar ik moet toch langskomen omdat ze pas 2 jaar oud is. Ik gooi snel wat spullen in een tas, D. heeft ondertussen haar pap gegeten. Ze wil supergraag nog een boterham maar de triagist van de huisartsenpost leek het beter als ze nog even niets eet, dus die nemen we maar mee. Ik eet nog gauw een paar happen peer met pap en dan poetsen we ons tanden en vertrekken. Het is superdruk bij de huisartsenpost maar uiteindelijk hoeven we daar niet eens zo lang te wachten. De dokter herkent ons, het is exact dezelfde dokter als twee weken terug met haar koortsstuip… Ze vraagt eerst hoe haar koortsstuip is afgelopen en onderzoekt haar daarna vluchtig. Vanwege de hoogte overlegt ze met de kinderarts, en de kinderarts verwijst door naar de neuroloog, en de neuroloog wil haar voor de zekerheid zien op de spoedeisende hulp en beslist vervolgens om haar voor de zekerheid 24 uur in observatie te houden. Ik had dat niet echt zien aankomen dus dat was wel even schrikken. Maar later bedenk ik me dat het ook wel weer prettig is, zij houden haar nu gewoon goed in de gaten dus als er toch iets niet goed blijkt, zijn we al direct op de juiste plek. Op de spoedeisende hulp hebben ze leuk speelgoed voor D. en mag ze alvast haar boterham eten. Op de kinderafdeling is een speelkamer maar die is gesloten vanwege corona, op een gegeven moment gaan we er wel met een zuster heen om even wat uit te zoeken, maar daarvoor verveelt D. zich vreselijk. Je merkt helemaal niets aan haar, ze lijkt echt nergens pijn te hebben behalve aan haar neus, dus ze is gewoon druk en wil naar huis, of liever nog naar oma. Op de gang is wel wat te doen, waaronder een soort spelcomputer en een piano (pinano, zegt D.).
N. komt naar het ziekenhuis met een hoop kleren en etenswaren en dergelijke. Wat een nieuwjaarsdag zeg… We hebben een gedeelde badkamer, dat is wel irritant, zeker omdat we er ongeveer de helft van de tijd op zitten omdat D. veel appelsap krijgt en dat heel snel opdrinkt en vervolgens dan weer naar de wc moet. Verder is het veel wachten en D. proberen bezig te houden, wat op zich nog wel aardig lukt. Als N. er is, heb ik de gelegenheid om even een broodje te kopen zodat ik ook ’s avonds wat te eten heb, maar ik heb geluk want er is nog eten over waardoor ik ook nog wat rode kool heb met vegetarische balletjes die volgens mij echt niet vegetarisch waren… D. krijgt hutspot met draadjesvlees en appelsap. Daarna zegt ze al gauw dat ze naar bed wil, dus ik begin met alle avondvoorbereidingen. We bellen ook nog even naar N. en S. om welterusten te wensen. S. lijkt eigenlijk nauwelijks geschrokken, dat verbaast me wel. Als ik me die val toch voorstel, helemaal van bovenaan en dan 2x over de kop naar beneden (zegt S.), ik snap gewoon niet hoe dat goed kan gaan. Het moet er toch ijselijk uit gezien hebben? Ik krijg er de rillingen van in elk geval. D. zelf zegt dat ze gerold is, dat zal wel kloppen dan. In bed valt ze eigenlijk al snel in slaap, als ik eenmaal even de lamp heb uitgedaan. Het is natuurlijk ook wel heel vermoeiend, deze hele dag zo in het ziekenhuis. In eerste instantie kijken ze elk uur met een lampje in D.’s ogen maar vanaf 4 uur ’s middags gelukkig nog maar elke 2 uur, dus hoewel het een gebroken nacht is, valt het ook nog wel iets mee. D. slaapt ook steeds al vrij snel gewoon weer verder en begint niet te huilen, ze doet het echt ontzettend goed. Ik slaap zelf ook nog wel redelijk, al kan ik na de check van 6 uur niet meer in slaap komen. D. wordt om kwart voor 7 wakker als ik me aan het aankleden ben. Er komt nog niet direct ontbijt, dus geef ik onszelf maar elk een kwarkbol die N. heeft ingepakt. Later blijkt dat N. dat een oerdom idee vindt, zo’n kwarkbol op een nuchtere maag van iemand die misschien een hersenschudding heeft, maar daar denk ik geen moment aan, en D. trouwens ook niet, we eten gewoon met veel plezier die kwarkbol op. Ik haal ook thee voor mezelf, D. krijgt wat water. In zo’n ziekenhuis laten ze je altijd verhongeren maar al met al doen we dit echt heel erg goed, vind ik. Uiteindelijk komt er om kwart over 8 ontbijt, een beker yoghurt en honing voor D., en natuurlijk appelsap. En voor mezelf ook yoghurt met honing en nog wat granola. Toch goed dat we ook al een kwarkbol gegeten hadden… We krijgen te horen dat het op zondag wel lang kan duren voor de dokter komt, maar als D. en ik net aan het videobellen zijn met N. en S. komt er ineens al iemand binnen die de neuroloog blijkt te zijn. D. vertelt nog maar eens dat ze pijn heeft aan haar neus, en ze moet laten zien dat ze kan springen en wat vragen te beantwoorden. Waaronder over naar wie ze straks toe gaat… ‘Oma E.,’ fluistert ze, die arme schat, want dat is natuurlijk inmiddels allang van de baan. Daarna veronderstelt de neuroloog dat ze misschien naar haar papa gaat, waar D. helemaal van in de war gaat. Maar gelukkig is verder wel duidelijk dat D. goed bij is, dus we mogen naar huis! De verpleegsters vinden ook dat D. het hartstikke goed gedaan heeft steeds, dus ik ben wel heel trots op haar. Eenmaal thuis is vooral N. wel total loss, wat ik snap want het is op een bepaalde manier juist altijd veel stresserender als je niet erbij bent in het ziekenhuis. D. en S. vliegen elkaar al direct weer in de haren dus het is verder niet zo’n gezellige dag, maar ja, misschien ook wel logisch na hoe heftig deze start van het nieuwe jaar geweest is…

Ik: ‘Je mag naar huis D.!’
D.: ‘Nee! Op de pinano!’

S. 5 jaar (november/december)

De auto moet nodig weer eens rijden. Ik besluit om naar Stoutenburg te gaan. Als ik nou één kind mee kan nemen, dan kan N. met het andere kind boodschappen doen, is mijn idee. Ik vraag D. of ze naar Stoutenburg wil. ‘Jaaaaa!’ zegt ze. En voor ik het weet zegt ook S.: ‘Ja, naar Stoutenburg! Wij gaan naar Stoutenburg! Wat is dat eigenlijk?’ Door het dolle van enthousiasme zijn ze. Misschien omdat het zo leuk klinkt, met dat ‘stout’ erin, voelen ze zich aangesproken? Maar ook als ik zeg dat het een bos is, willen ze nog steeds mee. Heel gezellig is het. Ik ben erg blij dat S. over haar kabouterangst heen is en D. over haar bosangst, dat is toch handig in deze tijden van naderende zoveelste lockdown. We lopen het stouteschoenenpad en we eten pepernoten op de uitkijktoren. D. klimt overal op en S.’ laars verdwijnt in de modder. Op een gegeven moment blijft D. wat achter. ‘Ik heb een blaadje gevonden!’ roept ze. Ook S. vindt dat supergrappig.

S. heeft de hele week in het werklokaal gewerkt. Ze heeft er nu zelfs haar eigen laatje, met een potlood en een gum en ‘een bakje om mee te oefenen’ en een rekenwerkboekje erin. Ze heeft ook een Sinterklaaswerkboekje gemaakt met onder andere bussommen (zei mij niets, maar N. heeft dat soort sommen ook gemaakt) en een fantastische tekening van ‘Malu Pietj’ en Sinterklaas erin. We krijgen de indruk dat ze nauwelijks meer meedoet met groep 2, en als ik dat op vrijdag tegen de juf zeg, beaamt die dat ze erg aan het zoeken zijn naar hoe ze het moeten aanpakken omdat S. met zowel lees- als rekenniveau al op E3 zit. Dat verbaast me dan toch wel weer, ik had gedacht dat ze dan toch al een stuk verder zouden zijn. Ik geloof het ook niet helemaal, ik weet heus wel dat S. een slimme meid is, maar volgens mij beheerst ze echt nog niet alles wat een groep 2-kind zou moeten kunnen, qua ruimtelijk inzicht bijvoorbeeld. Nou ja, de juffen zijn dus aan het zoeken of ze moeten gaan verbreden, verdiepen of toch versnellen, en ik heb toen wel direct gezegd dat versnellen ons niets lijkt. Dan zou ze met 10 jaar naar de middelbare school gaan, dat kan toch niet? Nou ja, we wachten het maar even af. In elk geval vindt S. het echt héél erg leuk om in het werklokaal te werken, ze vertelt het te pas en te onpas. Gelukkig vindt ze het dus wel leuk om iets te leren, ook nu ze wat moeilijkere dingen doet zoals cijfers schrijven (die gaan vaak verkeerdom). Ik ben heel trots op S. maar ook wel een beetje bezorgd over hoe dit verder zal gaan.

S. over het Sinterklaasjournaal: ‘Ik wil niet dat het pas volgend jaar weer komt!’ Helemaal overstuur is ze. Twee dagen later lijkt ze er nog steeds niet helemaal overheen, als ze een heus Kerstjournaal uitschrijft. ‘het kerstverhaal met haar naam tuutuutuu haaloo daar zij we wir met het kerstsnuuaal joozuf en marieja krijgun beebie v. en f. hebun al de kerstboom staan nuu nog het kortu nieu de kerstman zit vast in de scuting.’ Mooiste journaal ever toch?

Het is Paarse Vrijdag. Dat stond in de agenda van de nieuwsbrief van school, en de directrice had er ook trots op instagram over gepost. Allemaal heel leuk en aardig maar S. was de enige die iets had en de juf had er verder ook helemaal niets over gezegd, dus dat was wel heel teleurstellend. N. had speciaal een paarse haarband voor haar gemaakt en die wilde S. wel op (ook al was er geen berichtje met nadere toelichting via Parro gekomen), maar het voelde wrang, nu leek S. ineens op ons uithangbord in plaats van dat anderen toonden dat ze háár supporteren. En dat dat nodig is, bleek wel toen S. N. ineens vertelde dat een klasgenootje weer gezegd had dat ze later niet met haar klasgenootje I. (een meisje dus) kan trouwen. Zo stom, de noodzaak is er dus wel degelijk, ook of misschien wel júíst bij de kleuters, want alles wat ze nu goed leren hoef je later niet meer recht te breien. Ik was er echt teleurgesteld over. N. heeft er nog een bericht over gestuurd, ben benieuwd of en wat voor antwoord ze krijgt.

D. 2 jaar en 9 maanden

      Geen reacties op D. 2 jaar en 9 maanden

D.: ‘Is het al ochtend?’
Ja, het is ochtend. Dus mag ze bij ons in bed komen liggen.
‘Mama, is het al ochtend?’ vraagt ze na een tijdje aan N. En ja, het is ochtend en N. biedt aan dat ze samen opstaan.
‘Is het voor mama M. al ochtend?’ is haar antwoord. Blijkbaar betekent voor D. ochtend en opstaan exact hetzelfde.

Ik mag een kijkje in de klas nemen bij S. En D. mag ook mee. Ik heb haar laatst ingeschreven, dus ze mag best een keer komen kijken, zo kunnen we dat combineren. Het is hartstikke leuk om eens te zien hoe ze de dag opstarten, en hoe ze dat doen in de kring. Diep respect voor hoe de juf zowel de boel in bedwang houdt (‘Even stil N.!’ ‘Dit is mijn laatste waarschuwing, O.!’) als een programma in hoog tempo doorloopt. Bespreken wat ze die dag gaan doen, de dagen van de week, hulpje kiezen, nog een spelletje dat met het thema herfst te maken heeft… ongelooflijk. D. vindt het allemaal fantastisch. S. geeft ons eerst een rondleiding en daarna spelen ze even samen met de nopper. In de kring zit D. naast S. en doet ze enthousiast mee. Ze steekt voortdurend haar vinger op en doet supergoed mee met het spelletje waarbij ze moet rollen als een pompoen, moet wuiven als een boom en vallen als een eikel. S. is hulpje en mag als eerst kiezen. Ze kiest voor de ontdekhoek en D. en ik lopen achter haar aan. Ik dacht, nu gaan we naar huis, maar D. wil ook in de ontdekhoek. En ik krijg haar gewoon niet meer mee naar huis, ze laat zich op de grond vallen en roept dat ze wil blijven. Ineens toch weer de tweejarige in plaats van de vierjarige… De juf zegt dat ze nog een andere keer ook mag komen en S. legt haar geduldig uit dat ze als ze vier is elke dag naar school mag en dat helpt, ze komt mee. Maar op de fiets hoor ik haar voortdurend ongelukkig mopperen dat ze wilde blijven. O, ze moet nog meer dan een jaar wachten, maar eigenlijk is ze er nu al klaar voor!

S. mag naar het feestje van R. D. vindt het zó oneerlijk. S. vindt het nog hartstikke spannend ook, die zou het liefst niet gaan, maar D. wil ook naar het feestje. Als S. gebracht wordt, doet ze gewoon haar schoenen aan en begint ze keihard te huilen. Ze pakt haar jas en probeert die ook aan te trekken, maar omdat ze zo boos is, lukt dat niet goed. Een totale inzinking heeft ze: ‘Ik wil ook naar R.’s feestje!’ Zo lastig als je pas 2 bent en je wil zo graag groot zijn! Ik neem haar maar even mee naar de speeltuin, kan ze lekker even schommelen.

D. hoest. In eerste instantie alleen/vooral ’s nachts, nu ook overdag. De nacht van vrijdag op zaterdag hoorde ik haar ook hoesten, zo erg dat ik maar eens een glaasje water voor haar ging halen. Maar toen ik vroeg of ze wilde drinken, reageerde ze niet. Ik deed de lamp aan en zag dat ze gespuugd had, probeerde haar wakker te maken maar dat lukte eigenlijk niet. Dus toen maakte ik N. maar wakker met dat ik niet wist of ze een koortsstuip had. N. kwam en toen reageerde ze wel een beetje, maar ze zei maar niets dus helemaal gerust waren we er ook niet op. We namen haar koorts op, die was 37,6 en N. belde toen toch maar de huisartsenpost. Terwijl ze dat deed begon D. nog veel meer over te geven, gewoon slijm was het. Het bleef onduidelijk of ze nu echt aan het overgeven was of dat het gewoon slijm van het hoesten was. Ik denk het laatste maar de huisartsenpost gokte op basis van het verhaal het eerste en zei dat we het gewoon konden afwachten maar dat we zeker weer moesten bellen als ze toch een koortsstuip zou krijgen. D. zei nog altijd niets, ze huilde ook niet, ze keek gewoon apathisch voor zich uit. Pas toen we vroegen of ze wilde slapen kwam er een heel zacht ‘ja’. Maar zodra we haar neerlegden – ik had net haar bed verschoond – kwamen er weer nieuwe golven slijm, dus toen moest ze toch weer rechtop en moesten wij weer met doeken in de weer. Wat een gedoe zeg. Daarna ging het wel iets beter, we hoorden haar nog een aantal keren hoesten en toen viel ze in slaap. Ik niet meer, ook vanwege mysterieuze lichtflitsen die ik zag en waar ik maar niet van begreep waar ze vandaan kwamen. En toen ik eindelijk in slaap viel, had ik een afschuwelijke nachtmerrie en daarna kon ik al helemaal niet meer slapen. Gelukkig heb ik in de loop van de dag uitgevogeld dat ik waarschijnlijk knipperende koplampen van een Tesla zie, die hebben blijkbaar een idiote bewegingssensor ingebouwd waarbij het nodig is om je buren uit hun slaap te houden door die felle schijnwerpers van koplampen te laten knipperen. D. was de volgende ochtend trouwens gewoon weer haar blije zelf en ontkende dat N. de huisartsenpost gebeld had. Nou ja, ook goed.

D. zingt echt al opvallend goed ‘Zie ginds komt de stoomboot!’ Echt volledig foutloos, afgezien van haar hardnekkige: ‘Wie stout is krijgt lekkers…’