20 weken zwanger

      Geen reacties op 20 weken zwanger

De 20-wekenecho. Aan het begin van de zwangerschap had ik verwacht dat ik daar heel zenuwachtig over zou zijn. Ik dacht: deze periode is heel stressvol omdat je niet weet of het echt zo zal zijn, of het kindje ‘blijft plakken’ zoals ze dat op fora noemen, maar straks komt er weer nieuwe stress aan, bijvoorbeeld met de 20-wekenecho, want dan kun je ook weer te horen krijgen dat er van alles mis is. Maar door de onverwachte echo van voor de vakantie valt het met de zenuwen reuze mee. In de vakantie heb ik de baby zelfs al voelen schoppen, en door de vakantie ben ik misschien sowieso al wat relaxter dan normaal, dat speelt vast ook allemaal mee. Ik ga er onbewust eigenlijk vanuit dat het allemaal wel goed zal zijn. Rationeel begrijp ik het niet, maar het is nu eenmaal zo. Dat N. het ook zo ervaart, helpt wel een hoop. Als zij heel zenuwachtig zou zijn geweest over of het hartje van het kindje wel goed zou zijn, dan was ik vast ook zenuwachtiger geweest. Nu niet.
En gelukkig hadden we ons ook geen zorgen hoeven maken. Het duurt wel even voordat de verloskundige alles kan zien, en we denken beiden aan het begin dat we wel zeker terug zullen moeten komen, omdat de verloskundige zegt: ‘De ruggenwervel kan ik nu niet goed zien, dus ik kijk eerst wel naar het hoofdje. O, dat gaat ook niet. Dan naar het buikje. Hm, dat wordt eigenlijk ook lastig. Dan maar het been.’ Nou, dat ze een been had, was al wel duidelijk. En als je haar zo zag schoppen, dan was ook wel duidelijk waarom N. haar al zo veel voelt bewegen. Uiteindelijk lukt het de verloskundige om alles te zien (de maag, de nieren, nierbekken, oogkassen, onze baby heeft het gelijk!). De verloskundige concludeert: ‘Blijkbaar heeft ze het prima bij je.’ Dat is mooi om te horen en wat ons betreft mag dat dan ook nog wel een flink aantal weken zo blijven.

Naderhand ben ik wel wat gestrest. Er zijn veel dingen waarvan we gezegd hebben dat we die gaan doen als we terug zijn van vakantie, als we de 20-wekenecho hebben gehad. Dat leek allemaal nog De Verre Toekomst, maar dat is ineens al nu. Dat we tijdens de vakantie al een mailtje hebben gekregen van iemand of ze de babykamer al mocht bekijken, helpt daar niet echt aan mee. We hebben nog helemaal niets aan de babykamer gedaan, dus die lijkt op dit moment nog verdacht veel op N’s werkkamer. De komende weken komt daar hopelijk verandering in.

18 weken zwanger

      Geen reacties op 18 weken zwanger

We gaan naar de verloskundige. Nog een keer hartje luisteren voor we op vakantie gaan. Ik heb al wel vakantie, maar ben alsnog megagestrest. Vanwege de auto, die ik naar de garage moet brengen. Vanwege de autoreis die we gaan maken. Dat N. nog kei hard aan het werk is om alle deadlines te halen, zorgt ook niet bepaald voor een vakantiegevoel. Van tevoren heb ik er dus nog maar weinig over nagedacht dat we naar de verloskundige gaan. Ik heb ook gewoon het idee dat het dit keer niet zo spectaculair gaat zijn, op een goede manier: N. heeft inmiddels al wel eens het kindje gevoeld, dus ik ben er tamelijk gerust op dat het hartje nog steeds zal kloppen. Maar natuurlijk verheugen we ons er wel op, want ik vond het echt supertof om het hartje te horen de vorige keer, en dat wil ik natuurlijk graag nóg een keer.

We moeten lang wachten. Alweer. Ze zijn niet echt van op schema lopen daar. Uiteindelijk komt er toch iemand, maar het is niet de verloskundige waar we een afspraak mee hebben. Ze zegt: ‘Jullie zitten hier al zo lang te wachten, het loopt allemaal nogal uit. Willen jullie ‘m anders alvast even zien?’
‘Ja!’ zegt N. en ze springt op en loopt met de vrouw mee. Ik loop erachteraan. Ik heb geen idee wat de vrouw bedoelt, waar we nu naar gaan kijken.
We lopen naar de echoruimte, en pas dan krijg ik door waar N. ja op heeft gezegd. Blijkbaar krijgen we ineens, zomaar, een echo? Vreemd. Ik ga maar op de stoel zitten, terwijl de verloskundige de computer opstart en N. op het bed gaat liggen. Voor ik het goed en wel doorheb, is de baby in beeld. De verloskundige heeft nog wel even gecheckt of we het echt willen, de 20-wekenecho nadert immers ook al bijna en het kan natuurlijk zijn dat ze nu ziet dat er iets niet goed is en omdat we bijna op vakantie gaan… ‘Dan wil ik het toch ook graag weten,’ zegt N. ‘Jij ook?’ Het lijkt mij ook dat het niet uitmaakt of we – mocht er slecht nieuws zijn – dat vóór of ná de vakantie horen, dus ik knik.
Ik weet zeker dat ik heel zenuwachtig zou zijn geweest voor de 20-wekenecho, en dat ga ik misschien alsnog wel zijn, maar nu heb ik helemaal geen tijd gehad om zenuwachtig te zijn. Ik ben geschokt, ik had niet verwacht dat ik nu naar een echo zou kijken, gewoon zomaar omdat er tijd voor is. Ondertussen horen we natuurlijk dat de verloskundige waar we een afspraak mee hebben iemand gedag zegt, dus nu loopt het schema alleen nog maar meer in de soep.
We zien een kloppend hartje, en de ledematen die nog langer zijn dan eerst, en de blaas en het hoofdje dat precies goed is qua grootte. Ineens dringt het tot me door dat we dan misschien nu ook al horen of het een jongen of een meisje is, en inderdaad vraagt de verloskundige of we dat willen weten. ‘Ja’, zeggen we, want ja, met de 20-wekenecho wilden we het weten, dat hadden we al zo vaak besproken. En het zou gek zijn om dan nu ineens ‘nee’ te zeggen, enkel omdat het twee weken eerder is, terwijl er nu een echo gemaakt wordt en de verloskundige het al gewoon kan zien. Dus zo horen we ineens al dat we een dochter krijgen. Daardoor voel ik me nog geschokter. Ik kamp met vooroordelen als: dochters zijn veel moeilijker en kwetsbaarder, moeders en dochters hebben altijd issues en straks wil ze alleen maar roze spullen en gelakte nageltjes. En dat terwijl ik heus wel weet dat niet alle meisjes alleen maar met poppen spelen en hun kamer geheel in het roze willen hebben. Dat er ook stoere meisjes zijn, en dat je net zo goed moeilijke jongens met issues kunt hebben die hun moeder(s) haten.

‘Ik wist het niet’, herhaal ik alsmaar bij thuiskomst. ‘ Ik wist niet dat we nu al zouden weten dat ze een meisje is. Ik wist niet dat we een echo zouden krijgen.’
Tijd om op vakantie te gaan om alles goed te laten bezinken.

16 weken zwanger

      Geen reacties op 16 weken zwanger

Mijn moeder zegt al weken dat we naar Prénatal moeten gaan. Zelf is ze er al geweest om een verjaardagscadeau voor N. (nou ja, eigenlijk voor het kind dus) te kopen: een rompertje van Nijntje. Wij zijn dus nog niet geweest, enerzijds omdat we niet te voorbarig allerlei spullen in huis willen halen en anderzijds omdat we er nog geen tijd voor hadden. De weekeinden vullen zich zoals gebruikelijk met boodschappen doen, familie bezoeken en het huis poetsen. Ik raak er vreselijk door in de stress: als het me nu al niet lukt om tijd vrij te maken voor voorbereidingen, hoe moet dat dan in hemelsnaam als het kind er eenmaal is?
Op een gegeven moment hebben we natuurlijk toch ineens tijd en besluiten we naar de ‘Megastore’ te gaan. Ik heb er zin in, vanuit de gedachte dat ik op deze wijze op een positieve manier bezig ben met het krijgen van een kind. Effectief voorbereidingen treffen, dingen dóén, in plaats van alleen maar nadenken over wat we zouden móéten doen.

Maar eenmaal daar raak ik juist onzeker. Al die spullen waarvan ik niet weet hoe het allemaal werkt! Het begint al bij de kleren. N. moet me uitleggen wat een rompertje ook alweer is. Dat wist ik waarschijnlijk toen ik vier was, maar die kennis is in de loop der tijd weer weggezakt. Dan zijn er babypakjes, met allerlei knoopjes op waanzinnige plaatsen. Hoe hijs je daar in hemelsnaam een kind in? En moet daar dan nog iets overheen?
Volgende afdeling: de bedden en badjes. Hoe doe je een kind in bad en zorg je ervoor dat het niet verzuipt? Hoe moet je het bedje opmaken? Dat je geen dekbedjes mag gebruiken, weet ik wel, maar ik heb nog nooit een bed opgemaakt met lakentjes. De kinderwagens: hoe vouw je zo’n ding dicht, zou dat wel in onze auto passen? Wat is een voetenzak, hoezo heb je één wagen waar zowel een bak op kan als een… ja, hoe heet zo’n ding waarin ze meer rechtop zitten? En is dat dan weer wat anders dan een buggy? Vragen, vragen, vragen… Kennelijk ben ik toch nog niet echt toe aan het treffen van concrete voorbereidingen, ben ik nog vooral bezig met mezelf er geestelijk op aan het voorbereiden dat ik moeder word.

Het rare is, van tevoren dacht ik dat ik heel veel zou gaan lezen over zwangerschappen en het verzorgen van baby’s en dat soort dingen. En ik lees heus wel wekelijks op 24baby over de ontwikkeling van het kindje, en af en toe wat op een zwangerschapsforum, maar daar blijft het bij. Ik voel niet echt de behoefte om een heel boek over baby’s door te ploegen. Ook omdat de ideeën daarover per jaar lijken te verschillen, dus voor je het weet, zit je met allerlei achterhaalde kennis. Ergens ga ik ervan uit dat ik de benodigde kennis ‘vanzelf’ wel zal opdoen. En misschien is dat ook wel zo, want door het uitstapje naar Prénatal heb ik al veel spullen gezien waarvan ik niet wist dat ze bestonden, dus in die zin was het inderdaad erg leerzaam.

We kopen één babypakje. Met vogelpootjes. Het ziet er onwaarschijnlijk klein en schattig uit. Daar word ik dan toch ook wel weer blij van.

15 weken zwanger

      Geen reacties op 15 weken zwanger

Op het personeelsfeest praat ik met collega’s Henk en Marc. Marc vraagt hoe we het beslist hebben dat N. zwanger zou proberen worden. Ik vertel over dat het geen moeilijke beslissing is geweest, dat het bijna vanzelfsprekend was. En dat het thema voor mij nu sowieso helemaal niet meer speelt, omdat het gewoon een gegeven is: N. is zwanger, wij krijgen een kind. Dat is al genoeg om over na te denken. Ik zeg dat de enige momenten waarop ik nu soms denk dat ik liever zwanger zou willen zijn, zich voordoen als N. ergens last van heeft. Omdat ik haar dan zou willen helpen, meer zou willen doen. Voor Henk en Marc herkenbaar.
‘Ja, je staat toch een beetje aan de zijlijn,’ zeggen ze.
En ik zeg: ‘Ja, dat is zo.’
En dat het zo wonderlijk en magisch is, een zwangere vrouw. We zijn het erg eens met elkaar.

Op de zaterdag ben ik bij mijn moeder. Ik ben moe. De dag ervoor heb ik een afschuwelijke dag gehad op mijn werk en de dag dáárvoor was ik vreselijk laat thuis vanwege het personeelsfeest.
‘Iedereen vraagt alleen maar hoe het met N. gaat,’ zeg ik. ‘Terwijl ik óók moe ben.’
‘Tsja’, zegt mijn moeder. ‘Wen er maar vast aan, dat zal wel zo blijven. Jij hebt toch de vaderrol.’
Ik reageer niet. Ik vind het stom om dat zo te zeggen.
Daarna denk ik aan het gesprek met Marc en Henk. Zou het dan toch waar zijn? Of kunnen we er ook op een andere manier naar kijken? Dat we de tegenstelling tussen man en vrouw niet centraal zetten, maar de tegenstelling tussen degene die zwanger is en degene die niet zwanger is, dat dát het verschil is waar het om draait? Maar dat is te ingewikkeld voor de gemiddelde mens, dus word ik plots als een soort vader beschouwd. Wat ik blijkbaar soms wel en soms ook helemaal niet prettig vind.

12 weken zwanger

      Geen reacties op 12 weken zwanger

Tijd om op mijn werk te vertellen dat we een kind verwachten. E. is niet het soort Hoofd dat vindt dat werknemers vooral goed en hard en veel moeten kunnen werken en waarbij het dus vooral irritant is als ze kinderen krijgen, omdat ze dan extra verlof krijgen en voortdurend vermoeid op hun werk verschijnen. E. is meer het soort Hoofd dat dolblij is als haar werknemers kinderen krijgen: ‘Hoera, een baby op de afdeling.’ Helaas heeft ze vooral medewerkers met oudere kinderen of piepjonge medewerkers in dienst, dus veel baby’s zijn er niet.
‘Ik zal C. mailen en dan kan ik maandag beginnen met het aan de rest te vertellen’, zeg ik.
Dat vindt E. een goed plan. We ronden ons overleg af.
Even later komt ze naar me toe met een enórm boeket. ‘Geef dat maar aan N.’, zegt ze, om me dan ineens echt te feliciteren, met zoenen en al.
‘Bedankt,’ stamel ik. Hoe krijg ik dit in hemelsnaam mee naar huis, vraag ik me af.
‘Ja, leg dat maar eens uit aan de collega’s’, lacht E.
Eeh ja. Inderdaad. Uiteindelijk probeer ik onopvallend het pand te verlaten. Dat lukt natuurlijk niet, met een bos bloemen dat boven je hoofd uitsteekt.
‘Hé bloemen!’ roept collega B uit.
‘Ja,’ zeg ik, terwijl ik verder loop.
‘Eeeh gefeliciteerd?’
‘Dankjewel.’ En weg ben ik. Arme B.

De bloemen zijn behoorlijk zwaar. En ik moet ook nog eens omlopen, want vanwege de Dodenherdenking is de Dam afgesloten. In de trein is het razend druk. Ik klem het boeket tussen mijn benen en wilde dat ik in elk geval mijn boek nog had kunnen pakken, maar mijn tas staat op de grond en hindert de man naast me vreselijk, dus dat is uitgesloten. Op de fiets hang ik het boeket aan mijn stuur, met het gevaar dat het tussen mijn spaken terechtkomt. Maar uiteindelijk ben ik thuis en kan ik het boeket in de handen van N. duwen. ‘E. zei dat ik je deze moest geven.’
De volgende dag heb ik overal spierpijn.

11 weken zwanger

      Geen reacties op 11 weken zwanger

Intake bij de verloskundige. Ik ben vrij deze week en juist daardoor is er extra tijd om me zenuwachtig te maken. Wat als het nu toch niet goed blijkt te zijn, terwijl we net allerlei mensen het nieuws al verteld hebben?
Bij de verloskundige worden eerst de bloeduitslagen besproken. Dat is tergend, maar tegelijkertijd ook geruststellend: je gaat niet rustig de bloeduitslagen doornemen als je denkt dat er gerede kans is dat er iets mis is met de zwangerschap. Uiteindelijk gaan we naar een apart kamertje voor de echo. Al snel is het kind weer volop in beeld, en wat is het al gegroeid! Wat eerst een soort uitstulpinkjes waren, zijn nu al echte ledematen, met zelfs al handen en voeten. Het kindje had al hersenen, maar heeft nu ook een neusbotje, en het hartje klopt nog steeds precies zoals het hoort. Helemaal opgelucht en ontspannen zit ik daarna bij de verloskundige, die nu uitgebreid de medische geschiedenis van N. en haar familie doorneemt. Normaal vraagt ze ook naar die van de partner, maar dat hoeft bij ons natuurlijk niet. Het enige wat wij weten, is dat de donor de keuring van het ziekenhuis doorstaan heeft, dus al te erge erfelijke ziektes zal de donor wel niet hebben. En wat ik allemaal heb, is eigenlijk niet van belang. De enige vragen voor mij zijn in het algemeen of ik gezond ben (ik zeg: ‘ja’, en in het dossier komt te staan: ‘M. is gezond’, wat mij plotseling nogal kort door de bocht lijkt, maar je gaat ook niet zeggen: ‘M. heeft eigenlijk nooit wat maar altijd wel een hoop kleine kwaaltjes zoals last van haar nek, jeuk aan haar buik en plotselinge huidpijn’, bovendien is dat van geen belang of ik wel of niet het kind zal kunnen verzorgen – hoop ik), en of ik rook. Of ik drugs gebruik, vraagt ze niet, terwijl dat wel op het formulier staat. Blijkbaar is het wel duidelijk dat ik dat niet doe. En o ja, of het mijn eerste kind is, maar ze vult dat al in nog voordat ik antwoord heb gegeven, alsof ze zich niet kan voorstellen dat het anders zou zijn. Nou ja, zo gek is dat niet, ik kan me al niet voorstellen dat ik nu een kind krijg, laat staan dat ik al een kind had gehád.
Net zo voortvarend is ze als ze bij het invullen van N.’s vragen (niet onder behandeling van een specialist, nooit een operatie gehad) concludeert dat ze geen bloedtransfusie gehad zal hebben, terwijl ze dat nu precies wél gehad heeft… Het is een uitputtende vragenlijst, en daarnaast geeft ze N. en mij nog allerlei informatie over wat N. wel en niet mag eten (geen softijs?!), hoe het zit met de verflucht (niet zelf schilderen) en of we al weten of we de combinatietest willen laten doen. Dat weten we, we hebben besloten om dat niet te doen. Het blijft een kansberekening, en bovendien zou het voor ons toch geen optie zijn om abortus te plegen en zijn er zo ontzettend veel dingen die mis kunnen gaan en zijn en met zo’n combinatietest spoor je er slechts drie van op. Het geeft verder geen enkele garantie en zal ons dan ook weinig opluchting geven, zo verwachten we, maar wel stress omdat je dan weer nieuwe afspraken hebt en gedoe, en we zijn wel even klaar met al dat gedoe. Nu pas weer over vier weken een nieuwe afspraak bij de verloskundige!

In de dagen daarna dringt het langzaam tot me door dat het écht is. Ik heb het zo lang niet durven geloven, ik durfde almaar niet blij te zijn omdat ik dacht: misschien gaat het mis, je weet het niet, er kan zo veel gebeuren. En natuurlijk denk ik dat nog steeds, maar de overheersende gedachte is nu toch eerder: we krijgen een kind. En daaropvolgend: o jee!
Ja, ik geloof nu wel dat we een kind krijgen, maar echt gewend aan het idee ben ik toch nog niet. Ik voel een soort verplichting om onvoorwaardelijk blij te zijn, maar zo werkt het natuurlijk niet en dat hoeft ook niet. Ik mag best onzeker zijn en bang voor alle veranderingen, dat wil niet zeggen dat ik meteen ondankbaar ben. Wat helpt, is dingen regelen, dingen doen. Alvast wat kleertjes kopen op de vrijmarkt. Een kinderdagopvang mailen. Boeken weggooien om plaats te maken.

8 weken zwanger

      Geen reacties op 8 weken zwanger

Megadruk op mijn werk. Vanuit mijn werk reis ik naar het ziekenhuis voor de echo. Op het station kom ik mijn collega G. tegen. G. is zwanger. G. is tevens de enige collega die weet van onze kinderplannen. Ik zeg: ‘Een collega van mij is ook zwanger, die gaat ook al bijna met verlof.’
Ze verstaat het verkeerd en zegt: ‘Wat, is N. zwanger?’
‘Dat is niet wat ik zei’, zeg ik. Maar ik denk: ja! ja!

In de wachtkamer van het ziekenhuis kan ik alleen maar denken aan wat ik die ochtend heb gedaan, wat ik had moeten doen die middag en wat ik allemaal zal moeten doen de volgende dagen. Ik ben niet eens echt zenuwachtig voor de echo.
We moeten lang wachten. Waarschijnlijk voert ze nu met degene voor ons een slechtnieuwsgesprek. Die gedachte zorgt ervoor dat ik toch wat zenuwachtig word. Geen maagpijn dit keer, maar vooral het overheersende idee dat we nú aan de beurt moeten zijn, dat we nú meer duidelijkheid nodig hebben. Die duidelijkheid komt al snel als de echo eenmaal wordt gemaakt. N. ligt nog maar nauwelijks of de mevrouw van het ziekenhuis roept triomfantelijk dat ze het kindje ziet en dat het hartje klopt. Hoera!
Het duurt nog tot we thuis zijn eer ik alle werkgerelateerde dingen uit mijn hoofd kan zetten en er pas echt wat emoties komen. Blijheid. Ja. Acht weken zwanger en tot nu toe gaat alles goed!

Tijd om het aan de moeders te vertellen.

‘We hebben een cadeautje voor je’, zeg ik.
‘Waarom dan?’ vraagt mijn moeder. ‘Hoezo een cadeau, waarvoor is dat dan, voor welke gelegenheid? Ik heb helemaal niet mijn feestkleren aan, ik wist niet dat ik een cadeau zou krijgen.’
‘Maak nou maar open’, zeggen we.
Mijn moeder maakt het open. Het is een boekje: ‘Ik vind je lief oma’ heet het.
‘Wat leuk’, zegt ze. Ze kijkt nog eens goed. Je ziet hoe haar gezicht verandert, opklaart. ‘Echt waar? O, echt waar N.?’
‘Ja’, glundert N. ‘Echt waar.’
Mijn moeder staat op. ‘O, wat geweldig meid, wat geweldig.’ En ze omhelst ons allebei.
Mijn moeder is blij. Blijer dan ik haar de afgelopen jaren heb gezien. En dat is geweldig.

‘s Avonds gaan we naar N’s moeder. We wilden al de vrijdagavond, maar toen was N. broertje er. Op zich niet zo’n probleem, ware het niet dat hij een zware griep te pakken had en dat het ons dus niet zo verstandig leek om in zijn buurt te komen. Maar zondagavond is hij weg, dus dan kunnen we toch nog langskomen.
We zien een fiets staan. Het blijkt de fiets van de broer van de man van N.’s moeder te zijn. We kijken hem nog net niet weg, maar het scheelt niet veel. Voor ons gevoel duurt het uren voordat hij besluit op te stappen. N. moeder heeft niets in de gaten en vertelt maar door over alles wat ze dat weekeinde gedaan heeft. Uiteindelijk zegt ze: ‘En mijn vakantieboekje is af, dat moeten jullie nog lezen.’
‘Eigenlijk wilden wij jullie eerst nog wat geven’, zegt N. ‘Een cadeautje.’
‘Wat is het dan?’ vraagt N.’s moeder. ‘Wat is het?’ Ze bevoelt het, maakt het open. ‘Een boekje. Een Nijntje-boekje.’ En dan dringt het tot haar door en feliciteert ze ons en huilt ze en is ze blij.

Het ging precies zoals we dachten, maar dan in het allerpositiefste scenario. En ze hadden het nog totaal niet verwacht. Net zoals wijzelf het nog nauwelijks hadden verwacht. Maar ze zijn onvoorwaardelijk blij en daardoor lukt het ons ook beter om blij te zijn, in plaats van alleen maar gestrest.

De volgende dag komen er schilders waardoor het hele huis naar de verf stinkt en zijn we gestrester dan ooit.

7 weken zwanger

      Geen reacties op 7 weken zwanger

Nog een week tot de eerste echo, nog een week in onzekerheid. We willen het toch eigenlijk wel graag al aan iemand vertellen. Aan beste vriendin C. dus. Als je iets voor het eerst aan iemand moet vertellen, heb je aan C. een heel geschikte. Omdat ze nooit zal oordelen, omdat ze altijd geneigd is om hetzelfde te vinden als degene met wie ze een gesprek heeft. Dat klinkt negatief, maar dat is het niet. C. heeft de gave om met iedereen goed op te kunnen schieten, er is niemand die ooit zal zeggen dat ‘ie C. niet graag mag, en als dat wel zo zou zijn, dat moet dat wel een enorm onaardig en onsympathiek persoon zijn. C. kan met iedereen bevriend zijn, vandaar dat ze met ons bevriend is. Dus vertellen we het aan C. Nou ja, we hebben bedacht dat we het aan C. gaan vertellen, maar op het moment surprème durven we het nauwelijks, dus duurt het tot aan het dessert voor N. zegt: ‘Zo, zullen we het nu eerst maar vertellen dan?’
‘Wat?’ vraagt C.
‘We krijgen een kindje,’ zegt N.
‘O gefeliciteerd!’ roept Cora. Ze is blij voor ons, maar schakelt ook snel weer over op de orde van de dag. Wat goed is. Want dat we een kind krijgen, is veelomvattend, maar niet per se allesomvattend.

In dezelfde week heb ik een afspraak bij de praktijkondersteuner van de huisarts. Waarvoor ook alweer? O ja, voor problemen die mij eerst fulltime bezig konden houden. Ik kan mij daar op het moment vrij weinig bij voorstellen. Dat komt deels door de hulp van de praktijkondersteuner, maar deels ook niet.
‘Hoe gaat het?’ vraagt ze.
‘Goed’, zeg ik, en ik vertel over de afgelopen tijd, waarom het goed gaat.
‘En N.? Merkt die ook verschil?’
Ik kan het niet helpen, maar ik grijns.
‘Wat is er?’
‘N. is zwanger!’ flap ik eruit.
‘O! Dus jullie worden moeders’, concludeert de praktijkondersteuner.
‘Ja’, zeg ik. ‘We worden moeders.’
Ik blijf grijnzen.

Tot zover het ‘we wachten tot de eerste echo tot we het aan iemand vertellen’…

5 weken zwanger

      Geen reacties op 5 weken zwanger

‘Ik ruik iets geks’, zegt K., mijn zwangere collega.
‘Ik ook’, zeg ik. We zitten te lunchen, dus het is niet zo vreemd dat we iets ruiken, maar dit ruikt niet naar eten, maar naar… gas misschien?
‘Wat eet jij?’ ondervraagt K. beurtelings elke collega. ‘En jij E., wat eet jij?’
‘Een heerlijk broodje rosbief’, zegt E..
‘Truffel kan ook naar gas ruiken’, merkt B. op.
‘Dat zou kunnen’, zegt E. ‘Want hier zat ook een beetje truffel op.’
‘Dan is dat het’, zegt K. tevreden. ‘Ik ruik echt zo veel meer nu ik zwanger ben.’
‘Maar jij rook het ook’, merkt ze vervolgens op.
‘Ja M.’, zegt B. ‘Heb je ons iets te vertellen of zo?’
‘Nee nee!’ zeg ik. En ik denk: jullie moesten eens weten!

Het is alsof mijn leven ineens uit twee delen bestaat. Het gewone leven, waarin ik werk en over koetjes en kalfjes praat met familie en vrienden, en het leven thuis en in mijn gedachtes, waarin het alleen maar over De Zwangerschap gaat. Je denkt dat je negen maanden de tijd hebt om je voor te bereiden, maar dat is dus niet zo. Ten eerste weet je eerst niet of je zwanger bent, ten tweede beginnen ze al te tellen vanaf de laatste menstruatie. Dus eigenlijk zijn het maar acht maanden. En sowieso kun je je nu alsnog nog niet voorbereiden, want je weet nog niet of het ‘blijft plakken’, zoals dat op de fora genoemd wordt. Het enige wat N. nu kan doen, is allerlei dingen niet eten en zwangerschapsvitamines slikken. We begrijpen ineens waarom mensen vaak zo absurd vroeg al vertellen dat ze een kind krijgen, waarom ze dat zo graag willen delen. Dat is niet omdat ze erop vertrouwen dat het allemaal wel goed zal gaan, maar juist omdat de onzekerheid over of het allemaal goed blijft gaan zo groot is, bijna te groot om met z’n tweeën te dragen. Maar we willen in elk geval de eerste echo afwachten, die in ons geval gelukkig relatief snel is omdat die in het ziekenhuis is bij 8 weken zwangerschap.

De verbijstering en het ongeloof over dat N. zwanger zou zijn, slaat langzaam om. Het idee dat N. niet (meer) zwanger zou zijn, begin ik langzaamaan juist steeds onvoorstelbaarder te vinden. Maar erop vertrouwen dat alles goed zal blijven gaan, dat we daadwerkelijk een kindje zullen krijgen, durf ik niet. En ik betwijfel of die ene echo daar verandering in gaat brengen.

Dag 16

      Geen reacties op Dag 16

We zetten de wekker extra vroeg. Van tevoren dacht ik dat we misschien eerder al wakker zouden worden, maar nee. Ik voel me gek. Niet eens echt zenuwachtig, of toch niet op een negatieve manier. Normaal krijg ik maagpijn als ik in de stress zit, maar blijkbaar zit ik nu niet in de stress. N. opent de test en we bestuderen de gebruiksaanwijzing, waarin staat dat je de test ondersteboven moet houden na het testen. Vreemd. Na besloten te hebben dat dat waarschijnlijk alleen geldt voor het moment waarop je het dopje op de test doet, kruipt N. uit bed. Terwijl zij de test doet, trek ik mijn sokken aan en zet mijn bril op.
‘We moeten een minuut wachten,’ zegt N. als ze het toilet uit komt.
‘Oké,’ zeg ik.
‘Tel je?’
‘Nee!’ zeg ik.
We lachen zenuwachtig.
‘Nu is er een minuut voorbij.’ Ik maak een grapje, want er zijn hooguit twintig seconden voorbij, maar N. loopt het toilet weer in om de test te pakken.
‘Er is nog helemaal geen minuut voorbij!’ zeg ik nog, als N. weer terugkomt en zich over de test buigt.
‘Duidelijker kan niet,’ zegt ze.
Ik weet niet hoe ik die woorden moet interpreteren. Is de test nu positief of negatief?
‘Echt een knaltest.’ N. laat me de test zien. ‘Kijk, twee streepjes.’
‘Twee streepjes,’ herhaal ik.
Dat betekent dat ze zwanger is. Hoe kan dat? Het was nog maar de eerste inseminatie, kunnen we echt zo veel geluk hebben? Waar hebben we dat aan verdiend? En ook meteen de gedachte: nu moet het goed blijven gaan, laat het alsjeblieft goed blijven gaan.
‘We moeten er een foto van maken.’ In de test stond dat de uitslag tien minuten betrouwbaar blijft, waardoor in mijn gedachte de twee streepjes slechts tien minuten zichtbaar zullen blijven. Ik weet niet of ik in tien minuten deze uitslag kan gaan geloven.
N. pakt het fototoestel. Haar handen trillen.
Zwanger.
‘Ik ben helemaal niet uitzinnig blij’, merk ik op. ‘Ik weet niet wat ik voel, ik voel helemaal niets.’ Het lukt me niet om blij te zijn. Ik weet ook niet of daar al reden toe is. Een positieve test is een noodzakelijke stap om een kind te krijgen, maar geen garantie dat dat ook daadwerkelijk gaat lukken. Hoe doen andere mensen dat? Vanaf wanneer durven zij blij te zijn? Verbazing is voorlopig nog de hoofdemotie.
‘Ik zag het al meteen,’ vertelt N..
‘Hoezo?’ vraag ik.
‘Nou gewoon, ik zag meteen twee streepjes verschijnen.’
‘Maar dat had je helemaal niet gezegd!’ zeg ik ongelovig. ‘Je hebt mij een minuut laten wachten!’
‘Ik wist het toch niet zeker? En je moest een minuut wachten.’
Argh.

‘Zo’n zwangerschapstest is gewoon nog te pril om meteen echt heel gelukkig te worden,’ zeg ik die avond, als we nog altijd beduusd in bed liggen. ‘Ik zie het meer als je ergens van op de hoogte stellen.’