S. 2 jaar, 3 maanden

      Geen reacties op S. 2 jaar, 3 maanden

S. is weer beter en we raken allemaal al een klein beetje eraan gewend dat we nu met z’n viertjes een gezin zijn. Iets meer ruimte in mijn hoofd om weer te zien wat een fantastisch kind S. is:

S.: ‘Ik wil ijsjes eten!’
Ik: ‘Als het zomer is. Het is zomer als het lekker warm is en de zon schijnt.’
Ik zie S. naar het stralende weer buiten kijken. Domme opmerking, dus ik verduidelijk: ‘Zo warm dat je je jas niet aan hoeft.’
S.: ‘Ik wil geen jas aan! Ik wil ijsjes eten!’

Ineens verzint S. allemaal fantasiewoorden. Het begon ermee dat we samen een liedje hadden: ‘Ma moe ma moe ma moe, ma moe ma!’ Daar bedacht ze allerlei varianten op: ‘Li la li la li la la li la’ bijvoorbeeld. Maar daarna zei ze ineens ook ‘moemoe’ in een gesprek, en beweerde ze tegen N. dat ik wel wist wat een ‘boempa’ was. Ik had geen idee. En toen bedacht ze dat ze het ook als volgt kon inzetten:
‘Leg die afstandsbediening eens weg!’
‘Is mijn mimi!’
En zo:
‘Geef die pillen eens terug!’
‘Zijn geen pillen, is mijn rammelaar, is mijn… mijn… boep!’
‘Geef die boep terug!’
‘Niet mijn boep afpakken!!!!’

Dat ze zegt: ‘Ik wil haken’ en dat je dan begrijpt dat ze daarmee bedoelt dat ze haar nagels wil vijlen, en dat je weet dat je, naast je eigen vrouw misschien, de enige persoon in de wereld bent die dat begrijpt.

D. 3 weken oud

      Geen reacties op D. 3 weken oud

Het is prachtig weer, zeventien graden, zonneschijn. Ik weet heus wel dat het door de klimaatverandering komt en dat we allemaal naar de verdoemenis gaan en dat we ons schuldig moeten vullen en zo, maar o, wat geniet ik van dit weer! Toen ik vorige week met de kinderwagen op stap ging, begon D. al in de winkel te huilen om daar niet meer mee op te houden, maar deze week komen mijn dromen helemaal uit: de eerste keer valt D. bijna meteen als een blok in slaap, de tweede keer kijkt ze een uur lang met grote ogen naar boven, de derde keer opent ze af en toe wantrouwig 1 oog. Ik loop door de hele wijk, verken de buurt naast de onze, ga naar de bieb, en ben zielsgelukkig met deze lieve baby en mijn mooie gezinnetje. Heel fijn ook dat ik niet meteen weer fulltime ben gaan werken, zodat ik tijd heb om dit te doen.

S. 2 jaar, 3 maanden

      Geen reacties op S. 2 jaar, 3 maanden

Het was de hele tijd rotweer, maar nu het plotseling stralend weer is, heeft S. haar middagslaapjes weer ingevoerd. Waarschijnlijk omdat ze ziek is. Krentenbaard, dacht ik eerst, en daar kregen we ook een zalfje voor bij de huisartsenpost, maar de dokter vindt het hand-voet-mondziekte. Hopelijk is dat het, dat gaat namelijk vanzelf over en D. heeft minder kans om het te krijgen omdat N. misschien antistoffen aan haar heeft gegeven. Het is echt heel zielig, want die zalf moet ze sowieso, maar dat doet natuurlijk zeer en het is irritant, en ze mag nu D. niet kussen en knuffelen terwijl ze dat het liefst heel de dag zou doen.

Net als het wat beter lijkt te gaan met de ‘plekjes’, begint ze te hoesten. En dat niet alleen, ze wordt ’s avonds zo benauwd wakker en ademt zo piepend dat ik maar weer de huisartsenpost bel. Die me adviseert langs te komen. Ik moet huilen, want ik ben zo bezorgd, ook voor een koortsstuip en omdat ik dan zo in mijn eentje moet rijden en N. alleen met D. achter laat, maar ik herpak me snel, want wat moet dat moet en gelukkig is S. heel begripvol en meewerkend. Dan zie je dat je kind uit het juiste hout gesneden is, vind ik, als ze doodziek zijn maar wel nog je met horten en stoten willen mededelen dat een uil ‘oehoe’  zegt en dat de stoplichten ‘aan en uit doen’. Ik parkeer ergens waar het niet mag bij de huisartsenpost, maar gelukkig wuift de vrouw aan de balie mijn bezorgdheid daarover weg en zegt dat we plaats kunnen nemen in de wachtkamer. Dat doen we, en S. meldt prompt: ‘Mijn vinger doet pijn!’. Heeft ze haar vinger tussen twee latjes van de bank geklemd… Gelukkig lukt het me om haar te bevrijden (en anders zijn we op de juiste plaats waar zoiets verholpen kan worden). Al vrij snel worden we geroepen, en blijkt dat de vrouw die ik op krukken zag lopen geen patiënt maar dokter is. De rollende dokter, doop ik haar, omdat ze zich verder per bureaustoel verplaatst.

‘Heb je ook nog krentenbaard?’ vraagt ze direct. Ze luistert naar S.’s longen, constateert dat ze verkouden is, en kijkt of ze koorts heeft (‘Volgens mij niet’, zeg ik. ‘S., heb jij koorts?’ ‘Neeee’  zegt S.. ’39,5’  zegt de dokter.). Dan wordt ze verneveld, met behulp van een zuurstoftank en medicijnen.

‘De meeste kinderen vinden het eerst vervelend maar merken daarna dat het helpt’, zegt de assistent. Dus ik was al helemaal blij dat S. eerst braaf bleef zitten, maar zodra de assistent haar hielen licht, begint ze flink tegen te spartelen. Uiteindelijk geef ik het maar op, als ze alleen nog ‘Ik wil niet ik wil niet ik wil niet’  aan het krijsen is. Aanmerkelijk energieker dan ze eerst in staat was, dus het zal wel wat gewerkt hebben. De dokter geeft haar nog een paracetamol waar S. ook moord en brand bij schreeuwt, en verzekert me dat we wel moeten starten met de antibiotica die ik al bij de apotheek had gehaald (voor de hand-voet-mondziekte…), en dan mogen we naar huis. Waar N. natuurlijk doodsangsten heeft uitgestaan, dus die is helemaal opgelucht als ze weer S.’s stemmetje hoort.

Vervolgens gaven we haar haar antibiotica. Zowel de vrouw van de apotheek als de dokter had gezegd dat het vreselijk smerig was, en dat we haar daarna maar aanmaaklimonade of iets anders lekkers moesten geven, en dat het echt een strijd kan zijn om het naar binnen te krijgen, dus ik hield mijn hart vast. Maar S. at het eigenlijk gewoon op, en daarna natuurlijk ook blijmoedig de krentenbol die ik voor haar gesmeerd had. Ze wilde graag meer eten, maar het was inmiddels bijna 1 uur ’s nachts, dus het was ook vooral tijd om naar bed te gaan. Toch bleef S. nog een halfuur roepen dat ze niet wilde slapen, maar toen wij zelf ook in bed lagen, werd het ineens stil. De volgende ochtend was ze pas om half negen wakker, totaal uitgeput van de heftige nacht…

O ja, we hebben ook nog een baby van 2 weken, dat zou je in deze tijden haast vergeten.

D. 0 weken oud

      Geen reacties op D. 0 weken oud

9 maanden lang hebben we ons druk gemaakt over deze week. Of eigenlijk al langer, al vanaf dat de wens voor een tweede zich vormde. En al die tijd probeerden mensen ons ervan te overtuigen dat een kraamweek ook leuk zou kunnen zijn, dat ze dan lekker voor je zorgen, dat je alle tijd krijgt om met je newborn te knuffelen en hoe relaxed het allemaal kan zijn, dat we gewoon pech hadden gehad met de vorige kraamverzorger enzovoorts. We geloofden er geen sikkepit van. We probeerden ons mentaal voor te bereiden op een zware kraamweek, N. oefende zinnen als: ‘Kan dit ook op een ander moment?’ en ‘Ik wil het hier niet over hebben’ en kookte overvloedige maaltijden zodat we ook wat konden invriezen. We maakten weekmenu’s, haalden alvast allerlei eten in huis waarvan ik zeker wist dat ik het ook in tijden van stress kon eten, ik nam me eindeloos voor om dit keer beter voor N. te zorgen, probeerde mezelf te bezweren dat het deze keer anders zou zijn, omdat we S. al hadden, dat de schok vast minder groot zou zijn.

En dan is het zo ver en is het zo anders, zo ontzettend anders dan wij ons hadden voorgesteld. En o, die anderen hebben nu toevallig gelijk gehad, maar het had ook best weer mis kunnen lopen, waarom niet? De bevalling was immers best heftig, ook al ging het goed, en voor hetzelfde geld hadden we weer een enorm chagrijnige kraamverzorger gehad, want degene die vlak na de bevalling verscheen leek een soort kloon van de vorige (al kan dat ook komen omdat ze midden in de nacht uit haar bed getrommeld was om enkel de zooi op te ruimen, de fun van de bevalling had ze natuurlijk gemist…). Maar we hadden L., en L. straalde een en al gezelligheid uit, was lief voor S., prees D., dacht totaal niet in problemen, wist van aanpakken maar kon ook goed luisteren. Wat hebben wij geluk gehad met haar, en wat voelen we ons dankbaar dat zij bij ons heeft gewerkt. Wat ook enorm hielp, was dat de schok inderdaad wel een stuk minder groot was bij mij, want ik dacht: ik weet hoeveel ik van S. houd, dus zo veel kan ik ook van D. gaan houden. Ik had zo veel minder te piekeren, gewoon omdat ik al wist dat ik een moeder kan zijn, dat ik daar mijn weg al in gevonden heb. Ik was zo veel minder bang, er was zo veel meer vertrouwen al meteen, dat ik dit zou kunnen, want ik had het al eens gedaan, en nu ging ik het gewoon beter doen.

Wel voelde ik me erg schuldig naar S. toe. S. deed het fantastisch, ze is de liefste grote zus van D. die ze maar kan wensen, maar luisteren als ik haar luier wil verschonen/ tanden wil poetsen/ kleren aan wil trekken kan ze niet, waardoor ik me volstrekt onmachtig voelde en dacht: toen S. geboren werd vond ik het moeilijk vanwege S., en nu D. geboren is, vind ik het opnieuw moeilijk vanwege S.. Wat een unfaire en onredelijke manier van denken is. Want het ligt natuurlijk niet aan S., S. is een schatje, het ligt aan de situaties waarin we ons bevonden. En we hebben gelukkig ook al erg idyllische gezinsmomenten gehad, D. slapend, N. handwerkend, S. lezend achter de bank.

Je weet niet hoe dit verder gaat, of D. vanaf morgen 4 maanden lang krijsend door het leven zal gaan, maar so far so good. Ik ben zo trots op ons allemaal.

Petitie KID niet meer vergoed

Naïef misschien, maar ik ging er toch min of meer vanuit dat in Nederland de emancipatie gewoonlijk vooruit gaat. Dat we langzaamaan toewerken naar een land waarin de wetgeving discriminatie tegengaat en gelijkheid propageert, waardoor de onderdanen van dat land genegen zullen zijn om tolerant te zijn naar hun medemens en het vanzelfsprekend vinden dat iedereen gelijke rechten heeft.

Dat blijkt dus niet zo te zijn. Waar eerst lesbische stellen de KID-behandeling vergoed kregen, is nu het plan om dat uit het basispakket te halen. Voor hetero-vrouwen met een partner verandert er niets. Oftewel: als je een gezonde hetero-vrouw bent met een partner die jou niet zwanger kan maken, dan krijg je het wel vergoed, en als je een gezonde lesbische vrouw bent niet. Ik vind dat discriminerend. Het geeft een totaal verkeerd signaal af, namelijk: het moet ontmoedigd worden dat lesbische stellen kinderen krijgen. Of misschien is dat juist het signaal dat de staat wil afgeven, wie weet. Het resultaat is dat lesbische vrouwen die het financieel niet zo breed hebben eerder hun toevlucht zullen zoeken tot opties die ze eigenlijk minder aantrekkelijk vinden. Donor-oproepjes via obscure websites, dat werk. Ik vind dat treurig.

Ik ben zelf juist zo ontzettend blij en dankbaar dat wij via KID in het ziekenhuis twee kinderen hebben kunnen krijgen. Want als ik mijn vrouw zwanger had kunnen maken, dan had ik dat wel gedaan. Dat geldt voor zowel hetero-stellen als lesbische stellen.

Ik ben me er altijd zo extreem bewust van dat ik mijn kinderen alleen heb kunnen krijgen omdat ik in deze tijd, op deze plaats leef. Dat het in zo veel andere landen op deze manier niet mogelijk is, en dat dit in eerdere tijden ook niet had gekund. Ja, ik dacht daarbij vooral aan éérdere tijden, en niet zozeer aan de toekomst.

Er is een petitie: https://petities.nl/petitions/vergoeding-vruchtbaarheidsbehandeling-voor-elke-vrouw?locale=nl

En meer informatie: https://www.nvog.nl/actueel/kunstmatige-inseminatie-met-donorzaad-kid-bij-alleenstaande-en-lesbische-vrouwen-wordt-niet-meer-vergoed-vanuit-het-basispakket/

https://www.coc.nl/jouw-belangen/coc-en-meer-dan-gewenst-willen-vergoeding-kunstmatige-inseminatie-met-donorzaad-voor-vrouwen-behouden

De bevalling

      1 reactie op De bevalling

‘Mijn baby wordt geboren!’ riep ik. ‘Het hoofdje is er al!’ Het was zaterdagnacht. Het was nog geen 20 minuten nadat ik de verloskundige gebeld had (ik had nog voorgesteld om daar een halfuurtje mee te wachten, op basis van het timen van de weeën) en nog geen drie kwartier nadat N. op was gestaan omdat duidelijk werd dat de bevalling toch echt begonnen was. Of ik even de bal voor haar van zolder kon halen, had ze me gevraagd. Die lag nu vergeten in de woonkamer.
‘Hoe lang bent u zwanger?’ vroeg de aardige 112-medewerker.
‘Mijn vrouw is 39 weken zwanger’ riep ik. ‘Ze wordt geboren, ze is geboren!’
‘Kun je haar aanpakken?’ vroeg de medewerker.
‘Pak haar maar, N., pak haar maar!’ riep ik (tegen 112-medewerkers heb ik nog nooit iets gezegd, alleen geroepen). En N. pakte haar. En D. was geboren. Zomaar ineens al.
‘Hoe kan dat nou, hoe kan dat nou?’ zei ik. En N. zei: ‘Wat doe je nou D., wat doe je nou?’
En de 112-medewerker zei dat ik een handdoek kon pakken. Dat we de baby op de blote borst konden leggen. Dat de ambulance eraan kwam dus dat ik de deur open kon doen. En de ambulance-medewerkers kwamen en konden eigenlijk niet veel meer doen dan D. bewonderen. En de verloskundige kwam en verbaasde zich over die ambulance, dat vond ze totaal overdreven, maar hé, je kan niet alleen voor advies vragen bij 112, ze sturen er gewoon eentje.

We hebben van tevoren met zoveel scenario’s rekening gehouden, maar het scenario van de ‘unassisted home birth’ (per ongeluk weliswaar, maar toch) zat daar niet bij.

38 weken zwanger

      Geen reacties op 38 weken zwanger

Het heeft gesneeuwd. Leuk om in te spelen met een peuter, maar minder leuk als je elk moment met de auto naar het ziekenhuis moet rijden, en als je hoogzwanger bent en je toch al tamelijk opgesloten voelt.

Gelukkig is na een dag of drie de sneeuw weer verdwenen. We hebben er meteen gebruik van gemaakt en zijn een aantal leuke gezinsactiviteiten gaan doen. Een taartje eten met S.. En zondag zijn we wezen zwemmen. Dat was zó fijn. S. werd haast hysterisch toen we haar vertelden wat we gingen doen, want ze wilde niet ontbijten en kleren aan, ze wilde naar het zwembad, nú, onmiddellijk, zo’n leuk vooruitzicht vond ze het. Ze liep al ‘zwem zwem zwem’-zeggend door het water en wilde steeds van de glijbaan af, ook al vond ze die tegelijkertijd net wat te eng. En een vrouw staarde ademloos naar N.’s buik.
‘Wat ben jij mooi zwanger!’
‘Uh, dankuwel’, zei N.
‘Nee maar echt, wat mooi! En zo helemaal naar voren, hoe krijg je het voor elkaar?’
‘Nou, daar heb ik niet echt iets voor gedaan hoor’, zei N. ‘Daar heb je niet echt invloed op.’
Wat ook zo is, het is niet alsof ze elke dag een uur lang langs haar buik strijkt om ‘m zo naar voren te krijgen. Maar de vrouw had wel gelijk: N. ís opnieuw prachtig zwanger, ze heeft zo’n ontzettend mooie buik! Gek idee dat daar binnen een kindje zit dat er elk moment uit kan komen…

2 jaar, 2 maanden

      Geen reacties op 2 jaar, 2 maanden

Op haar magnetisch tekenbordje had ik al wel eens haar naam geschreven, en ze vindt het hartstikke interessant dat haar naam op haar bestek staat, dus we wisten al wel dat ze letters leuk vindt. Maar toch moesten we een aantal keren vragen wat ze zei voordat we het begrepen: ‘Dit is mijn letter!’ We waren in de Blokker, ze wees naar een woord op het wasrek en herhaalde het nog maar eens: ‘S is mijn letter!’ En ja, ze wees inderdaad de S aan. ‘Waar is de S nog meer?’ vroeg N. en warempel, ze wees een andere S aan.
Ik vind haar werkelijk geniaal. Al hoop ik wel dat het voorlopig hierbij blijft, anders heeft ze niets meer te doen op de basisschool. (Dat ze nog niet zelf de trap op kan lopen terwijl er kinderen zijn van anderhalf die dat al wel doen, mag de pret niet drukken).

Want we hebben haar alvast ingeschreven op een basisschool. We zijn enige tijd geleden bij twee wezen kijken, één openbare en één katholieke. Bij de openbare doen ze aan ‘circuitonderwijs’ en hoorden we van de directeur allerlei ronkende verhalen over de individuele ontwikkeling van elk kind en positieve benaderingen (PBIS – Positive behaviour blabla). Bij de katholieke kregen we gewoon een rondleiding van de teamleider langs elke klas en zagen we veel van de dingen die bij de openbare zo werden opgehemeld terug, maar dan zonder die ronkende verhalen. Bij beide durfden we de vraag te stellen of er ook andere kindjes met twee moeders op zaten, en bij beide bleek dat zo te zijn. Ik snap niet waar die moeders zijn, ik heb er nog nooit een gezien, maar ja, ze lopen natuurlijk ook niet met een bordje om hun nek: ‘Hij heeft ook nog een andere moeder’, of ‘Wij zijn lesbsiche moeders’, dus dat zegt natuurlijk niets. Wel een fijn idee dat S. niet de eerste met twee moeders gaat zijn, dat de weg al enigszins vrij gebaand is en dat in elk geval de schoolleiding er geen probleem van maakt.

36 weken zwanger

      1 reactie op 36 weken zwanger

‘Je vraagt je zeker wel af waarvoor die vlaggetjes zijn,’ zegt E, mijn collega.
Ik niet, ik had nog niet eens gezien dat er vlaggetjes hingen. Maar inderdaad, er hangen vlaggetjes in allerlei vrolijke kleuren.
‘Dit is namelijk niet alleen een nieuwjaarslunch, het is ook een beetje omdat jij straks weer een baby krijgt.’ vervolgt ze. En ze haalt een cadeau uit haar tas.
Ik weet meteen wat het is, want dat is wat mensen krijgen bij onze afdeling, een boek waar collega’s allemaal een stukje voor hebben geschreven. Zo leuk en lief! Thema dit keer: voorleesboek voor mama M. Mensen zijn veelal wat halfslachtig aan het googelen geslagen of komen met iets enorm spiritueels aan, maar het gebaar is zó leuk. En er zitten ook bijdragen bij van mensen die wat vertellen over wat ze vroeger leuk vonden (Annie M.G. komt meerdere keren voorbij). Het mooist is de bijdrage van T., die zelf een verhaaltje heeft geschreven over zijn twee dochters. Mensen hebben toch moeite gedaan, voor mij, voor ons. Ik heb fijne collega’s.

De nieuwe directeur hoort daar helaas niet bij. Openingszin bij kennismakingsgesprek: ‘Ja, ik weet al dat je binnenkort voor de tweede keer moeder wordt, of vader, of hoe zal ik het noemen.’
‘Moeder’, zeg ik. ‘Ik ben moeder.’

2 jaar, 1 maand

      Geen reacties op 2 jaar, 1 maand

Het heeft gesneeuwd. S. heeft een nare hoest en is behoorlijk verkouden, maar misschien is dat juist helend, een beetje frisse lucht. Als ik de gordijnen open doe en haar optil om het haar te laten zien, is ze helemaal verrast: ‘Sneeuw! Mooi!’ Maar onmiddellijk daarna zegt ze: ‘Moet weg!’
Ik zeg dat ze er straks in mag spelen, maar ‘straks’ is nog een wat abstract begrip voor haar, dus dat ze eerst moet ontbijten en aankleden en tanden poetsen wil er niet in. Dat is wel uitzonderlijk, want normaal vindt ze ontbijten het allerbelangrijkste wat er is. Maar nu wil ze naar buiten, onmiddellijk!
Het is wel heel fijn hoor, om een tuin te hebben als het gesneeuwd heeft. Want het is maar een klein laagje, maar wel óns laagje. S. mag er het eerst in lopen en overal voetstappen maken, en daarna maken we een sneeuwpop, want daar is het ideale sneeuw voor. S. maakt met een stok tekeningen op het deksel van de zandbak en loopt eindeloos rond met een sneeuwbal. Daarna lopen we nog even over straat. Ik zeg: ‘Kijk, hier heeft een vogeltje gelopen!’ Ik dacht dat ze dat grappig zou vinden, maar in plaats daarvan wordt ze bang en begint ze te jammeren. Dus gaan we maar weer naar huis, om thee te drinken en warm te worden.