2 jaar, 2 maanden

      Geen reacties op 2 jaar, 2 maanden

Op haar magnetisch tekenbordje had ik al wel eens haar naam geschreven, en ze vindt het hartstikke interessant dat haar naam op haar bestek staat, dus we wisten al wel dat ze letters leuk vindt. Maar toch moesten we een aantal keren vragen wat ze zei voordat we het begrepen: ‘Dit is mijn letter!’ We waren in de Blokker, ze wees naar een woord op het wasrek en herhaalde het nog maar eens: ‘S is mijn letter!’ En ja, ze wees inderdaad de S aan. ‘Waar is de S nog meer?’ vroeg N. en warempel, ze wees een andere S aan.
Ik vind haar werkelijk geniaal. Al hoop ik wel dat het voorlopig hierbij blijft, anders heeft ze niets meer te doen op de basisschool. (Dat ze nog niet zelf de trap op kan lopen terwijl er kinderen zijn van anderhalf die dat al wel doen, mag de pret niet drukken).

Want we hebben haar alvast ingeschreven op een basisschool. We zijn enige tijd geleden bij twee wezen kijken, één openbare en één katholieke. Bij de openbare doen ze aan ‘circuitonderwijs’ en hoorden we van de directeur allerlei ronkende verhalen over de individuele ontwikkeling van elk kind en positieve benaderingen (PBIS – Positive behaviour blabla). Bij de katholieke kregen we gewoon een rondleiding van de teamleider langs elke klas en zagen we veel van de dingen die bij de openbare zo werden opgehemeld terug, maar dan zonder die ronkende verhalen. Bij beide durfden we de vraag te stellen of er ook andere kindjes met twee moeders op zaten, en bij beide bleek dat zo te zijn. Ik snap niet waar die moeders zijn, ik heb er nog nooit een gezien, maar ja, ze lopen natuurlijk ook niet met een bordje om hun nek: ‘Hij heeft ook nog een andere moeder’, of ‘Wij zijn lesbsiche moeders’, dus dat zegt natuurlijk niets. Wel een fijn idee dat S. niet de eerste met twee moeders gaat zijn, dat de weg al enigszins vrij gebaand is en dat in elk geval de schoolleiding er geen probleem van maakt.

36 weken zwanger

      1 reactie op 36 weken zwanger

‘Je vraagt je zeker wel af waarvoor die vlaggetjes zijn,’ zegt E, mijn collega.
Ik niet, ik had nog niet eens gezien dat er vlaggetjes hingen. Maar inderdaad, er hangen vlaggetjes in allerlei vrolijke kleuren.
‘Dit is namelijk niet alleen een nieuwjaarslunch, het is ook een beetje omdat jij straks weer een baby krijgt.’ vervolgt ze. En ze haalt een cadeau uit haar tas.
Ik weet meteen wat het is, want dat is wat mensen krijgen bij onze afdeling, een boek waar collega’s allemaal een stukje voor hebben geschreven. Zo leuk en lief! Thema dit keer: voorleesboek voor mama M. Mensen zijn veelal wat halfslachtig aan het googelen geslagen of komen met iets enorm spiritueels aan, maar het gebaar is zó leuk. En er zitten ook bijdragen bij van mensen die wat vertellen over wat ze vroeger leuk vonden (Annie M.G. komt meerdere keren voorbij). Het mooist is de bijdrage van T., die zelf een verhaaltje heeft geschreven over zijn twee dochters. Mensen hebben toch moeite gedaan, voor mij, voor ons. Ik heb fijne collega’s.

De nieuwe directeur hoort daar helaas niet bij. Openingszin bij kennismakingsgesprek: ‘Ja, ik weet al dat je binnenkort voor de tweede keer moeder wordt, of vader, of hoe zal ik het noemen.’
‘Moeder’, zeg ik. ‘Ik ben moeder.’

2 jaar, 1 maand

      Geen reacties op 2 jaar, 1 maand

Het heeft gesneeuwd. S. heeft een nare hoest en is behoorlijk verkouden, maar misschien is dat juist helend, een beetje frisse lucht. Als ik de gordijnen open doe en haar optil om het haar te laten zien, is ze helemaal verrast: ‘Sneeuw! Mooi!’ Maar onmiddellijk daarna zegt ze: ‘Moet weg!’
Ik zeg dat ze er straks in mag spelen, maar ‘straks’ is nog een wat abstract begrip voor haar, dus dat ze eerst moet ontbijten en aankleden en tanden poetsen wil er niet in. Dat is wel uitzonderlijk, want normaal vindt ze ontbijten het allerbelangrijkste wat er is. Maar nu wil ze naar buiten, onmiddellijk!
Het is wel heel fijn hoor, om een tuin te hebben als het gesneeuwd heeft. Want het is maar een klein laagje, maar wel óns laagje. S. mag er het eerst in lopen en overal voetstappen maken, en daarna maken we een sneeuwpop, want daar is het ideale sneeuw voor. S. maakt met een stok tekeningen op het deksel van de zandbak en loopt eindeloos rond met een sneeuwbal. Daarna lopen we nog even over straat. Ik zeg: ‘Kijk, hier heeft een vogeltje gelopen!’ Ik dacht dat ze dat grappig zou vinden, maar in plaats daarvan wordt ze bang en begint ze te jammeren. Dus gaan we maar weer naar huis, om thee te drinken en warm te worden.

2 jaar

      Geen reacties op 2 jaar

S. heeft sinds een tijdje een peuterbed. Dat betekent dat ze zelf uit haar bed kan gaan en kan struinen. In eerste instantie deed ze dat niet, maar tegenwoordig af en toe wel. Dan legde ik haar in bed en ging ze alsnog slapen. Tot gistermiddag, toen ze ineens besloot dat ze helemaal niet wilde slapen. Dat zat niet echt in mijn planning, ik wilde nog van alles doen en had erg het idee dat ze móést slapen, want als we straks de baby hebben, is het wel heel handig als S. haar middagslaapje nog heeft enzovoorts. Maar afdwingen kun je zoiets natuurlijk niet, dus uiteindelijk haalden we haar maar uit bed en deden nog een rondje op de loopfiets. Een dag later hoorden we haar ook al gauw weer struinen op haar kamer, en wilde ze er weer uit. Vervolgens zette ze beneden de hele boel op stelten, sloeg met een stoel tegen het raam en reed met haar poppenbuggy tegen de muur op, dus donderde N. haar weer in bed en bleef bij haar liggen net zolang tot ze sliep.

Ze moest echter bijtijds weer op, want we gingen naar een lampionnenoptocht. De voortekenen waren slecht, ze had immers nauwelijks geslapen en het regende en het was hartstikke druk, dus ik maakte me op voor het ergste. Maar toen N. in de buggy keek om te checken hoe het met S. ging, zei ze: ‘Wil dansen!’ Er was namelijk een Pietenband (helaas volledig zwart…), die Sinterklaasliedjes speelde. Dus S. eruit, om te dansen. Daarna begon de lampionnenoptocht, S. had heel trots haar lampion vast (alleen het stokje, want de lampion zelf viel er steeds af) en zong Sinterklaasliedjes. Ze was de kleinste die we gezien hebben die helemaal zelf liep, maar het deed haar niks, ze stapte vrolijk voort, haar knuistje in de hand van N. en ik erachteraan met de buggy. Helemaal blij was ze toen ze twee pepernoten kreeg van een Piet. Met geen mogelijkheid konden we haar overreden om ze even in onze jaszak te bewaren, ze wilde ze per se zelf dragen. Er zat er ook eentje in haar capuchon, die heeft N. gelukkig wel kunnen veiligstellen, want op weg naar huis verloor ze toch de pepernoten en nu kon ze die ene toch nog eten (voor de zekerheid even doormidden gesneden..). Het bleef maar regenen, en het was eigenlijk best koud, maar toch bleef S. braaf wachten aan het einde van de tocht, want er zou nog vuurwerk komen. Net toen ik haar gewaarschuwd had dat het vaak met knallen gaat, heel hard, begon het. ‘Heel leuk! Heel spannend! Heel leuk! Woooeeei!’ was S.’s reactie op het vuurwerk.

30-32 weken zwanger

      Geen reacties op 30-32 weken zwanger

Die 3 van de 30 beangstigt me enorm. Ik werd er gestrest van, had ineens het idee dat de baby elk moment kan komen en dat we ons dan nog helemaal niet voorbereid hadden. Wat enorm hielp, was dat ik een uitzetlijst ging bekijken en dat toen bleek dat we eigenlijk alles al in huis hebben (maar waar dan, is nog de volgende vraag). En voor de dingen die we nog niet hebben, hebben we als het goed is ook nog wel even tijd. Maar toch, 30 weken ineens al!

We zijn naar de verloskundige geweest. Ze luisterde weer naar het hartje, dat heel mooi klonk, en N.’s ijzer was wonderbaarlijk hoog, dus so far so good, maar toen zei ze dat N.’s buik kleiner was dan ze verwacht zou hebben, wat misschien betekende dat het kindje te klein is, terwijl het eerst juist iets groter was dan gemiddeld. Maar het kan ook zijn dat het kindje gewoon wat ineengedoken zat op dat moment, en we hoefden ons dan ook geen zorgen te maken.
2 weken, dat betekent natuurlijk dat we niet acuut in paniek hoeven raken. En er is ons sowieso gezegd dat we ons geen zorgen hoeven maken. Maar stiekem deed ik dat dan alsnog wel. Een beetje. Ik hoopte gewoon zo erg dat alles goed is met deze baby 2, dat ze het naar haar zin heeft in N.’s buik en daar nog lekker een flink aantal weken blijft zitten!

In elk geval was ik blij toen we eindelijk de groeiecho hadden. De verloskundige probeerde eerst het hoofd in beeld te krijgen, maar dat lukte niet, dus toen maar de buik, maar dat lukte niet, dus toen maar het been, en dat lukte uiteindelijk wel. De buik lukte vervolgens ook, maar de baby bleef haar hoofd zo gedraaid houden dat de verloskundige er niets mee kon, dus toen stelde ze voor om eerst even een andere echo tussendoor te doen en dat er dan een nieuwe poging gewaagd werd. Vonden wij prima, N. haalde haar breiwerkje tevoorschijn en we hadden even de gelegenheid om zomaar overdag wat bij te praten. Dat was fijn. De baby liet ook bij de tweede poging haar hoofd niet goed meten, maar uiteindelijk kon ze wel een grove schatting maken. De benen en de buik lagen in elk geval goed op de curve, en het hoofd leek ook niet bizar klein, dus al met al was de conclusie dat de baby waarschijnlijk gewoon goed is qua grootte. Hoera!

24 maanden oud

      Geen reacties op 24 maanden oud

‘S. hoe oud ben jij?’
‘Één jaar!’
‘Nee, want nu ben je jarig, dus hoe oud ben je nu?’
‘Vier jaar!’

Twee worden is echt heel spannend. Toen we S. ‘s ochtends hoorden, gingen we gauw uit bed en liepen we zingend haar kamer in. Dat maakte iets te veel indruk, ze viel ze ongeveer uit bed van schrik en begon te huilen. Dus toen deden we gauw het licht aan, legden haar uit dat ze nu jarig was en dat we daarom voor haar zongen. We zongen nog een keer. En daarna op verzoek nog een keer. Daarna wilde ze dat we weer voor haar zongen, maar wij vonden het tijd worden voor het ontbijt en haar cadeau, dus overreden we haar om haar luier te laten verschonen en naar beneden te gaan.

Ze pakte cadeaus uit. Blies kaarsjes uit. At taart. Genoot van de slingers. Speelde met de ballon. Kon een dag later niet geloven dat ze niet meer jarig was. En een dag later nog steeds niet. Nog weer een aantal dagen later wist ze wel dat ze nu twee jaar was, en niet meer jarig, en toen gingen we net haar verjaardag voor de verdere familie vieren. Op een gegeven moment werd het S. wel wat te veel en wilde ze alleen nog maar op de gang zitten.
‘Maar daar is het donker en koud’, zei ik. ‘Wil je dan toch op de gang zitten?’
‘Ja!’
Ik werd er een beetje nijdig van, maar toen opperde iemand dat ze het misschien gewoon te druk vond. Dus ik vroeg aan S.: ‘Vind je het te druk? Wil je niet meer bij de mensen?’
‘Mensen weg!’ zei S. Toen heb ik maar voorgesteld om even achter de bank samen in het mooie boek te kijken dat ze van mijn moeder had gekregen, en dat wilde ze gelukkig…

Op haar verjaardag zijn we nog een pannenkoek wezen eten, met z’n drieën, dat was zo fijn. S. had er ook veel zin in en wist meteen dat ze ‘m met ‘moeleruiker’ wilde. Ze kreeg er ook nog rozijntjes op van ons. We moeten haar nog wel een beetje opvoeden, want in het restaurant riep ze dingen als: ‘Wille eten! Ben klaar! Wille toetje!’ dus dat was redelijk direct. En ze heeft niet bepaald een zachte stem… Het is maar goed dat mensen haar altijd zo schattig vinden.

29 weken zwanger

      Geen reacties op 29 weken zwanger

De intake van de kraamzorg is gelukkig achter de rug. We hadden ‘m al vroeg op de ochtend, om 8.00. Toen de bel ging, deed ik open.
‘Goedemorgen, ik ben M. van het kraamzorgbureau.’
‘Hallo, kom binnen.’ Ik dacht dat dat voldoende zou zijn om te laten blijken dat ze op het juiste adres was, maar blijkbaar niet, want ze bleef me aanstaren (of nou ja, naar mijn buik staren) en maakte geen aanstalten om naar binnen te komen. Wat vervelend was, gezien de temperatuur buiten.
‘Ik heb een afspraak met mevrouw *Achternaam van N.*.’
‘Ja, die is boven. Ik ben mevrouw *Mijn achternaam*.’ Alsof ik me dagelijks op zo’n jaren-vijftigmanier voorstel.
‘O oké, ik dacht al, je hebt helemaal geen buik!’
Toen kwam S. naar beneden gegleden en begon de kraamzorg-mevrouw tegen haar te kirren alsof ze een hardhorende baby was.

23 maanden oud

      Geen reacties op 23 maanden oud

S. heeft al met de baby (en met ons) ‘We maken een kringetje’ gedaan. Ze heeft de baby een hapje van haar geliefde yoghurt gegeven. Ze heeft voor de baby met de rammelaar geschud (N.: ‘De baby kan ‘m nog niet zien, maar als je hard schudt, dan kan de baby het wel horen.’). Ik hoop maar dat ze als de baby er eenmaal is er nog steeds zo lief voor gaat zijn, maar de voortekenen zijn goed!

‘Papa papa papa papa!’ roept S. regelmatig. En als er dan niet direct antwoord komt, of als we zeggen dat ze geen papa heeft, zegt ze: ‘Geen papa. Twee mama’s.’ Heel concluderend. We leggen haar dan uit dat er allerlei gezinsvormen bestaan, dat sommige mensen twee papa’s hebben, of een papa of een mama, of alleen een mama, of alleen een oma, maar ik denk dat ze haarfijn doorheeft dat het meestal een papa en een mama is, en dat het bij haar dus anders in elkaar zit. Blijft ingewikkeld.

We kennen een aantal voorbeelden waarbij oudere kinderen een beslissende rol speelden bij het bepalen van de naam van een jonger kind. Of wij dat ook gaan doen, vraagt mijn moeder als ik zo’n anekdote vertel. Ik zeg dat we de naam al beslist hebben, maar dat we het best aan S. kunnen vragen.
‘S., wat vind jij een mooie naam? Hoe moet de baby heten?’
‘S.!’
Kijk, dat is nou eens een antwoord waar je wat aan hebt. S. vindt haar naam mooi, en wij kunnen de mooie naam gebruiken die we al bedacht hebben.

27 weken zwanger

      Geen reacties op 27 weken zwanger

N. wilde graag nog een extra echo maken, zo’n 4d-gebeuren, en dan samen met onze moeders en S.. Van mij hoefde het niet per se. Ik geloof dat ik zo’n 4d-echo gewoon niet zo goed kan ‘lezen’, alle baby’s zien er in mijn ogen toch zo’n beetje hetzelfde uit en dat vleeskleurige staat me wat tegen. Zo’n zwart-witte echo is natuurlijk óók onduidelijk, maar meer mysterieus-onduidelijk. Maar goed, als je zo’n echo laat maken, dan wil je het ook goed doen, zei N., en daar was ik het dan ook wel weer mee eens. Bovendien vinden de moeders het natuurlijk hartstikke leuk om mee te mogen, en dat is ook wat waard.
En het wás ook leuk, want je krijgt toch al wel een indicatie van het hoofd van je baby en dan is het leuk om te zien dat dat hoofd eruit ziet zoals het hoofd van de gemiddelde baby. En S. vond het leuk om met de poppen en het poppenhuis te spelen en gedroeg zich weer keurig. Zo af en toe ging ze onder het scherm staan en keek ze enigszins verbaasd naar wat daarop te zien was.

Het fijnst was nog om de bevestiging te krijgen dat ze inderdaad een meisje is, stel je voor dat ze nu ineens iets anders zagen, dan was dat toch wel even een echte omschakeling geweest (en hadden we meteen geen naam meer).

23 maanden oud

      Geen reacties op 23 maanden oud

Toen S. wakker werd van haar middagslaap, zijn we nog even naar het speeltuintje gegaan. Er kwamen twee vrouwen en vier kinderen aan, die ook in het speeltuintje gingen spelen. Een van de vrouwen herkende ik vaag. Ik weet niet waarvan, uit de supermarkt vermoedelijk. Ze valt nogal op, want ze is lang en draagt een hoofddoek en ze heeft blauwe ogen, wat me doet vermoeden dat ze bekeerd is. Het is goed dat ze er zijn, want S. heeft een bloedneus. Die had ze thuis ook al, maar het was alweer gestopt en natuurlijk dacht ik nog wel: ‘o ja, als we zo naar de speeltuin gaan moet ik even zakdoekjes meenemen’, maar vervolgens was ik dat weer vergeten. Dus nu was ik vooral aan het hopen dat S. niet zou merken dat er bloed uit haar neus liep, omdat ze dan waarschijnlijk weer overstuur zou worden.
De vrouw en ik zeiden elkaar gedag. Ik vroeg haar hoe oud haar dochtertje was. Ze leek me iets ouder dan S.. De drie andere kinderen waren al wat ouder en druk bezig op de schommel, de andere vrouw rommelde wat tussen haar boodschappen.
‘In januari wordt ze twee’, vertelde de vrouw. Ze bleek een Vlaams accent te hebben.
‘Oké’, zei ik. ‘Dan is ze best groot, want zij is in november jarig en ook niet een van de kleinsten.’
De vrouw beaamde dat.
‘U komt ook niet van hier hè?’ vroeg ze. ‘Als ik het goed hoor…’
‘Ja!’ beaamde ik enthousiast. ‘Nou ja, ik woon hier wel, maar ik kom uit Brabant. En u?’
‘Uit België’, zei ze.
‘Waar in België?’, vroeg ik.
‘Sint-Niklaas, dat ligt tussen Antwerpen en Gent. Kent u België een beetje?’
‘Een beetje’, zei ik.
‘En waar komt u dan precies vandaan?’
Ik vertelde waar ik vandaan kwam.
Ondertussen gingen S. en haar dochtertje om beurten van de glijbaan af.
‘Ze heeft een bloedneus’, waarschuwde de vrouw me.
‘Ssst’, zei ik. ‘Ik weet het, maar ze raakt er altijd zo overstuur van.’
‘O sorry, sorry!’ De vrouw putte zich uit in talloze excuses.
‘Nee, geeft niks!’ herhaalde ik steeds maar, want ik had haar niet terecht willen wijzen, ik bedoelde het half als grapje, en half als verklaring waarom ik nog geen actie ondernomen had. ‘Ik had ook verder geen zakdoekje, dus…’
‘Ik heb wel een doekje voor u!’ De vrouw liep naar haar kinderwagen en gaf me een doekje.
‘Bloedneus’, meldde S., maar niet al te huilerig, ze was immers in de speeltuin. Ik veegde S.’ neus af en stopte het doekje in mijn zak. Het was een nat doekje, dus dat was eigenlijk niet zo handig, want nu had ik een natte koude plek op mijn bovenbeen.
De kinderen speelden verder, S. steeds boos als het andere kindje op de wip ging want zij wilde ook op de wip, en boos als zij op de glijbaan ging want zij wilde ook dringend op de glijbaan, maar verder heel gemoedelijk. De andere drie gingen steeds wilder op de schommel, wat de Vlaamse vrouw maar niets vond.
‘Zo’n schommel, ik houd daar niet van, het is zo gevaarlijk’, vond ze.
‘Ik houd wel van schommels hoor,’ zei de andere vrouw, die er inmiddels ook bij was komen staan. Zij had een Nederlands accent.
We praatten verder. Ze vingen op dat S. S. heet, dat vonden ze een mooie naam. We hadden het over de maat schoenen (24 heeft S. al), dat kinderen zo veel vallen en hoe lastig het is als ze je kind de hele tijd ouder schatten (wat ik natuurlijk even daarvoor ook had gedaan bij haar dochtertje, maar daar zei ze niets over).
Uiteindelijk gingen ze naar huis en bleef ik achter met S.. Een beetje verdwaasd. Het was zo’n leuk gesprek geweest, zo’n leuke ontmoeting.
Ik had niet durven zeggen dat S. twee moeders heeft. Het kwam niet ter sprake, maar normaal gesproken breng ik het eigenlijk altijd zelf ter sprake, en nu niet. Omdat deze vrouwen moslima’s waren, waarschijnlijk. En ik bang was voor hun afkeuring. Voor hun morele superioriteit. Zeker als ze inderdaad bekeerd zijn, leek de kans me groot dat ze van mening zijn dat een kind een vader hoort te hebben. Dat homoseksualiteit verkeerd is. En ik werd er zo verdrietig van, omdat ik het idee had dat ik daardoor een kans op vriendschap verspeelde. En misschien ook omdat ik me liet hinderen door vooroordelen, want misschien zag ik het wel helemaal verkeerd en zou het hen niets kunnen schelen. Maar wat vooral overheerste, was toch de tevredenheid. Dat deze ontmoeting in elk geval naar tevredenheid was verlopen, dat ik met een onbekende gesproken had en dat dat vooral hartstikke leuk was geweest.