D. 2 jaar en 11 maanden/ 3 jaar

N. brengt S. naar school. Het is woensdag, mijn moeder komt zo oppassen. D. pakt de kruk uit de badkamer en sjouwt ‘m naar S.’s raam.
Ondertussen hoor ik haar mompelen: ‘Ik pak het krukje om uit het raam te kijken… Oooh! S. zegt dat ik niet uit het raam ga kijken maar dat is wel zo! Nietes! Welles! Nietes! Welles!’
Alsof ze aan het oefenen is om ruzie te maken.

D. vond het trakteren op de crèche maar spannend. Ze vindt de crèche momenteel sowieso niet zo leuk, vooral het slapen niet. We komen er niet helemaal achter wat er nou precies aan de hand is, maar het zal wel iets met het ziekenhuis te maken hebben. Dat ze het niet fijn vindt om te slapen in een bedje dat wat hoger is, of juist dat ze het niet fijn vindt om in een bedje te slapen dat rondom helemaal dicht is (zoals in het ziekenhuis), ik weet het niet, maar ze moet er wel steeds om huilen, ook op de crèche. Dus al met al was haar verjaardag daar niet zo feestelijk, want ze was de hele ochtend steeds aan het huilen vanwege het slapen. Uiteindelijk hebben ze haar maar op een stretcher gelegd, wat mij een prima oplossing lijkt. Het feestje daarna vond ze wel leuk, geloof ik.

D. begint ineens wat meer over het ziekenhuis te vertellen. Dat haar hand pijn deed. Dat de dokters en zusters dat niet goed gedaan hadden. Dat ze daar moest slapen. Zo zielig allemaal.

S.: ‘Ik weet alles!’
D.: ‘Ik weet ook alles!’
S.: ‘Nee! Jij weet helemaal niet alles. Waar wonen pinguïns, op de noordpool of op de zuidpool?’ D.: ‘Ehm, de zuidpool.
S.: ‘Hm. Oké, dat klopt.’

Ik ben met D. voor het eerst weer eens naar de Peutergym geweest. De laatste keer was zo’n anderhalf jaar geleden en er is zo veel gebeurd. Ik trok het toen heel slecht met die mondkapjes, werd er zo verdrietig van. En met de stijgende besmettingscijfers voelde het ook niet zo fijn. Nu bleek het de eerste keer weer te zijn dat je niet met een mondkapje hoefde, dus dat was mooi meegenomen. D. had er veel zin in, ze vond het ook meteen leuk om op de trampoline te springen. En ze ging aan de ringen hangen en lekker dansen op ‘De wielen van de bus’ en goed meedoen met de spelletjes. Ze vroeg wel wanneer we nog op een liedje gingen dansen, dus Peuterdans zou ook wel iets voor haar zijn, maar enfin, dit komt qua tijd wel goed uit en we weten zo’n beetje wat we kunnen verwachten en D. houdt natuurlijk óók heel veel van klimmen en klauteren, dus we zijn wel plan om vaker te gaan.

En toen was het weer een vrijdag en kreeg D. wéér een koortsstuip. Ook deze keer begon het weer met overgeven. Ze had al over buikpijn geklaagd dus op zich verbaasde me dat niet, maar toen ik naar haar toe ging nadat S. meldde dat ze aan het spugen was, zag ik dat ze wat raar naar boven keek en wist ik eigenlijk al voldoende, al twijfel ik dan ondertussen wel nog steeds en blijf ik dan maar zeggen: ‘D., hoor je me? D., ben je er nog?’ Nou ja, N. pakte de neusspray en belde de ambulance terwijl ik D. ondersteunde. De ambulance kwam precies toen het net iets beter leek te gaan, maar D. trilde wel nog heel erg en werd ook niet echt wakker. Het was me volstrekt onduidelijk of ze nu aan het slapen was door de midazolam of dat ze nog in een stuip zat. De ambulancemedewerkers dekten haar toe met een dekentje en controleerden haar reflexen en saturatie en hartslag en suiker en dat was verder gelukkig allemaal wel goed. Ze gingen even bellen en beslisten dat ze haar toch maar mee gingen nemen naar het ziekenhuis. Als het dan toch beter ging, zouden ze weer omkeren. Ik ging mee. Dus ik gooide snel wat spullen in een tas en daar gingen we naar buiten. Door het overpakken van D. en de koele buitenlucht, ontwaakte ze ineens toch wel. Dus uiteindelijk heeft ze wel in de ambulance gezeten, maar heeft de ambulance niet met haar gereden. Na nog wat onderzoekjes mocht ze weer naar huis. Gelukkig maar, nu kan ze lekker in haar eigen bedje slapen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.