D. 3 jaar en 1 maand

      Geen reacties op D. 3 jaar en 1 maand

D. heeft al helemaal zin om te leren fietsen. Ze heeft de oude fiets van S. ontdekt en vertelt nu trots voortdurend tegen N. dat ze daar in de zomer van mij op mag leren fietsen. Ze heeft ook al geprobeerd ons wijs te maken dat het al zomer is. Ja, het lijkt inderdaad heel wat als je naar buiten kijkt vanaf binnen, maar eigenlijk is het nog behoorlijk koud. D. wilde wel graag in een badje zitten, meldde ze. Verder doet ze voortdurend alsof ze een baby is, ze kruipt rond op haar knieën en praat en huilt van wèh wèh wèh. Met een beetje geluk doet S. dan ook nog alsof ze haar moeder is. Verder vechten ze met z’n tweeën geregeld elkaar de tent uit, vooral nu ik corona heb en ze dus wat minder hun energie kwijt kunnen dan normaal.

Raar moment. Ik zit aan de eettafel, kijk op en zie D. langs zeilen. Dat je eerst ook gewoon niet goed weet waar je nou naar aan het kijken bent. Maar echt, ze zeilde langs. Ze had zichzelf om de deur gedrapeerd, aan elke klink een hand, en als je je dan een beetje afzet en de deur langzaam openzwaait, nou ja, dan kun je dus zeilen.

Pfoe, ik vond het spannend maar ben toch maar weer met D. naar de Peutergym geweest. Het is twee weken geleden sinds de laatste koortsstuip, en het is vrijdag en dat is de laatste tijd de koortsstuipendag, dus ik werd er wel wat zenuwachtig van. Is het niet te druk voor haar, die Peutergym? Maar ja, ze moet wel ook haar energie kwijt kunnen want anders zit ze alleen maar fulltime op de bank te springen, wat niet mag, dus dat is ook geen optie. D. had er zelf wel weer zin in om naar de Peutergym te gaan, eerder vond ze het vooral spannend, dus dat hielp wel met de beslissing. Ze had het er ook echt wel naar haar zin, vooral het rollen van de mat vond ze erg leuk. Het klimmen op het wandrek vond ze eng, en de koprol doen met hulp van de juf ook. Gek is dat, dat ze thuis vaak heel enge dingen doen qua klimmen en zo maar dat ze het in een gymzaal dan ineens niet durven.

N. legt haar telefoon aan de oplader en vertelt ondertussen een verhaal. S. is ook iets aan het roepen, en ondertussen begint D. ook een verhaal: ‘Op de crèche… Eerst… mijn juffen.’
‘Wacht’, zeg ik. ‘D. wil wat zeggen, zij mag eerst.’
En D. ploetert voort: ‘Eerst een keer… mijn juffen…’
‘Ja?’ zeggen wij. ‘Wat is er met je juffen?’
En dan komt het verhaal eruit hoor: ‘hebben ook een keer hun telefoon opgeladen op de crèche.’

D. is al een week ziek. We hebben er heel veel stress om, vooral ’s nachts. Ze slaapt slecht, door de verkoudheid maakt ze rare geluiden, dus we zijn hyperalert op een koortsstuip. Maar ze heeft echt wel koorts, en krijgt geen koortsstuip. Daar zijn we blij om, maar als het na 6 dagen nog niet beter gaat, bellen we toch maar de dokter. Inmiddels zijn we allemaal ziek, kennelijk is het toch een besmettelijke stomme griep. De dokter zegt dat als ze vanavond boven de 38,5 heeft we morgen weer moeten bellen. Dat heeft ze niet, maar de volgende dag knapt ze ineens helemaal af en kan ze alleen nog maar huilen. Als ik vraag of ze ergens pijn heeft, zegt ze: ‘Mijn oren!’ Dus toch maar weer de dokter gebeld. N. kan gelukkig wel met haar mee en ja hoor, het is een dubbele oorontsteking. Ze krijgt antibiotica mee, dezelfde als S. eerst had, die zo smoet smaakt. D. vindt ‘m gelukkig ook lekker en smeekt er nu voortdurend om…

Het sneeuwt! D. is nog ziek, maar hoe vaak maak je dit mee? Ik laat haar gauw de tuin in, waar ze met haar handjes voelt in de sneeuw op de zandbak. Maar daarna komt ze al gauw weer naar binnen, toch een beetje teleurgesteld: ‘De sneeuw was heel koud.’ De volgende dag, het is inmiddels 1 april, gaan we naar de groene speeltuin waar kunstgras ligt, en waar de sneeuw dus goed is blijven liggen. Niemand anders is nog op dit idee gekomen, dus D. heeft de kans om als eerste overal voetstappen te maken. Daarna smelt het al snel weg, dus ik ben blij dat ik op tijd met haar boodschappen ben gaan doen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.