S. 2 jaar, 4 maanden

S. is ineens enorm bang voor beestjes. Dat begon bij de verjaardag van N.’s moeder. Of nee, eigenlijk al daarvoor, toen er een lieveheersbeestje in haar kamer zat en ze dat op wilde ruimen en hij nog bleek te leven. Maar goed, op de verjaardag van oma dus: ineens klonk er een luide gil, we keken allemaal verschrikt naar haar. ‘Een beestje!’  huilde ze, en ze wees naar de grond, waar inderdaad een beestje rondliep. Een mier, om precies te zijn. Niks aan de hand, zou je denken, maar S. durfde niet meer te spelen op de houten vloer, ze wilde alleen nog maar op het vloerkleed lopen.
De dag erna wilde ze ook nauwelijks meer met blote voeten lopen, en schrok ze enorm van een stofje dat ze voor een beestje aan zag. Ik heb dan ook maar mijn sokken uit gedaan, zodat we samen met blote voeten konden lopen, en dat hielp wel een beetje.
Wat nog beter hielp, was N.’s spelletje: kan een stofje…? ‘Kan een stofje tandenpoetsen? Kan een stofje in een bed slapen? Kan een stofje springen?’ Neeeee, zegt S. dan steeds triomfantelijk, en we hopen dan maar dat ze in ziet dat zo’n stofje eigenlijk maar bar weinig kan. Hetzelfde spel hebben we ook al gespeeld voor miertjes, hommels en beestjes in het algemeen.
Ik vind het echt sneu voor S. dat ze zo bang is, dus we proberen haar er zo goed mogelijk mee te helpen. Ik vrees dat ik zelf haar angst aanwakker door ook niet zo’n held te zijn, en dan voel ik me een slechte moeder, maar ik denk wel dat we er goed aan doen om haar serieus te nemen en niet alles meteen weg te wuiven en haar belachelijk te maken, en dan voel ik me weer een minder slechte moeder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *