S. 3 jaar, 2 maanden

      Geen reacties op S. 3 jaar, 2 maanden

Met Peutergym gingen we tennissen. Van vorig jaar herinnerde ik me nog dat S. dat heel leuk vond. En ook dit jaar vond ze het weer een fantastische oefening om met een pittenzakje op een tennisracket rond te lopen. Meester B. zei dat het een pannenkoek was die niet op de grond wilde vallen. En wie het wilde proberen. S. stak keurig haar vinger op (waar heeft ze dat nou weer geleerd?) en meester B. overhandigde haar het racket. Iedereen was binnen een minuut de pittenzakjes van het racket af aan het gooien, maar S. niet, die liep geconcentreerd rond met haar pannenkoek. Ook toen het wél de bedoeling was om ‘m eraf te gooien, bleef ze ermee rondlopen. Pas toen ik zei dat mijn handen het bord waren en dat ze de pannenkoek naar me toe moest gooien, deed ze het. En daarna deden we alsof we de pannenkoek op gingen eten.
Ik weet niet of zij nu toevallig een grote voorliefde heeft voor rollenspellen, of dat wij dat (onbewust) enorm stimuleren, maar schattig is het wel.

‘S., gaat het goed?’ vraag ik. S. zit op de wc.
Het is even stil en dan hoor ik: ‘Ik kan er niet meer uit.’
Ik kijk naar het slot, dat inderdaad dicht zit. Normaal doet ze nooit de deur op slot, maar laatst had ze er wat vragen over, en heb ik haar laten zien hoe het werkt met de kleurtjes. Ik had er geen rekening mee gehouden dat ze dat nu zelf zou willen proberen, maar eigenlijk is dat natuurlijk heel logisch.
‘Dan moet je het slot weer opendoen’, zeg ik.
‘Nee, jij moet de deur opendoen’, zegt S..
‘Oké, wacht even’, zeg ik. En ik haal een mes en doe het slot open.
S. stapt naar buiten, met een verhaal over het lichtknopje. Het heeft kennelijk niet veel indruk gemaakt, dat opgesloten zitten. Ze had er het volste vertrouwen in dat ik haar zou bevrijden. Wauw. Ik ben blij dat het slot zo gemakkelijk met het mes was open te krijgen, want anders had ze toch mooi een ander beeld van mij gekregen…

We lezen sinds kort D. voor nadat we S. op bed hebben gelegd, maar dit keer heb ik ‘Rupsje Nooitgenoeg’ voorgelezen en dat is voor hen allebei geschikt.
S.: ‘En gaan jullie dit boek zo aan D. voorlezen?’
Wij: ‘Uh nee, dit boekje was ook voor D..’
S. kijkt sip.
Ik: ‘Hey S., even een vraagje. Luister jij altijd vanuit je bed mee, als wij D. voorlezen?’
En ja, dat blijkt precies het geval te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *